'Grote regisseurs zijn atletisch gebouwd'

Filmmakers moeten sloten kunnen kraken, koeien melken, en minstens één keer in hun leven een schip over een berg slepen, aldus regisseur Werner Herzog.

Was de twintigste eeuw een vergissing? Met antwoorden op deze en andere prikkelende vragen was filmmaker Werner Herzog dit weekend in Londen. En voor wie het weten wil: „Ja, want het was de eeuw van de psychoanalyse.” Hij meent het. ,,Ik heb geen gevoel voor ironie.’’

De regisseur van recente films als Encounters at the End of the World en Grizzly Man is productiever dan ooit. Deze zomer kwam Conquest of the Useless uit, zijn dagboek over het maken van Fitzcaraldo, de klassieker waarin een maniakale Klaus Kinski een schip over een Peruviaanse berg sleept. Tijdens het Filmfestival Venetië ging hij met zichzelf in competitie met maar liefst twee films in het hoofdprogramma. In Londen loopt tot eind oktober een retrospectief, waaronder een vertoning van de vampierfilm Nosferatu in een verlaten pakhuis op Halloween. En intussen zijn de voorbereidingen in volle gang voor zijn Rogue Film School, een serie filmseminars, waarvoor de inschrijving half november sluit. Wat zijn studenten er te horen krijgen is geheim: laptops, opnameapparaatjes en telefoons mogen niet mee naar binnen.

De 2500 toehoorders die zich afgelopen weekend in de Londense Royal Festival Hall hadden verzameld, kregen alvast een voorproefje, een soort live variant op Zomergasten. Aan de hand van clips en stills werd Herzog ondervraagd over zijn naoorlogse jeugd in Sachrang, waar hij „met een machinegeweer een kraai probeerde dood te schieten om soep van te koken”, zijn afkeer van zogenaamde ‘echte’ documentaires en zijn zoektocht (met zijn hoofdpersonen) naar waarheid.

Herzogs biografie is voor hem de maatstaf van zijn kunstenaarschap. Omdat hij zelf als veertienjarige van huis wegliep, moet elke aankomende filmmaker voettochten maken. „De wereld openbaart zich alleen aan diegenen die te voet reizen.’’ En hij moet fit genoeg zijn voor de fysieke kant van het filmvak: ,,alle grote filmregisseurs waren atletisch gebouwd.” Herzog leest voor uit de Edda, de zogenaamde Dvergatal (de namenlijst uit de Noorse mythologie waar ook door Tolkien lustig uit geciteerd is). De namen van de dwergen klinken als mysterieuze bezweringen in zijn vet-Duitse-Engels: ,,Nyi and Nithi, Northri and Suthri, Austri and Vestri.”

En omdat Herzog ooit de Codex Regius, het Middeleeuwse manuscript in handen hield, moet van hem nu iedere aspirant-filmmaker dat lezen. De boodschap komt aan. Het publiek lacht en klapt en raakt verkwikt geïnspireerd. Een Engelse criticus zei het zo: ,,Als Werner Herzog niet bestond, zou Werner Herzog hem uit moeten vinden.’’