De buurvrouw

,,Religie is in”, zegt Zoja, mijn 43-jarige benedenbuurvrouw. ,,Maar de meeste nieuwe gelovigen weten niets van de Russische orthodoxie af. Ze doen maar wat. Ze gaan alleen maar naar de kerk omdat ze eenzaam zijn. En eenzaam voel je je in het moderne Rusland al gauw. Niemand heeft nog tijd voor elkaar.” Het leven lachte

,,De meeste nieuwe gelovigen weten niets van de Russische orthodoxie af." (Foto Stock.xchng)

,,De meeste nieuwe gelovigen weten niets van de Russische orthodoxie af." (Foto Stock.xchng),,De meeste nieuwe gelovigen weten niets van de Russische orthodoxie af." (Foto Stock.xchng)

,,Religie is in”, zegt Zoja, mijn 43-jarige benedenbuurvrouw. ,,Maar de meeste nieuwe gelovigen weten niets van de Russische orthodoxie af. Ze doen maar wat. Ze gaan alleen maar naar de kerk omdat ze eenzaam zijn. En eenzaam voel je je in het moderne Rusland al gauw. Niemand heeft nog tijd voor elkaar.”

Het leven lachte Zoja tot voor kort toe. Ze was gelukkig getrouwd met Ljonja, een tot beleggingsadviseur omgeschoolde psychiater. Samen met Zoja’s dochter Anja uit haar eerste huwelijk woonden ze in een mooie vierkamerflat schuin onder ons, gekocht en opgeknapt met het tropengeld dat ze in drie vrieskoude, donkere jaren in het noordoostelijke gouvernement Tsjoechotka hadden verdiend. Zoja werkte er als lerares Russisch, Ljonja als hoofdpsychiater in een ziekenhuis.

Van hun spaargeld konden ze na afloop van hun verblijf in de poolstreek eindelijk naar Moskou verhuizen. ,,Het is zo’n geweldige stad”, zegt Zoja. ,,Er gebeurt zoveel. Ik ga iedere week wel naar een toneelstuk.” Moskou is voor haar het paradijs vergeleken met het saaie Syktyvkar in de noordelijke en ook al zo koude Komi Republiek, waar zij en Ljonja vandaan komen.

Eenmaal in Moskou, vond Ljonja dat hij niet kon leven van zijn hoofdartsensalaris van 1000 dollar per maand, ook omdat de flat die ze hadden gekocht drastisch verbouwd moest worden. In de avonduren ging hij daarom economie studeren en met zijn diploma op zak trad hij in dienst bij een beleggingsfirma.

Toen de economische crisis begon, zei hij, als ik hem op straat tegenkwam, steeds zenuwachtiger dat het allemaal goed zou komen met de Russische economie. Een paar maanden later overleed hij. Zomaar, ineens. Hij kreeg een hartaanval in de metro op weg naar zijn werk. Hij was 53 jaar oud.

,,Terwijl Ljonja in de metro lag te sterven, probeerde hij mij nog te bellen”, verzucht Zoja. ,,Maar ach, we hebben tien mooie jaren samen gehad. En vergeet niet dat Ljonja natuurlijk al best oud was. Maar ja, zo is het leven. En daarom ga ik niet te lang rouwen, want ik moet verder. Al mis ik hem dagelijks.”

Zorgen heeft ze genoeg. Ljonja’s zoon uit zijn eerste huwelijk kan morgen zijn erfdeel komen opeisen en dan moet Zoja haar huis uit. Daarom zijn de tientallen boekendozen in haar woonkamer nog altijd niet uitgepakt en leeft ze voornamelijk in haar keuken.

In de flat heeft op professor Einstein en zijn vrouw en wij na niemand Zoja gecondoleerd met de dood van haar man. ,,Raar hoor”, zegt Zoja. ,,Van  al die mensen in onze portiek, ken ik er maar vier. De anderen zeggen me nooit gedag.”

Anders was het volgens haar in de Sovjet-Unie. ,,Toen was er niets te koop, maar we waren veel gelukkiger dan nu”, zegt ze. ,,Al mijn vrienden en vriendinnen waren lid van de Komsomol, de communistische jeugdbond. Tussen je veertiende en achtentwintigste was je er lid van. De Komsomol organiseerde van alles, filmavonden, uitjes in de natuur. Het leven was veel gezelliger. We hadden niets te eten, maar zaten wel bij elkaar in de keuken te kletsen. Met een stuk worst en augurken, wat brood  en een fles wodka. Moet je daar nu eens om komen. Niemand heeft tijd voor elkaar. Iedereen werkt zich dood. Uit onvrede daarover gaan ze nu weer massaal naar de kerk.”

Ze kijkt langs me heen, naar het hoekje waar Ljonja altijd zijn Volvo parkeerde. Alsof hij ieder moment weer tevoorschijn kan komen.