De godvergeten arrogantie van mannen aan de top

Vrouwen moeten hun eigen inkomen en hun eigen AOW verdienen en evenveel belasting betalen als mannen. Ze moeten dezelfde bijdrage leveren aan het arbeidsproces en aan de opvoeding van kinderen als mannen. Ze moeten evenveel uren binnenshuis en buitenshuis werken als mannen en ze moeten evenveel werkende jaren volmaken als mannen. Als vrouwen en mannen evenveel werken, is het vergrijzingsprobleem ook in één klap opgelost. De AOW kan eerder ingaan en het bedrag kan omhoog.

Ik bedoel niet dat iedere vrouw en iedere man even lang betaald werk moeten doen, maar wel gemiddeld. Gelijkheid tussen man en vrouw, ook op de arbeidsmarkt, gelijke arbeid, gelijke zorgplichten, gelijke verantwoordelijkheid voor zichzelf, hun kinderen, de samenleving en voor de opgroeiende en de toekomstige generaties, dezelfde rechten, dezelfde plichten: is dat nou zo’n bizar ideaal? Is het werkelijk een lachwekkend fata morgana om te denken dat vrouwen in alle opzichten, ook economisch en op alle niveaus, dus ook in de top van het bedrijfsleven, aan mannen gelijk zijn?

De meeste vrouwen in Nederland, hoor ik verkondigen, zijn uiterst tevreden met hoogstens een deeltijdbaantje. Ze hebben gewoon niet de ambities die mannen hebben.

Nou en? Aan mannen wordt toch ook niet gevraagd of zij eventueel tevreden zijn met een deeltijdbaan van twintig uur? En of zij wel genoeg ambitie hebben om voltijds te werken? Laat mannen even lang als vrouwen thuis zitten bij hun kinderen. Koppel de noodzaak van meer kinderopvang niet langer voornamelijk aan werkende moeders, maar aan werkende ouders van beide seksen.

Is dat nou zo radicaal? Nee, het is de consequentie van het gelijkheidsbeginsel, zoals wij dat sinds de Verlichting kennen. Wel zijn er radicale maatregelen nodig om de arbeidsmarkt eindelijk eens in deze zin te hervormen. Dat is dringender dan hervorming van de AOW en het ontslagrecht, dames en heren van GroenLinks en D66. Het is tegelijk moeilijker, want religieus geïnspireerde behoudzucht, de loodzware gezinsideologie, de morele veroordeling van fulltime werkende moeders, het kostwinnersmachismo en de lethargie van vrouwen staan in de weg.

In de discussie die vorige week in Nederland losbrandde naar aanleiding van het Quota-Manifest – een pleidooi om bedrijven en instellingen te verplichten veertig procent van de topfuncties door vrouwen te laten vervullen – werd bij alle omroepen het hoogste woord gesnaterd door Marike Stellinga, economieredacteur van Elsevier. Zij ontbrak ook niet in een uitzending van Pauw en Witteman over het Quota-Manifest, waar zij de rol mocht spelen van gansje in een geënsceneerd kippenhok.

Stellinga neemt het op voor de mannen die hun plekjes aan de top willen behouden én voor hun tevreden huisvrouwtjes. Haar redenering luidt dat Nederlandse vrouwen in vrijheid kiezen voor een plaats aan de onderkant en daar ‘domweg gelukkig’ zijn. Ik ben voor het recht op luiheid, maar de verwezenlijking van dat recht voor iedereen lijkt me een utopie. En het argument dat vrouwen geen carrière willen, doet me sterk denken aan de bewering van blanke werkgevers in Zuid-Afrika die ooit vertelden hoe blij en tevree hun domme zwartjes waren.

Quota kunnen een effectief hulpmiddel zijn om een gewenste ontwikkeling te forceren en een einde te maken aan apartheid. Maar de oplossing van het vraagstuk van de ongelijkheid van mannen en vrouwen – en van de arbeidsmarkt – moet je zoeken aan de basis ervan, het kostwinnersbeginsel dat zoveel vrouwen achter het aanrecht heeft gehouden en het gezinsdenken dat de pest voor iedere vooruitgang is.

In de ‘Gezinsnota’ die minister Rouvout (ChristenUnie) gisteren in de Tweede Kamer verdedigde, staat een pleidooi voor flexibele werktijden. Invoering daarvan zou een stap vooruit zijn, noodzakelijk uit het oogpunt van kinderopvang, maar ook voor bestrijding van files enzovoort. Aan het bedrijfsleven wordt echter geen enkele verplichting opgelegd. Gaan zij vrijwillig over tot flexibelere werktijden, dan krijgen de bedrijven van Rouvoet het symbolische ‘Keurmerk gezinsvriendelijke werkgever’. Voor de bevordering van deze gezinsvriendelijkheid heeft het kabinet, schrik niet, een ton over. Dat is minder dan Rouvoet wil besteden aan relatietherapie „om gezinnen langer bij elkaar te houden”.

In Duitsland is vier miljard euro (!) uitgetrokken voor ‘Elterngeld’. Jonge ouders krijgen daar een toeslag om maximaal drie jaar in deeltijd te kunnen gaan werken, onder voorwaarde dat beiden er gebruik van maken en dus de nadelen van onderbreking van de loopbaan eerlijk delen. De werkgevers moeten hun baan beschikbaar houden en als het kind twee is, krijgen de ouders een wettelijke aanspraak op een plaats in de crèche.

Dit is nu typisch een door vrouwen aan de top geregelde doorbraak. Minister Ursula von der Leyen (CDU), moeder van zeven kinderen, en bondskanselier Angela Merkel (CDU) hebben de maatregelen doorgedreven ondanks schuimbekkende protesten van behoudende kringen in hun eigen partij en reactionaire kerkelijke leiders. Die vreesden dat hiermee het moederschap werd gedegradeerd en dat de CDU afstand nam van het traditionele ‘Familienleitbild’.

Het is een ideologische controverse, maar het is ook een kwestie van mentaliteit, zoals vorige week weer eens werd gedemonstreerd door werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes. „Er is iets in haar hoofd gebeurd… Ze is overstuur geraakt… Het is een emotionele vrouw.” Zo neerbuigend praatte Wientjes op de televisie over de voorzitter van de FNV, Agnes Jongerius, die hij zes maanden lang had bedrogen. Zo denken de heren over vrouwen aan de top. De godvergeten arrogantie van Wientjes voorspelt groot onheil voor de arbeidsverhoudingen in Nederland.

Heeft Jongerius zich off the record laten ontvallen dat ze met „tuig van de richel” had zitten onderhandelen? Dan heeft ze zich zwak uitgedrukt.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)