De VARA: Rood of groot? Verheffen of verstrooien?

Huub Wijfjes: VARA. Biografie van een omroep. Boom, 639 blz., geïll. € 49,95***

Het is nogal een klus, verzucht Huub Wijfjes in de inleiding van geschiedenis van de VARA. Want waar begin je zo’n historisch onderzoek? Alle programma’s bekijken en beluisteren is onmogelijk. Je verdiepen in bekende VARA-figuren of de bestuurders? Uiteindelijk besloot Wijfjes tot een ‘biografie van een omroep’, een chronologisch verhaal over het leven van deze organisatie.

Als je zijn uitbundig vormgegeven boek na 576 tekstpagina’s dichtklapt, voel je met de auteur mee – want ook het lezen is nogal een klus. Dat ligt niet aan Wijfjes. Hij schrijft in een soepele stijl, geeft levendige beschrijvingen van alle hoofd- en bijfiguren en schuwt de anekdote niet.

Het ligt aan het onderwerp: de geschiedenis van de VARA is er een van intriges en tegenstellingen. Voeg daarbij de eeuwige complicaties en stelselwijzigingen van het omroepbestel en je hebt twee solide voorwaarden voor een buitengewoon onrustig bestaan.

Pas de laatste jaren is er een relatieve kalmte ingetreden. Misschien omdat de eeuwige opgave van de VARA – dat zij groot én rood moet zijn – iets van zijn scherpte heeft verloren. De kijkers zijn inmiddels meer in de kwaliteit dan in de tendens van de programma’s geïnteresseerd.

De relatie tussen de VARA en het socialisme is voorheen altijd moeilijk geweest. De VARA begon zijn leven in 1925 als een club van radio-amateurs. Een geregeld aanbod van uitzendingen was er niet, iedereen die wat wilde uitzenden kon zich wenden tot de Hilversumse Draadloze Omroep, een organisatie die zendtijd huurde bij een aantal fabrikanten van radio-onderdelen. In 1925 sprak de Amsterdamse wethouder F.M. Wibaut als eerste socialist voor de radio.

Toen de SDAP bij de volgende verkiezingen een flink aantal stemmen won, groeide de belangstelling voor dat nieuwe medium. Maar de partij zag niets in een stelsel van omroepverenigingen. Radio was net als water, de post en de telefoon een nutsvoorziening en die moest uit de belastinggelden betaald worden, vonden de socialisten. Er moest dus een nationale omroep komen. Dat idee deelde de SDAP met anderen, maar de geschiedenis verliep anders. De VARA maakte met de inmiddels gevormde christelijke omroepverenigingen een gezamenlijk front tegen de plannen voor een nationale omroep, en in 1928 werd besloten dat de zendtijd ‘naar billijkheid’ zou worden verdeeld onder de verenigingen. Hierdoor waren de SDAP en de VARA aan elkaar uitgeleverd.

Moesten de programma’s vooral kijkers en luisteraars trekken, of moesten ze de mensen iets bijbrengen, en dan het liefst sympathie voor de sociaal-democratie? Er werd veel over vergaderd en geruzied, waarbij kwam dat de experimenten met verregaande medezeggenschap en zelfbestuur in de jaren zeventig de vereniging jarenlang zo goed als onbestuurbaar maakten.

Toch heeft de VARA, zo benadrukt Wijfjes, een indrukwekkende reeks legendarische programma’s gemaakt, als Dingen van de Dag, Achter het Nieuws, Mies en Scène, De Ombudsman, etcetera. Hoe is dat te verklaren? Wijfjes komt er niet helemaal uit, hij houdt het in zijn epiloog op precies die opgave die de VARA altijd heeft geteisterd: tegelijkertijd groot en rood willen zijn. Een ideaal is blijkbaar zo gek nog niet.

Warna Oosterbaan