Stille hervorming van wereldeconomie

Het IMF kon wel eens de grote winnaar worden van de grote schoonmaak in het internationale economische overleg, bleek afgelopen weekend in Istanbul.

Zo spectaculair als de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds vorig jaar in Washington tijdens het hoogtepunt van de financiële crisis verliep, zo kalm was de bijeenkomst afgelopen weekeinde in het Turkse Istanbul. Waar de trotse Turkse stad had gerekend op het driedubbele, waren er slechts 6.000 hotelreserveringen, en als teken van de nieuwe zuinigheid was de delegatie van bijvoorbeeld de Rabobank de helft kleiner dan normaal. Het bruisende bankiersbal dat de jaarvergadering, parallel aan de ontmoeting van bewindslieden, ambtenaren en diplomaten pleegt te zijn, werd een timide evenement.

De sfeer was er een van noodgedwongen besluiteloosheid: ja, de wereldeconomie herstelt, maar het is nog te vroeg om daar definitieve conclusies uit te trekken. De V-vorm van de recessie kan, om met minister Bos van Financiën te spreken, alsnog een W worden. En inderdaad, maatregelen om de geteisterde begrotingen van vrijwel alle 186 lidstaten weer op orde krijgen, zijn hard nodig. Maar daar moet wel mee worden gewacht tot de conjunctuur voldoende aan kracht heeft gewonnen. Een normalisering van het monetaire beleid zal daar waarschijnlijk aan voorafgaan, zei president Wellink van De Nederlandsche Bank, maar ook dat kan nog wel even duren.

De discussie over nieuwe regels voor banken en hogere kapitaalseisen aan de financiële sector is van de fase van ideeënvorming overgaan in politiek en praktisch overleg, en met zulke maatregelen zal grotendeels moeten worden gewacht tot de banksector ze aan kan, en de hogere eisen zich niet vertalen in een krappere kredietverlening. De banksector zei, bij monde van voorzitter Joseph Ackermann van de bankenclub International Institute of Finance – tevens topman van Deutsche Bank – dat een stapeling van alle voorstellen de sector kreupel dreigt te maken. Wat de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner zaterdag de reactie ontlokte dat de branche enige bescheidenheid op dit punt wel zou passen.

Op alle belangrijke terreinen waren de besluiten al genomen door de regeringsleiders van de G20, de twintig belangrijkste landen voor de wereldeconomie, die anderhalve week geleden bijeenwaren in Pittsburgh. De jaarvergadering van het IMF was ditmaal vooral een gelegenheid om de beslissingen van de G20 voor te leggen aan de overige 166 belangstellenden die niet in Pittsburgh aanwezig mochten zijn. Dat ging ogenschijnlijk goed, tot de conclusie aan toe dat de G20, in plaats van de oude G7 van traditionele grote industrielanden, voortaan het forum is dat er toe doet. De ministers van Financiën en de centrale bankiers van „wijlen de G7”, zoals IMF-topman Strauss-Kahn de club vrijdag al noemde, vergaderden wel. Maar de sfeer van verval hing al om de bijeenkomst heen.

Aan deze nieuwe gang van zaken is het wennen, al was het maar omdat de winnaars niet alleen de opkomende industrielanden als China, India en Brazilië zijn, die zich opeens in het forum bevinden dat de lakens uitdeelt.

Een belangrijke mogelijke winnaar is het IMF zelf. Na de vorige G20, afgelopen voorjaar in Londen, haalde het IMF al een verdriedubbeling van zijn reserves binnen, waarvan de eerste bijdragen inmiddels gestort zijn. Pittsburgh gaf het IMF ook de verantwoordelijkheid om het internationale financiële en economische systeem officieel in de gaten houden en te waarschuwen voor mogelijke ‘systeemproblemen’. In wezen, zei John Lipsky, die mag worden gezien als een van de belangrijkste krachten achter Strauss-Kahn, zal het IMF de wereldeconomie voortaan onderwerpen aan en permanente stresstest.

Maar de meest revolutionaire verandering ligt besloten in een ogenschijnlijk bescheiden nieuw financieel instrument dat het IMF een half jaar geleden onder Strauss-Kahn lanceerde: de zogenoemde flexibele kredietlijn. Hierbij kwalificeren landen zich vooraf voor krediet, zodat dit eenvoudig en zonder lastige onderhandelingen kan worden verleend als dat nodig is. Mexico, Polen en Colombia maakten er inmiddels al gebruik van. Strauss-Kahn zei gisteren dat dit principe moet worden uitgebouwd, en uiteindelijk kan resulteren in een automatisch mechanisme, waarbij landen indien nodig een beroep op het IMF kunnen doen.

Met name de Aziatische landen, China voorop, houden nu enorme financiële reserves aan, om die in tijden van nood te kunnen gebruiken. Het trauma van de Azië-crisis van 1997-’98, waarbij het IMF zich met harde leningsvoorwaarden impopulair maakte, leidde tot dit oppotgedrag. De enorme hoeveelheid opgespaard geld in de reservekassen (China heeft al meer dan 2.000 miljard dollar) en de noodzaak dit rendabel uit te zetten in vooral Amerikaans staatsschuldpapier wordt beschouwd als een van de onderliggende oorzaken van de kredietcrisis.

Met een nieuw, automatisch mechanisme voor landen om geld aan het IMF te onttrekken zou het Fonds een deel van hun overreserves in beheer kunnen nemen. Zo ontpopt het IMF zich op termijn als de ‘lener van laatste instantie’ van de wereldeconomie – in wezen een mondiale centrale bank. Zo ver is het nog lang niet, maar Strauss-Kahn was opmerkelijk optimistisch over dit voorland. Wel zal daarvoor, en voor de andere taken die het IMF als ‘uitvoerende arm’ van de G20 toegeschoven heeft gekregen, de legitimiteit van het Fonds moeten toenemen. In Pitssburgh werd afgesproken om per 2011 5 procent van de stemmen in het IMF te herverdelen om de dominantie van traditionele, en vooral Europese, industrielanden terug te dringen, ten faveure van de opkomende landen en de armste landen. Van dat laatste komt weinig, waarschuwde ontwikkelingsorganisatie Oxfam dit weekeinde: de herschikking vindt vooral plaats van de rijke naar de opkomende landen als China en India, en tussen die laatste categorie landen onderling. Brazilië scherpte de eisen dit weekeind verder aan, met een oproep geen 5, maar 7 procent te herverdelen. Ook de zetelverdeling in het IMF-bestuur is niet langer heilig.

Dat maakt de situatie voor Nederland, dat als vertegenwoordiger van een groep kleinere landen een vooraanstaande plaats heeft in het bestuur, precair, hoewel minister Bos en zijn gevolg dit weekeinde onderstreepten dat die positie geenszins in gevaar is. Zou Nederland bereid zijn bij het IMF water bij de wijn te doen als daarvoor in ruil een permanente zetel bij de G20 wordt bemachtigd? Bij die suggestie lichtten de ogen van het gezelschap heel even op.