Een bescheiden man die alles weet

Jacques Rogge (67) wordt vrijdag herkozen als voorzitter van het IOC. Hij wordt alom geprezen. Zijn verdienste: hij heeft rust gebracht in een woelige organisatie. „Rogge verafschuwt fanatisme.”

Ze zijn er niet of ze verstoppen zich, de tegenstanders van Jacques Rogge. Wie je ook spreekt, iedereen is na acht jaar positief over het werk van de Belgische voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Zijn herverkiezing voor een laatste termijn van vier jaar is vrijdag dan ook een hamerstuk.

De Canadees Dick Pound zou een criticaster van Rogge kunnen zijn, omdat hij bij diens verkiezing in 2001 een brief naar de sponsors heeft gestuurd waarin hij zijn twijfels over een toekomst onder Rogge uitsprak. Mogelijk een door frustratie ingegeven daad, omdat het IOC-lid destijds een van de vier verslagen kandidaten was.

„Iedereen schijnt tevreden over Rogge te zijn”, zegt Pound acht jaar later met lichte ironie. „Of ik dat ook vind? Ik heb door mijn verlies van toen weinig recht van spreken. Maar in alle eerlijkheid: ik ben tevreden, al is hij typisch een voorzitter met de Europese stijl. Wij Noord-Amerikanen houden ervan problemen onmiddellijk op te lossen. Rogge is meer de man van de analyse. Typisch een arts.”

Volgens de Belgische journalist Hans Vandeweghe was Pound bij de verkiezing in 2001 bij voorbaat kansloos, omdat de aanstelling van Rogge was voorgekookt door diens Spaanse voorganger Juan Antonio Samaranch. „Ik vloog in 1995 met Rogge en Samaranch naar een aantal voormalige Russische republieken toen Samaranch zich in het vliegtuig liet ontvallen: ‘Dokter Rock’, zoals hij hem altijd noemt, ‘is mijn opvolger’. Rogge had als voorzitter van de Europese Olympische Comités (EOC) indruk gemaakt op Samaranch. Vanaf dat moment was hij zijn man.”

Vandeweghe leerde Rogge goed kennen in de jaren tachtig toen hij hoofd communicatie van het Belgisch olympisch comité (BOIC) was. Rogge was indertijd voorzitter. In de loop der jaren werden ze elkaars vertrouweling. „Noem het een bevoorrechte relatie”, zegt Vandeweghe, naar wiens inschatting Rogge’s voorzitterschap van de EOC de opmaat voor de hoogste functie binnen het IOC was. „Kort na zijn aantreden viel de Muur en kreeg Rogge te maken met de komst van al die voormalige Russische republieken met hun nieuwe NOC’s. Hij heeft dat proces zonder bloedvergieten gemanaged.”

In acht jaar tijd heeft Rogge volgens Hein Verbruggen van het IOC vooral een geoliede organisatie gemaakt. „Hij heeft voor rust in de tent gezorgd”, zegt het erelid van het IOC, die zich tot de inner circle van Rogge mag rekenen. Verbruggen zou alleen willen dat Rogge wat doortastender optreedt bij problemen binnen olympische sportbonden. In die gevallen houdt hij volgens de Nederlander te veel vast aan de autonomie van die organisaties, terwijl interne conflicten ook schadelijk voor het IOC kunnen zijn.

Rogge’s grootste verdienste is volgens Verbruggen dat hij voor politieke en financiële stabiliteit van het IOC heeft gezorgd. Met een opgebouwde reserve van 400 miljoen dollar heeft hij er bovendien voor gezorgd dat het IOC kan overleven als de Olympische Spelen onverhoopt geen doorgang vinden.

Kroonprins en IOC-lid Willem-Alexander roemt de dossierkennis van Rogge. „Hij weet alles, zelfs op het niveau van micromanagement. Mede dankzij hem zijn de Olympische Spelen naar een hoger niveau getild. En Rogge heeft indruk gemaakt rond de Olympische Spelen van Peking. Hij heeft zich toen in dienst van de sporters opgesteld door zich de kritiek op China aan te trekken, maar niet voor de troepen uit te lopen.”

Vandeweghe noemt Rogge een familiemens, die close is met zijn vrouw, zoon, dochter en kleinkinderen. De relatie op afstand beschouwt hij als de hoogste prijs die hij voor zijn functie moet betalen. Rogge koestert de tijd die hij samen met zijn vrouw kan doorbrengen in de dubbele suite van het Palace Hotel in Lausanne, dat hij als een tweede huis heeft ingericht. Zijn woning in Deinze heeft Rogge aangehouden en wordt bewoond door zijn vrijgezelle dochter Caroline, die als senior-manager werkt bij computersoftwareproducent Microsoft. Rogge’s zoon Philippe, die chief operating officer is bij de Leuvense datakaartenmaker Option, zit in de raad van bestuur van het BOIC en was vorig jaar bij de Olympische Spelen in Peking chef de mission van de Belgische ploeg.

Nu Rogge het IOC naar zijn hand heeft gezet, wordt volgens Vandeweghe wel eens vergeten hoe moeilijk de Belg het in zijn beginjaren als voorzitter heeft gehad. Hij werd gewantrouwd door een deel van het personeel op het IOC-hoofdkantoor in Lausanne, terwijl twee maanden na zijn verkiezing de aanslag op de Twin Towers in New York plaatshad, een half jaar voor de Winterspelen in Salt Lake City. „Dat waren zijn moeilijkste Spelen”, zegt Vandeweghe. „Vooral de toenmalige Amerikaanse president George Bush heeft het hem moeilijk gemaakt door tijdens de openingsceremonie de show te stelen met een door de aanslag gescheurde Amerikaanse vlag.”

Ook intern bij het IOC kende Rogge een zware begintijd. Met een ingrijpende reorganisatie streek hij veel medewerkers tegen de haren in. Begrijpelijk vanuit hun perceptie, want het kostte een aantal hun baan. Intussen heeft hij een staf van vertrouwelingen samengesteld met wie hij wekelijks werkoverleg voert. Onder Samaranch gebeurde dat nooit; die liet veel werk aan zijn directeuren over. Maar dat is niet de stijl van controlfreak Rogge.

Om die reden verbaast het Vandeweghe dat Rogge „zich zo vergaloppeerd heeft met de reorganisatie van het olympische programma”. De IOC-voorzitter wilde moderne vijfkamp vervangen door een moderne sport, maar dat stuitte op oppositie, onder leiding van Juan Antonio Samaranch junior, het enige Spaanse IOC-lid en vicevoorzitter van de moderne vijfkampfederatie. Rogge moest aanvaarden dat alle olympische sporten doorgelicht zouden worden. Tot zijn opluchting bleef in 2005 bij een afzonderlijke stemming per sport de schade beperkt tot verwijdering van honkbal van het olympische programma. Volgens Vandeweghe sprake hij na afloop van „een zware bevalling, maar gelukkig geen abortus”.

Vandeweghe heeft Rogge in die acht jaar van zijn voorzitterschap zien veranderen. En figuurlijk ouder zien worden. „Maar als IOC-voorzitter heeft hij een zwaar leven, vergis je daar niet in. Bovendien moest hij enige jaren terug een kleine hartoperatie ondergaan. Maar ik vind hem de laatste tijd er weer goed uitzien.”

Kenmerkend voor Rogge is zijn voorzichtigheid. Hij zal niet snel domme dingen doen, terwijl hij volgens Vandeweghe een uitgesproken mens is. „Maar hij is de laatste acht jaar veel meer een diplomaat geworden. Vergis je niet, hij is kritisch en heeft zijn meningen, maar die geeft hij vooral off the record. Rogge vertelt niet graag leugens. Verder verafschuwt hij fanatisme. Hij respecteert andere meningen, maar vindt dat op een goed moment een compromis bereikt moet worden.”

En Rogge is een bescheiden mens, die wars is van uiterlijk vertoon of heldenverering. Vandeweghe: „Waaraan hij niet moet denken is dat vrijdag bij de stemming, volgens een oud gebruik, het oudste IOC-lid opstaat en voorstelt om bij applaus zijn herverkiezing te bekrachtigen. Dat is voor Rogge een duivels scenario.”