Jood die de wapens opnam tegen nazi's

Verzetsleider Marek Edelman zag het als zijn plicht de herinnering aan de Joodse Opstand levend te houden.

God bestaat niet, zei de vrijdagnacht overleden Pools-joodse verzetstrijder Marek Edelman. „Hoe kan een hongerig mens in een concentratiekamp geloven dat God het zo wil”, zei de laatste overlevende van de Joodse Opstand in het getto van Warschau. „Nee, de mens wil het zo.”

Ondanks de verschrikkingen in het getto zou Edelman, die 90 is geworden, altijd blijven strijden voor vrijheid en mensenrechten. Als uitgesproken dissident in het communistische Polen en later als waarnemer in het door oorlog verscheurde ex-Joegoslavië.

In het getto, dat functioneerde tussen 1940 en 1943, zaten aanvankelijk een half miljoen joden op elkaar gepakt. Toen de Duitsers in 1943 aanstalten maakten om de resterende 60.000 overlevenden naar vernietigingskampen te sturen, besloot een klein groepje tot gewapend verzet.

De Duitsers waren met stomheid geslagen door de rebellie van 220 slecht bewapende en door honger en ziekte verzwakte joden. De rebellen hielden een maand stand, Edelman wist via het riool te ontsnappen naar de Poolse kant van Warschau.

„De opstand was uitzichtloos, maar we wilden laten zien dat je tegen nazi’s kon vechten”, aldus Edelman. Een jaar later, in 1944, sloot hij zich aan bij de Opstand van Warschau, toen het Poolse verzetsleger AK (Armia Krajowa) de Duitsers vergeefs uit Warschau probeerde te verdrijven.

Edelman werd in 1919 geboren in Homel, een Pools plaatsje dat door latere grensverschuivingen in het huidige Wit-Rusland terechtkwam. Op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de socialistische Bund, een joodse politieke partij in het vooroorlogse Polen, die later een belangrijke rol spelen in het verzet tegen de nazi’s. Na de Tweede Wereldoorlog werd Edelman cardioloog.

In 1968 werd de joodse minderheid in Polen, na studentenprotesten, doelwit van een door het regime aangewakkerde antisemitische haatcampagne. Wat volgde was een golf van gedwongen migratie. Edelman bleef, maar wilde zijn gezin verder leed besparen. Vrouw en kinderen vertrokken naar Frankrijk – de kleinkinderen van Edelman spreken Frans. Later zou hij zeggen dat het in slechte tijden altijd goed is om contacten te hebben „aan de andere kant van de muur”, een verwijzing naar zijn opsluiting in het getto.

In de jaren 70 was hij actief in de vrije vakbond Solidariteit van Lech Walesa. Toen de bond in 1981 met harde hand werd opgerold, werd Edelman geïnterneerd. Dankzij internationale protesten kwam hij vrij snel weer vrij.

Als een van de weinige overlevenden van de Joodse Opstand zag hij het als zijn plicht de herinnering eraan levend te houden. „Het zijn 220 namen”, zei hij. „Dat is niet moeilijk te onthouden.”