Elektrische auto wel beter voor klimaat

Bij elektrisch rijden hangt alles af van de manier waarop de stroom wordt geproduceerd, stelt Joris van Willigenburg.

Elektrische auto’s zouden net zoveel CO2 uitstoten als gewone auto’s en leveren daarom geen bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem, stelt Guus Kroes in zijn artikel ‘Elektrische auto stoot evenveel CO2 uit als gewone auto’ (Opiniepagina 23 sept.). Daar zou bijkomen dat massale overschakeling op elektrische auto’s zou leiden tot een elektriciteitstekort. Beide conclusies zijn onjuist.

Kroes prikt terecht het fabeltje door dat elektrische auto’s geen CO2 uitstoten. Zolang elektriciteit grotendeels met kolen en gas wordt opgewekt, is van zero emission geen sprake.

Kroes doet zijn berekeningen op de achterkant van een sigarendoos. Met zo’n schatting is niets mis, maar hij hanteert de verkeerde cijfers. Laten we uitgaan van de gegevens in de jaarlijkse Energiebalans van het CBS.

Het gemiddelde rendement van de in 2008 in Nederland geproduceerde elektriciteit bedraagt dan 42 procent (en niet 33 procent zoals Kroes aanneemt). De transportverliezen bedragen 3,8 procent (en niet 10 procent). Terwijl Kroes voor elektrisch rijden uitkomt op een rendement van 24 procent is dat vandaag de dag al 32 procent. Alleen al op grond hiervan kun je niet concluderen dat rijden in een elektrische auto voor de CO2-uitstoot weinig uitmaakt, maar moet je juist erkennen dat elektrisch rijden beter presteert.

Daar komt bij dat indien de elektriciteit geproduceerd wordt met centrales zoals die nu in aanbouw zijn, het rendement op 45 procent uitkomt. (Ook zal een stijgend aandeel windenergie, dat nu nog erg klein is, de opgewekte stroom schoner maken.)

Tot zover de berekeningen achterop de sigarendoos. Over dit soort onderwerpen zijn gedetailleerde berekeningen gemaakt onder de noemer From wells to wheels, waarbij de hele energieketen en bijeffecten zijn doorgerekend. Ook daaruit blijkt dat elektrische auto’s door de bank genomen minder CO2 uitstoten dan de huidige auto’s, en wel een factor drie. Kroes heeft natuurlijk gelijk dat ook benzine- en dieselmotoren zuiniger kunnen worden. Maar de realiteit is dat de efficiëntieverbeteringen bij deze technologie steeds moeilijker worden.

Wonderlijk genoeg stelt Kroes dat er door grootschalige invoering van elektrisch rijden een elektriciteitstekort ontstaat. Hij rekent voor dat er 9.000 MW extra capaciteit benodigd is. Maar de komende vijf jaar zal er in Nederland al circa 10.000 MW aan nieuwe centrales worden bijgebouwd! Van een tekort is helemaal geen sprake. Daar komt bij dat elektrische auto’s grotendeels in de nacht, tegen het voordelige nachttarief, opgeladen gaan worden. Dit zal de vraag naar elektriciteit gelijkmatiger maken (er is nu een vraagpiek overdag), waardoor de centrales efficiënter kunnen produceren.

Dit alles neemt niet weg dat Kroes de vinger op de wonde legt: bij elektrische auto’s is het de vraag waarmee elektriciteit wordt opgewekt en hoe je dit vergelijkt met de uitstoot van gewone auto’s. De CO2-uitstoot van kolen is tweemaal zo hoog als van aardgas. Als vooral op kolenstroom gereden gaat worden, is een groot deel van de milieuvoordelen verdwenen.

Kortom, de elektrische auto heeft wel degelijk milieuvoordelen. Maar deze zijn grotendeels afhankelijk van de mate waarin de elektriciteitsvoorziening op kolen is gebaseerd. Op dit moment is dat voor een kwart het geval, 60 procent komt van aardgas. Maar de aardgasvoorziening wordt in de toekomst minder betrouwbaar. Mede hierom adviseerde de Energieraad onlangs aan de minister van Economische Zaken om een groter aandeel kolen in de energiemix te stimuleren.

Lees ook Joris Luijendijk op weblogs.nrc.nl/luyendijk