Militanten nemen aanbod amnestie aan

Prominente militieleiders in de Nigerdelta leggen hun wapens neer in ruil voor amnestie. „De bal ligt nu volledig in de hoek van de regering.”

Drie prominente militieleiders die verantwoordelijk worden geacht voor talloze aanvallen op olie-installaties in de Nigerdelta, zijn in het weekend uit hun schuilplaatsen gekomen om hun wapens in te leveren. Afgelopen nacht verstreek een zestig dagen durend amnestieaanbod van de Nigeriaanse regering.

De acceptatie van de amnestie kan gezien worden als een overwinning voor president Umaru Yar’Adua. Sinds zijn aantreden in mei 2007 is het geweld tegen de omvangrijke olie-industrie, die goed is voor 90 procent van de Nigeriaanse staatsinkomsten, steeds minder beheersbaar geworden. Nu moet blijken of zijn regering in staat is de problemen op te lossen die volgens waarnemers ten grondslag liggen aan de slepende crisis in de Nigerdelta.

In de stad Warri, in de delta, riep militieleider Government Tompolo gisteren tijdens een publieke ceremonie andere militanten op om net als hij de wapens neer te leggen in ruil voor amnestie en beloftes over geld en opleidingen. Honderden strijders zouden naar verwachting het voorbeeld volgen van Tompolo, een van de belangrijkste leiders van MEND, de koepelbeweging van militante groeperingen die sinds 2006 de olie-industrie ontregelen met aanslagen en gewapende overvallen. MEND zegt op te komen voor de gemarginaliseerde inwoners van de Nigerdelta, die weinig terugzien van de omvangrijke olieproductie afgezien van milieuverontreiniging, corruptie en criminaliteit.

Op zaterdag al leverden Ateke Tom en Farah Dagogo, twee andere belangrijke militieleiders, samen met honderden volgelingen hun wapens in.

Door het geweld van MEND produceert Nigeria tegenwoordig een paar honderdduizend vaten olie per dag minder dan het kan, een belangrijke reden waarom het land zijn positie als grootste olieproducent in Afrika is kwijtgeraakt aan Angola.

Toch is de amnestie „slechts een belangrijke eerste stap op weg naar de definitieve oplossing van het vraagstuk van de Nigerdelta,” schreef de Nigeriaanse krant This Day gisteren op zijn website. „De bal ligt nu volledig in de hoek van de regering.”

Om permanente rust in de delta te brengen, moet de regering van Yar’Adua de plaatselijke bevolking een beter perspectief bieden, aldus This Day. De straatarme omwonenden van de miljardenindustrie snakken naar een betere infrastructuur, naar elektriciteit en watervoorziening. Het affakkelen van gassen die vrijkomen bij de olieraffinage, een proces dat schade toebrengt aan natuur en gezondheid, moet worden beperkt. De deltabewoners verdienen een grotere stem in de besluitvorming omtrent grote olieprojecten in hun achtertuin, zo beargumenteren politieke activisten al jaren.

Eerdere pogingen om de opstand in de Nigerdelta te beëindigen met amnestieregelingen, mislukten doordat de achterliggende oorzaken niet werden aangepakt. De vraag is of dit nu wel lukt. De strijd in de delta is steeds minder een ideologisch gevecht, en steeds meer een criminele aangelegenheid. Ateke Tom die nu amnestie accepteert, zit bijvoorbeeld in de illegale oliehandel en Government Tompolo geldt als wapenhandelaar. Militieleiders werken samen met corrupte bestuurders in de deelstaten Delta State en Rivers State.

De kans is aanwezig dat andere militanten de plaatsen innemen van de leiders die nu de wapens neerleggen. Er wordt gespeculeerd dat de leiders die nu opstappen, dat doen omdat ze veel geld krijgen toegestopt om te voorkomen dat hun connecties met hooggeplaatste politici aan het licht komen. De beweging waarmee zij verbonden waren, heeft al verklaard dat nieuwe aanvoerders paraat staan, om de strijd naar een „volgende fase” te brengen. Over tien dagen loopt een door MEND zelf afgekondigd staakt-het-vuren af, daarna moet blijken wat haar woorden nog waard zijn.

Daarnaast zijn er de vele werkloze, ontevreden jongeren in de delta die in ruil voor een financiële vergoeding de wapens hebben opgenomen tegen de regeringstroepen. Treedt er geen verbetering op in hun dagelijks leven, dan laait het geweld weer op, zo waarschuwde de terugtredende militieleider Farah Dagogo. „Er zijn nog steeds duizenden mensen bereid om door te gaan met vechten en alleen de daden van de regering kunnen onze broeders overhalen die nog steeds willen strijden.”