Naar de bieb

Omdat de Openbare Bibliotheek Amsterdam verhuisd is naar een ander deel van de stad, kom ik er weinig meer. De schaarse keren dat ik er langsga, word ik telkens weer getroffen door de veranderde sfeer.

Het is alsof ik geen bibliotheek ben binnengegaan, maar het Control Center van de KLM op Schiphol waar het drukke vliegverkeer in de gaten wordt gehouden. Overal zitten mensen urenlang geconcentreerd over computers gebogen. Soms voel ik de neiging ze op de schouder te tikken en te vragen: „Lezen jullie ook nog wel eens een boek?” Ik vermoed dat ze me verbijsterd zouden aankijken. Een boek? Hoezo?

Ik begrijp het allemaal wel, de bibliotheek moet met z’n tijd mee. Ik trouwens ook, anders kun je net zo goed meteen in je kist gaan liggen. Ik begaf me dus manmoedig via een met cd’s en dvd’s afgeladen etage naar een afdeling met boeken. Vroeger was een bezoek aan een bibliotheek voor mij reuze overzichtelijk. Je nam een boek van een schap, liet het afstempelen aan een balie en ging ermee naar huis. Tegenwoordig moet je als klant zelf aan de slag.

Ditmaal had ik tevergeefs een bepaald wetenschappelijk boek gezocht. Volgens de computer die ik raadpleegde – jawel, ik ben nog niet helemaal achterlijk – moest het wel in voorraad zijn.

„Het zit in het magazijn”, zei een medewerker. „U kunt op de computer een e-mail naar het magazijn verzenden.” Hij zag mijn gelaten oogopslag en zei: „Ik doe het wel even voor u. Binnen een uur kunt u het beneden afhalen.”

Even later stond ik met een ander boek en mijn bibliotheekpas voor het zogeheten betaalpunt van de afdeling. Het ziet er aan de buitenkant uit als een plek waar medische specialisten allerlei vervelende dingen met je ingewanden kunnen uithalen. Voorzichtig hield ik mijn pas tegen een scanner, de reactie was zeer afwijzend. De exacte bewoordingen ben ik door de snel opkomende emoties vergeten, maar het kwam erop neer dat de pas geblokkeerd was.

Weer naar de medewerker. Hij stond al voor me klaar. Bijna aan de hand nam hij me mee terug naar het gevreesde betaalpunt. Ik moest mijn pas onder een rode lichtstraal houden, waarna op een schermpje drie cijfers oplichtten: 6.90, zijnde het bedrag dat ik de bibliotheek nog verschuldigd was over boeken die ik ooit te laat had ingeleverd.

„Dat wist ik helemaal niet”, mompelde ik schuldbewust.

Hoe moest ik deze schuld delgen? De medewerker was alweer weg, naar een andere hulpeloze klant, een vrouw van middelbare leeftijd. Hoeveel uur per dag zijn die arme medewerkers daar niet mee bezig? Gelukkig, daar was hij weer. Hij legde me geduldig uit hoe ik mijn pas kon opladen, hetzij pinnend, hetzij zelfs met wat goeie, ouwe muntjes.

Daarna ging ik troost zoeken in het aanpalende Italiaanse restaurant. Bij het buffet waar ik mijn pizza bestelde, kreeg ik een elektronisch doosje. Dat moest ik naar mijn tafeltje meenemen. Ik durfde niet te vragen wat er dan precies zou gebeuren en nam plaats.

Twintig minuten later, ik was in afwachtend gedroom verzonken, begon het apparaatje woedend te loeien. Het was niet tot bedaren te krijgen. Ik tilde het op, keek eronder, klopte ertegen, maar het bleef alarm maken. Ik holde ermee naar het buffet – en dat bleek ook precies de bedoeling. Daar wachtte de pizza op mij, vers en knapperig. Leve de techniek!