Akelig recht

Terwijl het stof langs de Avenue van de Hemelse Vrede in Peking is neergedaald en het Chinese volk weer gewoon mag doen wat het liever doet dan in ganzenpas lopen, namelijk geld verdienen, klinkt de echo over de geweldige prestatie die China is nog akelig lang na. Het wordt allemaal toegeschreven aan die ene partij die het allemaal mogelijk heeft gemaakt: de Communistische Partij van China.

Zo neergeschreven oogt het vreemd: de Communistische Partij die zoveel mogelijk heeft gemaakt. Maar het is precies hetgeen waar het partijleiderschap van China steeds beter in is geworden: het eigen volk en helaas ook de rest van de wereld een oor aannaaien.

Natuurlijk mag je vieren dat je zestig jaar bestaat, maar moet dat nou zo? Had die hele viering ook maar iets te maken met hetgeen waar Chinezen voor staan? Nou en of, kraaien te veel mensen hun nieuwe Chinese vrienden na, want de Chinezen zijn verschrikkelijk trots op hun land. Kijk maar eens hoe ze allemaal op precies hetzelfde moment iets heel ingewikkelds doen waarvan niemand precies begrijpt waarvoor het dient. Dat deden ze tijdens de Olympische Spelen ook al zo knap!

In Noord-Korea verklaren we ze dan vervolgens voor gek. Maar de ganzenpas van Pyongyang is natuurlijk het werk van een moordende dictatuur.

Is het anders in China? De dictatuur daar is naar verluidt minder moorddadig, maar de trots die zij zo overtuigend tentoonspreidt door het volk te mobiliseren voor haar eigen feesten, is niet anders dan in Noord-Korea: het is opgelegde trots.

Oprechte gevoelens, zo heeft de geschiedenis geleerd, liggen in China niet op straat. En al helemaal niet op een eerste oktoberdag langs de Avenue van de Hemelse Vrede. Trots heeft in China vele gezichten. Echte trots voelen de meeste mensen voor alles wat ze eigenhandig voor elkaar hebben gekregen. En daar heeft de partij maar bitter weinig toe bijgedragen.

Ook al reden er honderdacht raketten in een perfecte rechte lijn aan de wereld voorbij. Wel erg knap trouwens.

Floris-Jan van Luyn