Billenknijpen bij een werkborrel

Een mislukte grap loopt uit op ruzie, ontslag en jarenlang procederen.

Is er hier nu sprake van seksuele intimidatie of niet?

De Zaak. Wanneer is er in een arbeidsrelatie sprake van seksuele intimidatie? Is het voldoende als het slachtoffer de opmerking of de handeling als intimiderend ervaart? Of mag de intentie waarmee de foute opmerking werd gemaakt meewegen?

Om wat voor incident ging het hier? Bij de kerstborrel op kantoor knijpt de directeur een werknemer (58) die met collega’s staat te praten openlijk in zijn billen en zegt er iets bij over een darkroom. De feestruimte is alleen verlicht met kaarsen. Er wordt wat gelachen.

Maar de dag erna loopt het uit de hand. De werknemer voelt zich beledigd en probeert het uit te praten. Dat mislukt, ondanks de excuses van de directeur. Een klacht bij het bestuur resulteert in een berisping voor de directeur. Hij moet de verstoorde arbeidsverhouding weer rechtbreien en krijgt te horen dat zijn positie ‘onhoudbaar’ is als het nog eens gebeurt. Een maand later meldt de werknemer zich echter ziek. Een half jaar later volgt zijn ontslag, met een ontbindingsvergoeding van 68.500 euro. De werknemer was ongeveer dertig jaar in dienst.

De werknemer gaat daarna procederen. Hij eist een schadevergoeding van bijna 270.000 euro wegens onrechtmatig ontslag. Zowel de kantonrechter als het hof wijst dat af, hoewel het hof de man 500 euro immateriële schadevergoeding geeft. De Hoge Raad heeft het laatste woord.

Welke argumenten heeft de werknemer? Wie zich seksueel geïntimideerd voelt door een opmerking en een gebaar, die is dat ook. Het argument van de directeur dat de opmerking en het knijpen voor hemzelf ‘geen seksuele lading’ heeft is onzin.

Wat verstaat de wet onder seksuele intimidatie? „Enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.”

Hoe beoordeelde het gerechtshof de feiten? Dat merkte op dat het knijpen openlijk gebeurde, net als de opmerking. Verder werd er gelachen, ook door de werknemer. Dus was er geen aantasting van de persoon en evenmin een bedreigende, vernederende of kwetsende situatie.

Wat voegt de Hoge Raad hieraan toe? Die vindt het wel van belang of degene die de omstreden opmerking maakt er zelf een seksuele lading aan toekent. Het hof schond geen rechtsregel door daar rekening mee te houden. Het incident was, in de context van een kantoorborrel, minder ernstig dan de werknemer deed voorkomen.

De onafhankelijk adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal, voerde nog aan dat de wetgever met opzet niet heeft gesproken van ‘ongewenste’ seksuele intimidatie. Juist om te voorkomen dat er in de rechtszaal gestreden zou worden over de belevingswereld van partijen, want niets is zo subjectief als de vraag wanneer ongewenst gedrag seksuele intimidatie oplevert.

De werknemer moet de kosten van de procedure vergoeden, zo’n 8.000 euro. Tussen billenknijpen en arrest zaten zeven jaar.

Folkert Jensma