Nu die ene man in Praag nog

Tweederde van de Ieren stemde voor het Verdrag van Lissabon, dat de opvolger is van de Europese Grondwet.

Maar nog steeds kan dat verdrag niet in werking treden.

Televisiecamera’s zwaaien in zijn richting wanneer Guy Verhofstadt binnenkomt. Alsof hij zojuist een verkiezingsoverwinning heeft behaald. Het is vol in Kitty O’Shea’s, de Ierse pub in Brussel waar liberalen uit het Europees Parlement op zaterdag naar de uitslagen van het referendum over het Verdrag van Lissabon in Ierland kijken. Guy Verhofstadt is tegenwoordig de leider van die liberalen. Hij is ook degene die in 2001 als premier van België de aanzet gaf tot de onderhandelingen over de Europese Grondwet, die later de basis vormde voor ‘Lissabon’.

„Het is een prachtige dag voor Europa”, zegt Verhofstadt in het Engels. Daarna herhaalt hij zijn woorden nog een keer in het Frans. Ruim 67 procent van de Ierse kiezers zegt ja tegen het verdrag. Daarmee lijkt een einde te zijn gekomen aan de lijdensweg van Europese leiders, die jarenlang worstelden met de vraag hoe ze hun parlementen en hun kiezers ervan konden overtuigen dat er nieuwe regels nodig zijn voor de besluitvorming in Europa. Eerst zeiden Franse en Nederlandse kiezers nee tegen de Europese Grondwet. Vorig jaar wezen de Ieren het nieuwe Verdrag van Lissabon af in een eerste referendum.

Ook Jean-Luc Dehaene, een andere oud-premier van België, komt binnen in Kitty’s. „Proficiat”, zegt hij tegen Verhofstadt. En terwijl hij rondkijkt in de afgeladen pub: „Maar wie gaat hier straks de factuur betalen?”

„De belangrijkste winst van het nieuwe verdrag”, zegt Dehaene even later met een glas Guinness in zijn hand, „is dat Europa zijn rol kan spelen op het wereldtoneel. Europa kan straks gemakkelijker met één stem spreken.” Het Verdrag van Lissabon bepaalt dat er een EU-minister van Buitenlandse Zaken komt. Verder krijgt de Europese Raad, het overleg van regeringsleiders, een vaste voorzitter – een soort EU-president. Voor die baan worden onder anderen de Britse oud-premier Tony Blair en premier Balkenende genoemd.

Diplomaten in Brussel verwachtten dat die prestigieuze nieuwe vacatures snel konden worden vervuld na het Ierse referendum. Maar het ziet ernaar uit dat er komende weken toch eerst nog wat crisisoverleg nodig zal zijn. Het nieuwe verdrag treedt pas in werking als álle 27 lidstaten het hebben geratificeerd. Alleen de handtekeningen van de Poolse president Lech Kaczynski en zijn Tsjechische collega Václav Klaus ontbreken nog.

Van de Pool wordt verwacht dat hij snel zal tekenen. Maar in Tsjechië dienden enkele parlementariërs vorige week een klacht in tegen ‘Lissabon’ bij het Tsjechische grondwettelijke hof. Klaus zal wachten totdat dat hof zich uitspreekt. Dat kan weken of zelfs maanden duren.

Klaus is een felle tegenstander van het Verdrag van Lissabon. Hij vergeleek de EU al eens met een supermacht die Tsjechië overheerst, zoals de sovjets dat vroeger al deden. Voorstanders van het Verdrag van Lissabon zijn bang dat Klaus zal wachten met tekenen totdat er volgend jaar verkiezingen zijn in Groot-Brittannië. David Cameron, de leider van de Britse Conservatieven die dan waarschijnlijk aan de macht komen, zei gisteren nog een keer dat hij een referendum wil organiseren over het verdrag als dat dan nog niet in werking is getreden. Dit zou alsnog het einde kunnen beteken van het ‘Lissabon’.

Dat Klaus zo lang kan wachten is onwaarschijnlijk. Maar zijn getreuzel geeft niettemin aanleiding tot problemen. Op 31 oktober eindigt de zittingstermijn van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie. Het is lastig om een nieuwe Commissie te benoemen wanneer niet duidelijk is of dat moet gebeuren op basis van het Verdrag van Lissabon of op basis van het huidige Verdrag van Nice. Volgens ‘Lissabon’ krijgt iedere lidstaat straks, net als nu, een eigen commissaris. Maar volgens ‘Nice’ moet minstens één lidstaat zijn Eurocommissaris inleveren. Welk land? EU-leiders hebben wel eens kleinere problemen gehad waarover ze tot diep in de nacht moesten onderhandelen.

Hier en daar valt de suggestie te horen dat Tsjechië zijn commissaris zal moeten inleveren. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Alle lidstaten dienen het daar unaniem mee eens te zijn. Ook de Tsjechische regering zou dus moeten instemmen met zo’n straf. Na het feest in Brussel over het Ierse ja begon daarom meteen het diplomatieke overleg over ‘het Tsjechische probleem’.