Druk op presidenten van Polen en Tsjechië neemt toe

De presidenten van Polen en Tsjechië worden vanuit Brussel en andere Europese hoofdsteden onder druk gezet om snel hun handtekeningen onder het Verdrag van Lissabon te zetten, nu Ierse kiezers daar mee hebben ingestemd.

De Ieren steunden het verdrag bij het referendum van afgelopen vrijdag met een opmerkelijk ruime marge, 67,1 procent tegen 32,9 procent. Daarmee maakten ze hun afwijzing van vorig jaar juni ongedaan. Toen stemde 53,4 procent tegen en 46,6 procent voor. Met hun ‘nee’ van vorig jaar stortten de Ieren de EU in een crisis, omdat het verdrag pas in werking kan treden als alle landen het hebben geratificeerd.

Alleen de handtekeningen van de Poolse president Lech Kaczynski en zijn Tsjechische collega Václav Klaus ontbreken nu nog. De verwachting is dat Kaczynski snel zal tekenen. „Dat is een kwestie van dagen”, zei Pawel Wypych, een naaste medewerker van de Poolse president dit weekeinde.

Klaus heeft aangekondigd dat hij zal wachten tot het Tsjechische grondwettelijke hof zich heeft uitgesproken over een klacht die parlementariërs vorige week indienden tegen het verdrag. Dat kan weken of zelfs maanden duren. In Brussel wordt daarom druk nagedacht over manieren om de Tsjechen onder druk te zetten.

Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie, suggereerde zaterdag dat hij samen met het Europees Parlement en met de EU-regeringen een oproep zal doen aan Klaus om snel te tekenen. Zo’n gemeenschappelijke oproep is uitzonderlijk.

De komende dagen is er al spoedberaad over ‘het Tsjechische probleem’. Zowel Jan Fischer, de Tsjechische premier, als Fredrik Reinfeldt, de premier van EU-voorzitter Zweden, komt naar Brussel voor overleg met Barroso.

Dat ‘Lissabon’ nog altijd niet in werking kan treden is op zijn minst lastig voor Europese leiders. Aan het einde van de maand verloopt de zittingstermijn van de Europese Commissie af. Onduidelijk is nu of de nieuwe Commissie moet worden benoemd op basis van het huidige Verdrag van Nice of op basis van het Verdrag van Lissabon. Volgens ‘Lissabon’ kan elke lidstaat een eigen commissaris houden, volgens ‘Nice’ moet de Commissie kleiner worden.

‘Lissabon’ bepaalt onder meer dat er een vaste voorzitter komt van de Europese Raad, een soort EU-president. Nederland heeft daarvoor met België en Luxemburg een profielschets opgesteld. Die voorzitter moet „de statuur hebben van een staatshoofd of regeringsleider” en „aantoonbaar betrokken zijn bij de EU met een visie op het Europese beleid in al zijn onderdelen”. Ook wil de Benelux dat de voorzitter besluiten „zorgvuldig en voor alle lidstaten duidelijk te volgen voorbereidt”.

Referendum Ierland:nrc.nl/buitenland