Ongewenste bruiden

Nederland kampt onmiskenbaar met een integratie- en inburgeringsprobleem. De tijd dat dit werd ontkend, verzwegen of betwist, ligt achter ons. Zoals de publicist Paul Scheffer in zijn boek Het land van aankomst laat zien, is immigratie in de geschiedenis altijd gepaard gegaan met scherpe conflicten. In onze cultuur van leven en laten leven is het opleggen van normen niet erg vanzelfsprekend. Scheffer pleitte er zaterdag op Radio 1 voor daarin duidelijker te zijn: gelijkheid tussen man en vrouw is in Nederland een inherent onderdeel van de cultuur dat uitgedragen moet worden. Vrijheid van godsdienst houdt in Nederland evenzeer vrijheid van godsdienstkritiek in – voor iedereen.

Dat heeft gevolgen voor immigranten die niet in deze cultuur zijn opgegroeid. Normen uit het land van herkomst over bijvoorbeeld de omgang met ongelovigen of de plaats van de vrouw kunnen in Nederland daarom niet aan anderen worden opgelegd. Van grievende cartoons tot openlijke homoseksualiteit, niemand is hier gedwongen die te omarmen, maar dat het kan en mag, is vanzelfsprekend. Het verdedigen van deze vrijheden is een dure plicht.

Vrijdag besloot het kabinet om de inburgerings- en opleidingseisen aan buitenlandse huwelijkspartners stevig te verhogen. Het wil zo de stijging van het aantal importpartners tegengaan, met name die groep onder hen die in een afhankelijke, geïsoleerde positie terecht pleegt te komen. Schijn-, dwang- en neef-nichthuwelijken wil het kabinet er ook mee tegengaan. Uit sociale motieven, maar ook om fraude, misbruik, criminaliteit en polygamie te voorkomen. De lijst van problemen die ontstaan als migranten krampachtig vasthouden aan de cultuur van de landen van herkomst, is lang. Behalve uithuwelijken hoort er ook achterlaten, na de zomervakantie, van meisjes en jongens in de landen van herkomst bij – een wrede daad.

Op zichzelf is de kabinetsmaatregel tegen importbruiden een voorbeeld van terechte normatieve duidelijkheid die aangeeft wat belangrijk is voor de Nederlandse samenleving. Tussen norm en daad liggen echter praktische bezwaren en culturele verworvenheden. Daarom moet overheidsingrijpen in de privésfeer met reserve worden bekeken. Hoe de burger zijn privéleven inricht, met wie hij relaties aangaat of wil trouwen, zijn individuele keuzes. De motieven die daarbij een rol spelen, zijn eveneens in beginsel geen staatszaak.

Historisch zijn gearrangeerde huwelijken, uit berekening, noodzaak of opportunisme, geen uitzondering. Rangen, standen en religies speelden altijd een rol – om van zekerheid, veiligheid en welvaart maar te zwijgen. Het is dan ook hachelijk om met normen uit het familierecht migratie te beperken. De burger heeft een grondrecht op een gezinsleven, vastgelegd in het Europese Verdrag voor de Mensenrechten. Met wie hij dat familieleven wil beleven, is zijn zaak. De overheid moet dat eerbiedigen. En die (nieuwe) burger dient zich in Nederland aan te passen. Zo vaag en onbesproken zijn de normen hier allang niet meer.