Kauwgom

Saai. Dat woord moesten de volleybalsters van het Nederlands team maar eens goed in de oren knopen. Ze hadden, volgens hun coach Avital Selinger, een saaie baan als topsporter. Werken op routine, de dingen doen die je iedere dag doet. Hij zei het vlak voor de finale om de Europese titel, gisteravond in Atlas Arena in het Poolse Lodz.

Avital Selinger wilde zijn vrouwen gewoner dan gewoon op de vloer krijgen. Met één zin ontdeed hij de sport met de lange vrouwen van alle glamour. Er was geen tijd om met het hoofd in de wolken te lopen: „Het is gewoon een dag op kantoor. Alleen komen er 13.000 mensen.”

De vrouwen stapten een uur voor aanvang van de finale uit de bus. Ze wandelden naar binnen met de witte dopjes van de iPod in de oren. Precies, zoals je vanuit de metro naar je dagelijks werk liep: de rauwe strot van de nieuwe van Anouk in je oren, een knikje naar de portier en dan op naar de koffieautomaat.

Avital kreeg gelijk: er zaten inderdaad 13.000 mensen rond de werkvloer. Het was nu zaak om kalm te blijven. „Ze moeten zich concentreren op hun eigen ding, het gaat om het spelen met de bal.”

De wedstrijd begon. Eerste punt binnen door Manon Flier. Avital keek naar het gewone werk, het kauwgommetje ging van links naar rechts in de mond.

Twintig minuten later was de eerste set verloren. De Italiaanse kantoormeisjes waren ook maar ‘gewoon’ naar hun werk gegaan. Ze hadden het naar hun zin.

Tweede set. De ingetapete pink van Inge Visser raakte de bal tijdens het blokken. Jammer. Kim Staelens tipte de bal onverwacht over het net. Mooi. In vertraagde beelden sperden de monden van de Nederlandse meiden zich traag open. De tongen trilden van plezier.

Terwijl de Italiaanse coach Massimo Barbolini tijdens een time-out opgewonden raakte, stond het Nederlandse team ontspannen te keuvelen. Alsof ze met een peuk in de rookruimte van het kantoor stonden.

Een harde service van Flier kwam in het net. Haar wangen gloeiden. Agüero sloeg meteen daarop een ace. Met een vastberaden blik. Een slechte set-up van Staelens. 15-15.

Time-out.

Aanvoerster Flier liet Avital Selinger weten dat het vanwege het lawaai in de zaal moeilijk was elkaar te coachen. „We roepen heel hard. Maar ja…” De tweede set ging verloren. 19-25.

Dit werd geen gewone werkdag. Dit leek niet op een kantoorbaan. Dit was een Europese finale waarin de tegenstander op veel fronten sterker was. Wat moest je dan nog?

De shirtsponsor van de Italiaanse dames: Kindersport. De sponsor op het Oranje tenue: Dela. Het jonge leven versus een uitvaartmaatschappij. Ging dat de uitslag nadelig beïnvloeden?

Derde set.

Er schoot me een zin van Avital Selinger te binnen. „De finale is een feest, maar afmaken is het moeilijkste wat er is.”

Avital zat er aan de kant bij als een schaker die schaakmat stond. De hand voor zijn mond. Het ging niet meer lukken, zag ik aan zijn gezicht. Hij maalde op kauwgom waar geen smaak meer aan zat. Flier schreeuwde nog eens hard tijdens een time-out. Een wanhoopskreet.

Met drie verloren sets gingen de vrouwen de boot in. Op naar de prikklok. De werkdag zat erop. Zilver als loon. De baas zou ze vast een verdiend dagje vrijaf geven.