PVV-Kamerleden klagen minister Van der Laan aan

Vijf Kamerleden van de Partij voor de Vrijheid (PVV) dienen bij de Tweede Kamer een aanklacht in tegen minister Eberhard van der Laan (Wonen Wijken en Integratie, PvdA). Die zou willens en wetens in strijd hebben gehandeld met de grondwettelijk vastgelegde informatieplicht van kabinetsleden, toen hij besloot de vragen van het Kamerlid Sietse Fritsma over de kosten van niet-westerse allochtonen voor de Nederlandse samenleving, niet geheel te beantwoorden.

Het „opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan” een grondwetsbepaling, is volgens de PVV „een ambtsmisdrijf voor een minister, zoals staat omschreven in artikel 355 onder 4 Wetboek van Strafrecht”. De PVV-parlementariërs vragen de Kamer om deze aanklacht te onderzoeken. Formeel zou dat uiteindelijk kunnen leiden tot een procedure bij de Hoge Raad, het hoogste Nederlandse rechtscollege.

Staatsrechtgeleerde Tijn Kortmann, hoogleraar aan de Universiteit van Nijmegen, bevestigt dat zo’n aanklacht mogelijk is, maar zegt dat dit geval zich er niet voor leent: „De minister heeft wel degelijk geantwoord. Ook ‘nee’ zeggen is een antwoord. Als de Tweede Kamer het daar niet mee eens is, moet ze doorvragen. Als ze dan nog niet tevreden is, kan ze overgaan tot de indiening van een motie van wantrouwen, de ultieme sanctie.” Onder sommige Kamerleden heerst „een misverstand”, zegt Kortmann: „Artikel 68 van de Grondwet garandeert niet dat Kamerleden het antwoord krijgen dat ze willen horen.”