Ierse hobbel is niet de laatste voor EU

Nieuwsanalyse

Na het ‘ja’ van Ierland zijn voor het Europese bestuur niet alle zorgen voorbij.

Politici in Brussel dronken er dit weekeinde graag een Ierse Guiness op. „Of misschien wel twee, ook al hou ik eigenlijk niet van bier”, zei Margot Wallström, de Zweedse vicevoorzitter van de Europese Commissie.

Europa houdt weer van de Ieren. En dat is begrijpelijk. Nu Ierse kiezers ‘ja’ hebben gezegd tegen het Verdrag van Lissabon lijkt er een einde te zijn gekomen aan een jarenlange lijdensweg van Europese leiders. Steeds weer worstelden die met de vraag hoe ze hun parlementen en hun kiezers konden overtuigen dat er nieuwe regels nodig zijn voor de besluitvorming in Europa.

Helemaal voorbij zijn hun zorgen niet. Twee handtekeningen ontbreken nog, voordat het nieuwe verdrag in werking kan treden, die van de Poolse president Lech Kaczysnki en van zijn Tsjechische collega Václav Klaus. Het nachtmerrie-scenario van EU-leiders is dat Klaus, fel tegenstander van het nieuwe verdrag, wacht op de verkiezingen in Groot-Brittannië, uiterlijk volgend voorjaar. Die zullen naar alle waarschijnlijkheid de Conservatieven aan de macht brengen. Partijleider David Cameron staat onder druk van een deel van zijn partij om dan alsnog een referendum te organiseren over ‘Lissabon’. Mogelijk geeft hij daarover meer duidelijkheid op een congres van de Conservatieven, dat juist vandaag begon.

De Tsjechische president Klaus suggereerde dit weekeinde zelf dat hij zal tekenen voordat Cameron kan verhuizen naar Downing Street 10. „Ik ben bang dat de Britten eerder in actie hadden moeten komen”, zei hij. Daarmee lijkt het waarschijnlijk dat het Verdrag van Lissabon begin volgend jaar eindelijk in werking kan treden.

Het Verdrag van Lissabon bepaalt dat er een EU-minister van Buitenlandse Zaken komt, met een eigen diplomatieke dienst. Verder krijgt de Europese Raad, het overleg van regeringsleiders, een vaste voorzitter – een soort EU-president. Voor die baan worden onder anderen de Britse oud-premier Blair en de Nederlandse premier Balkenende genoemd.

Vervolg Ierland: pagina 5

Europees Parlement is winnaar

Was het alle moeite waard? Verandert er straks veel?

„De belangrijkste winst van het nieuwe verdrag is dat Europa zijn rol kan spelen op het wereldtoneel”, zegt Jean-Luc Dehaene. „Daartoe moet Europa met één stem spreken.” Dehaene was co-auteur van de Europese Grondwet, die in 2005 door Frankrijk en Nederland werd verworpen. Het Verdrag van Lissabon wijkt daar nauwelijks van af.

„Het verdrag van Lissabon is een stap vooruit”, zegt de Gentse hoogleraar Hendrik Vos. „Wel nuttig. Maar zo zijn er in het verleden wel meer stappen gezet.”

Het nieuwe verdrag is in de eerste plaats belangrijk, omdat politici hebben gezegd dat het belangrijk is. Zonder zou de EU niet verder kunnen worden uitgebreid, zeiden de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy. Feitelijk is dat niet waar. Er is geen enkele bepaling in het huidige verdrag die verdere uitbreiding verbiedt.

Met de huidige regels zou een nog grotere Unie onbestuurbaar worden, zeiden de voorstanders van ‘Lissabon’. Daarom werd in het nieuwe verdrag onder meer afgesproken af te stappen van de regel dat elke lidstaat een landgenoot heeft in de Europese Commissie.

Maar de inkrimping van de Commissie werd teruggedraaid toen er argumenten nodig waren om de Ieren het verdrag nog een keer voor te leggen, nadat ze het vorig jaar in een eerste referendum hadden afgewezen. Als IJsland en Kroatië bij de EU komen dan moeten er dus weer nieuwe portefeuilles worden bedacht, die mogelijk nog lichter zullen zijn dan de Meertaligheid waarmee Roemenië de laatste keer werd bedeeld.

Als je ambtenaren en diplomaten in Brussel vraagt over het nieuwe verdrag dan zijn die het eens over één ding: het Europees Parlement is duidelijk een winnaar. Europarlementariërs krijgen meer macht, omdat ze gaan meebeslissen over landbouw, visserij, asiel en immigratie. Ook de Europese Raad wint, omdat die krijgt met een vaste voorzitter meer gezicht, meer ambtenaren en meer armslag krijgt.

Twijfels zijn er over de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU. Die zou wel eens macht kunnen verliezen. En dat is slecht nieuws voor kleinere landen, zoals Nederland. De Commissie moet tegenwicht bieden aan de Raad. Als Europa meer het karakter krijgt van een overleg tussen regeringen, dan zullen het vooral de grote lidstaten zijn die in dat overleg de dienst uitmaken.

Maar veel is nog onduidelijk, omdat het nieuwe verdrag zich beperkt tot hoofdlijnen. De EU-minister van Buitenlandse Zaken moet ervoor zorgen dat Europa eindelijk met één stem spreekt als het gaat om buitenlands beleid. Maar wat als Tony Blair de baan krijgt van EU-president? Zal hij dan niet ook op bezoek willen bij Obama in het Witte Huis?

In het verdrag staat dat die president „op zijn niveau” zorgt voor „de externe vertegenwoordiging van de Unie”. Dat biedt nogal wat ruimte voor een competentiestrijd. Zo zijn er nog tal van onduidelijkheden. Krijgt die president een paar ambtenaren tot zijn beschikking? Of een groot apparaat, waarmee hij kan gaan concurreren met de Europese Commissie?

De hoop van regeringsleiders is dat ze zich na jaren praten over de wijze waarop ze besluiten nemen, eindelijk kunnen gaan richten op de inhoud van hun beslissingen. Maar voordat het zo ver is, moeten er dus nog wat lastige besluiten worden genomen.