Retour Den Haag-Brussel

Het witwassen van een mooie roddel

Geruchten dat premier Balkenende president van Europa wil worden circuleren al lang. Maar niemand had het nog ‘hard’ opgeschreven. Balkenende ontkent het – de beste strategie om niet voortijdig te worden afgebrand. Brusselse/Haagse roddelaars die menen iets te weten, willen niet geciteerd worden. Vandaar dat persbureau ANP en De Telegraaf het ogenblikkelijk meldden, vorige week, toen de Brusselse nieuwssite EurActiv kopte: ‘Dutch PM said to be eyeing EU President job’.

De site, die gratis ‘onafhankelijke’ nieuwsberichten rondmailt, citeerde een „leidende Nederlandse bron” die zei dat Balkenende – evenals Tony Blair „de baan zeker wil”. En een „politieke expert in Nederland” zei dat Nederlandse diplomaten in Brussel „subtiel” lobbyen voor Balkenende. Via het ANP verspreidde dit bericht zich razendsnel. Deze krant kreeg het via een Brusselse lobbyist toegestuurd, maar deed er niets mee.

Eén dag later meldde Frans Boogaard, Brussels correspondent van het AD, dat hij de „leidende bron” was geweest. De „expert” bleek Elly Plooij, een VVD’er die in 2004 afzwaaide als Europarlementariër. Beiden waren gebeld door EurActiv, niet wetend dat zij werden gebruikt om roddels wit te wassen. Boogaard, besmuikt: „Dit bewijst dat we moeten oppassen met anonieme bronnen. Als het ANP had geweten dat ik het was, hadden ze het vast niet overgenomen.” (CdG)

De pers: handig én verschrikkelijk...

Journalisten zijn geen vrienden van de PVV, zei Geert Wilders vorige week, na het incident met Hero Brinkman in perscentrum Nieuwspoort. „Ik heb het zelf nooit op die verschrikkelijke sociëteit gehad. Het wordt bevolkt door allemaal verschrikkelijke journalisten die het niet goed voor hebben met de PVV. Daar zitten niet onze vrienden.” Brinkman, die heeft toegegeven zich dronken tegenover een barman te hebben misdragen, rende op dat moment achter Wilders langs. Om de journalisten even te mijden.

Maar PVV’ers staan doorgaans vroeg op om zich van het werk van journalisten op de hoogte te stellen, heeft Fleur Agema wel eens verteld. Zaterdag was Raymond de Roon er op tijd bij. De Telegraaf opende met financiële problemen bij notarissen en nog voor negen uur had De Roon een persbericht doen uitgaan dat hij een spoeddebat zou aanvragen. Zo was hij zijn collega-Kamerleden weer voor.

Waar een partij als de SP zelf onderzoek doet in de samenleving is het parlementaire werk van de PVV voor een overgrote deel afhankelijk van het werk van de journalistiek. De PVV is kampioen in het versturen van persberichten met reacties op het nieuws en onthullingen, kampioen in het stellen van schriftelijke vragen na berichten in de media, en de Kamerleden eisen elke week wel een debat over een onderwerp in de actualiteit. Soms toch wel handig, die verschrikkelijke journalisten. (HS)

... en bovendien nuttig voor advies

Nog een kwestie over politiek en journalistiek. De CDA-bestuurdersvereniging was zaterdag bijeen in Utrecht. Gedeputeerden, wethouders en raadsleden kwamen bij elkaar om vooruit te kijken naar de raadsverkiezingen. De opkomst was, met ruim driehonderd mensen, hoog. Premier en CDA-leider Jan Peter Balkenende was dan ook uitgenodigd om de partijgenoten toe te spreken. Hij riep de bestuurders op meer lef te tonen: „Bestuurders die het leven gemakkelijker maken en niet moeilijker.” Daarna was er een opvallender spreker: Willem Breedveld, als docent media en politiek verbonden aan de Leidse Universiteit, maar vooral politiek commentator van dagblad Trouw. Hij vond zijn rol als journalist blijkbaar geen belemmering om enkele adviezen te geven. Als het CDA zich blijft profileren als bestuurderspartij, zal de uittocht naar de flanken niet te stuiten zijn: „Het CDA moet zijn smoel laten zien.” Niet meer die slappe compromissen verkopen, of het hebben over ‘win-winsituaties’. Niet meer de bevolking proberen wijs te maken dat Schiphol kan groeien en dat het milieu ook verbetert: „Politiek gaat om keiharde tegenstellingen.” Breedveld riep op tot meer bevlogenheid bij het CDA: „Geen ware democratie zonder passie.” Hij kreeg in ieder geval langer applaus dan de premier. (HS)

Bijdragen: Caroline de Gruyter en Herman Staal.