Europa komt nu in een stroomversnelling

Is de Ierse bevolking onrecht aangedaan door haar tweemaal over vrijwel hetzelfde Europese verdrag te laten stemmen? Geenszins.

Een stembusgang is altijd een respons in een situatie. Behalve de voorgelegde keuze kan ook de situatie veranderen. Ook menig kandidaat-politicus is bij een eerste poging weggestemd, om bij een volgende wel te worden gekozen. Mitterrand verloor in 1974 de Franse presidentsverkiezingen van Giscard d’Estaing en won in 1981 van dezelfde tegenstander. Was deze herkansing ‘kiezersbedrog’? Nee, het was zeven jaar later en de Franse kiezers wilden wat anders.

De Ierse kiezers erkenden vrijdag dat hun situatie dramatisch anders is dan in juni 2008, tijdens het eerste referendum. De economische crisis deelde in Ierland buitengewoon harde klappen uit: huizenmarkt ingestort, 9 procent economische krimp. De euro bood in deze storm monetaire bescherming; fondsen uit de Europese Centrale Bank redden Ierse banken. Zonder de euro zou het erger zijn geweest, zoals het failliete IJsland, één eiland verderop en geen EU-lid, welsprekend toonde. Hoewel de Ierse regering ook enkele inhoudelijke verdragswijzigingen had bedongen, zoals het behoud van een eurocommissaris, gaf voor veel kiezers die van ‘nee’ naar ‘ja’ overstapten de crisis – dus de situatie – de doorslag.

Nu de Ierse horde is genomen, is een Europese stroomversnelling op komst. De schijnwerpers gaan weliswaar nog naar de bewoner van de Praagse Burcht, Tsjechisch president Václav Klaus – die weigert zijn ratificerende handtekening te zetten en het feuilleton ‘wel of geen Lissabonverdrag’ zo levend houdt – maar intussen zal de komende weken in Brussel en de 27 hoofdsteden intensief worden gegoocheld met namen voor nieuwe Europese banen, met termijnen voor inwerkingtreding en met allerlei losse eindjes in het verdrag.

Dat levert aangenaam roddelnieuws, met name rond de nieuwe post van voorzitter van de Europese Raad van Regeringsleiders. Wordt het straks Tony, is Jan Peter echt in de race, waarom is Jean-Claude zo stil? Worden Merkel en Sarkozy het eens over een voordracht? Wat zegt de ‘profielschets’ die de Beneluxlanden vandaag aan de Zweedse EU-voorzitter aanbieden?

Den Haag heeft nog een personele kwestie uitstaan: de nieuwe Nederlandse eurocommissaris. Over wie het wordt is het verbazingwekkend stil. Al op 1 november aanstaande zou een nieuwe Commissie moeten aantreden. Sinds zijn eigen herbenoeming half september is Commissievoorzitter Barroso achter de schermen in de weer met de samenstelling van een ploeg. De landen leveren de kandidaten, de voorzitter verdeelt de posten. Als het kabinet niet snel stappen zet, zijn de belangrijkste banen – mededinging, interne markt, justitie, landbouw – door Barroso vergeven. Dan mag Maria van der Hoeven vijf jaar lang de meertaligheid stimuleren. Of Piet Hein Donner het Europese communicatiebeleid opfleuren.

Voor de Unie als geheel ligt de hoofdzaak elders. Het nieuwe verdrag is meer dan een carrièreplatform voor politici, zoals cynici komende weken kunnen denken. Meer ook dan gesleutel aan spelregels met als leidraad ‘slagvaardigheid’, zoals Brusselse voorlichters het voorstellen. Het bekrachtigt het gegeven dat in Europa de lidstaten gezamenlijk de dienst uitmaken. Een trage gedaantewisseling zet zich voort.

Al sinds de beginjaren worstelen de lidstaten met de vraag wie namens hen allen tegen de buitenwereld kan spreken. In maart 1965 was Commissievoorzitter Walter Hallstein op bezoek in Washington bij president Johnson en de Amerikaanse minister van Defensie. Op een persconferentie antwoordde Hallstein op de vraag wat zijn functie behelsde zonder schroom: „A kind of Prime Minister for Europe.” Deze pretentie viel slecht in de hoofdsteden van de toenmalige zes lidstaten. Een woedende president De Gaulle bewerkstelligde nadien dat Hallstein niet werd herbenoemd.

Toch ging de ‘namens’-vraag niet weg. Tegen de Brusselse orthodoxie in gaf zich een nieuw forum gestalte: de toppen. De regeringsleiders van de lidstaten wilden een gezamenlijk antwoord kunnen bieden op de snelle economische veranderingen in de wereld, vooral na de oliecrisis en het einde van Bretton Woods. Sinds 1974 vergaderen ze meermaals per jaar als ‘Europese Raad’. De Franse president en de Duitse bondskanselier hadden van dit topberaad liefst een echte Europese regering gemaakt, maar dat hielden de kleinere landen tegen, gehecht als ze waren aan de Commissie.

35 jaar later is duidelijk welke van beide instellingen de Unie feitelijk leidt: de Europese Raad. Die neemt alle belangrijke besluiten, bemoeit zich soms tot in detail met de wetgeving en bepaalt de lijnen van de buitenlandse politiek. Dat deze Europese toptafel nu een vaste voorzitter krijgt – in plaats van elke zes maanden een andere – is de grootste omwenteling van het nieuwe verdrag. Als eerste Europeaan spreekt de vaste voorzitter niet ook namens zijn eigen hoofdstad (zoals momenteel de Zweedse premier Reinfeldt), noch louter namens ‘Brussel’ (zoals Barroso), maar namens de Unie van lidstaten als geheel.

In potentie kan een vaste voorzitter Europa naar binnen en naar buiten geloofwaardig belichamen. Het risico van een nieuwe ‘kind of Prime Minister for Europe’, losgezongen van de thuisbasis en meewarig ontvangen in Washington of Peking, is er ook. Verdragsmatige bevoegdheden heeft de nieuwe figuur namelijk weinig. Of het lukt om namens de Europese Unie te spreken, zal afhangen van zijn of haar gezag bij de regeringsleiders, publiek charisma en – een factor die geen profielschets kan vangen – de aankomende gebeurtenissen waarin de Unie moet handelen.

Dankzij het Ierse ‘ja’ mogen de Europese regeringsleiders aanstonds beslissen of zij iemand willen die hun vergaderingen netjes voorbereidt, of een politicus die tevens de kunst verstaat de gelegenheid te grijpen en het Europese publiek met woorden en daden te boeien.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/middelaar (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)