Een fles bier naar de ambulance geslingerd

Jonas Staal maakte een omstreden kunstwerk van twee vernielde ambulances. Gisteren verdedigde Staal zijn werk bij een debat in Venlo. „Is dit nu kunst?”

Het kunstwerk ‘Vandalizations II’ van Jonas Staal bij het Limburgs Museum in Venlo. Foto Chris Keulen Nederland, Venlo, 04.10.2009 Vandalizations, een kunstwerk van Jonas Staal. Twee afgetuigde ambulances voor het Limburg museum in Venlo. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Daar staan ze opeens, op de stoep: twee zwaar gehavende ambulances, achter rood-wit afzetlint, als na een ongeluk. Ze trekken de aandacht van duizenden voorbijgangers die dagelijks de gang maken van het Venlose NS-station naar het stadshart. Eén wagen staat nog op de wielen. Het blauw van het zwaailicht flikkert nog, maar de ruit van de rechterachterdeur ligt in diggelen. De ander ligt op de zij. Ogenschijnlijk omgeduwd door onverlaten.

Voorbijgangers mompelen: „Hier ook al.” En: „Het zullen wel weer Marokkanen zijn geweest.” Maar het betreft een kunstwerk, Vandalizations II, van kunstenaar Jonas Staal. Staal veroorzaakte in 2005 ophef, door her en der bermmonumenten voor Geert Wilders te plaatsen. De politicus voelde zich bedreigd en deed aangifte. Tegen de kunstenaar werd zes maanden voorwaardelijk en 240 uur dienstverlening geëist, maar hij werd vrijgesproken.

Het nieuwe werk staat hier in het kader van de manifestatie Different places- different stories, waarbij elf steden en dorpen in Noord-Limburg en het naburige Duitsland tijdelijk spraakmakende kunst in de openbare ruimte plaatsen. Het lokt hevige reacties uit. Is dit nu kunst? Zeker in Venlo, waar in het kader van een herindeling volgende maand vervroegd raadsverkiezingen worden gehouden, en de kostbare culturele ambities van de stad een van de belangrijke discussiepunten vormen.

De kunstenaar geeft deze zondagmiddag uitleg in een zaal in het Limburgs Museum. Zijn ambulances staan er bijna voor de deur. Het viel Staal op dat iedereen een beeld in zijn hoofd heeft bij het toenemende geweld tegen hulpverleners, terwijl de media er zelden iets van laten zien.

Een aanwezige medewerker van de Venlose ambulancedienst vindt het kunstwerk van Staal vooral „erg indrukwekkend”. Maar hij vindt ook dat het de problemen uitvergroot. „Het overschaduwt de kleine dingetjes waar we vrijwel dagelijks mee te maken krijgen. Scheldpartijen. Figuren die de hulpverlening verstoren, omdat ze zichzelf belangrijker vinden dan het slachtoffer, of gewoon omdat ze in paniek zijn.”

Vandalizations II gaat, zoals vaak in Staals werk, over de relatie tussen kunst, politiek en ideologie. „Politiek is vooral iets geworden dat moet”, constateert Staal. Ideologie is een besmette term: „De twintigste eeuw heeft ons achtergelaten met angst voor ideeën.”

Het werk staat niet zomaar in Venlo. Doordat Wilders er zijn wortels heeft, is de stad net als Rotterdam een plek om politiek in de gaten te houden. Vanuit de zaal roept iemand René Steegmans in herinnering, in 2002 doodgeslagen omdat hij een opmerking maakte over hufterig gedrag van twee andere jongens. Venlo heeft dus ook zijn geschiedenis van zinloos geweld.

De Rotterdammer Staal zit met zijn werk vaak kort op de actualiteit. In de Haagse Schilderswijk verving hij de Nederlandstalige straatnaamborden met namen van Hollandse schilders uit de Gouden Eeuw door borden in het Arabisch. Nadat Ronald Sørensen, fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, zich verzette tegen een PvdA-initiatief voor een monument voor de gastarbeider en in plaats daarvan pleitte voor een gedenkteken voor de verjaagde Rotterdammer, werkte Staal dat idee uit. Hij maakte een sociaal-realistisch beeld van een vluchtende familie voor een silhouet van een arbeiderswoning en een skyline met de meest gezichtsbepalende gebouwen van Rotterdam.

Vandalizations II is een nieuw spraakmakend werk. Staal had verwacht dat de ziekenauto’s, die al kapot op hun plek voor het museum werden gezet, behoorlijk wat vervolgvernielingen zouden uitlokken. Dat viel mee. Het zwaailicht van de gekantelde wagen ging eraan. Groene splinters vormen de stille getuigen van een fles bier die naar de wagens werd gegooid. „Maar kennelijk dwingen de ambulances toch een zeker respect af, net als een witte vlag of een rood kruis.”

Anders dan veel van zijn andere werken behoeven de ambulances minder uitleg, valt Staal op. „Mensen reageren heel direct. De woede en verontwaardiging over het geweld komen direct weer boven.”

Tot een verhit debat komt het deze avond niet. Achterin de zaal zit wel een echtpaar dat met stellige lichaamstaal duidelijk maakt dat het de vernielde ambulances maar niks vindt. Hij wijst met de vinger naar het hoofd. Zij maakt woordloze misbaar na uitspraken van Jonas Staal. Maar als de kunstenaar de zaal uitnodigt tot vragen en opmerkingen, zwijgen ze. Na afloop van de bijeenkomst zijn ze ook als eerste verdwenen.