Werkloze middenklasse eindigt in Tent City, USA

Meer dan 3 miljoen Amerikanen zullen dit jaar dakloos zijn. Velen van hen hadden tot voor kort nog een comfortabel leven.

Coby Jackson was „echt wel lekker bezig” totdat hij ondervond hoe dun de scheidslijn eigenlijk is tussen een comfortabel middenklasseleven en het rauwe daklozenbestaan. Eerst studeerde hij, daarna stond hij aan het hoofd van de 58 obers in het Californische viersterrenrestaurant Lyons.

Totdat Lyons failliet ging. „Ik had zelfs gespaard, maar blijkbaar niet genoeg”, vertelt de 33-jarige. Het geld was binnen een maand op. „Paniek. Ik zocht naar nieuw werk. Keek naar mijn binnenkomende rekeningen. Verkocht mijn plasma-tv. De banken. En daar zat ik dan, op de grond in mijn lege appartement, toen het uitzettingsbevel kwam.”

En nu? Nu staat Coby Jackson in een cirkel met andere jonge mannen, op de promenade in het rijke Venice Beach, aan de rand van Los Angeles. Achter hem lege appartementen met posters aan de binnenkant van het raam: één slaapkamer, maandhuur 2.500 dollar. Coby ziet er verzorgd uit, pas geschoren. Het enige waaraan zichtbaar wordt dat het de groep mannen economisch slecht gaat is de beker. Er is één papieren beker zwarte koffie en de mannen hebben het deksel eraf gehaald. Niemand drinkt, maar de hete beker gaat de cirkel rond. En nog een keer, net zolang tot de koffie koud is. Ze ruiken eraan.

Coby Jackson de restaurantier. Ken Hawkins de vrachtwagenchauffeur. Trevor Guy de binnenhuisarchitect. Nicolas Tengler de klassiek gitarist.

Deze vier mannen hebben met elkaar gemeen dat ze een comfortabel leven hadden: een vast inkomen, een thuis en ze konden tevreden zijn over hun positie in de Amerikaanse maatschappij.

Toen sloeg de crisis toe. En nu wonen deze economisch daklozen in verschillende tent cities, in nederzettingen van groepjes daklozen in de buurt van Los Angeles, daklozenhoofdstad van Amerika.

Dankzij een combinatie van forse persoonlijke schulden, de hoogste werkloosheidspercentages in decennia en een huizenmarkt die zo slecht is dat er evenveel woningen worden verkocht als dat er mensen op straat gezet worden, steekt het probleem van de dakloze middenklasse op meer plaatsen de kop op. In Nashville, Tennessee; in Olympia, Washington; in Athens, Georgia; in St. Petersburg, Florida; in Hartford, Connecticut.

De tentenkampen komen even snel op als ze weer afgebroken worden en hebben zelden een adres of vaste naam. In de Depressiejaren heetten ze Hoovervilles, naar president Hoover. Ook nu hebben sommigen het over Bushvilles of Obamatowns, of, in Seattle, Nickelsville (naar de burgemeester Greg Nickels). Een enkele keer proberen autoriteiten een positieve draai aan de naam te geven, zoals een van de tentenkampen in Los Angeles dat tegen beter weten in Camp Hope genoemd wordt.

Harde cijfers over de groeiende groep economisch daklozen ontbreken nagenoeg, omdat de tentenkampen vaak zomaar ergens opgezet worden en hun bewoners on the road zijn. Hulporganisaties schatten dat dit jaar het aantal dakloze Amerikanen zal oplopen tot 3,4 miljoen. Dat is 1,5 miljoen méér dan waarmee de recessie in december 2007 begon. Ter vergelijking: in de Grote Depressie kenden de VS, met weliswaar minder inwoners, 1,2 miljoen daklozen.

Ondanks de onduidelijkheid over de exacte omvang wordt het probleem serieus genomen: in de stimuleringsmaatregelen van de regering-Obama is 1,5 miljard dollar uitgetrokken om de groeiende dakloosheid tegen te gaan.

Gisteren werd bekend dat elke werkdag nog steeds 12.000 Amerikanen ontslagen worden. Wegens het ontbreken van een solide sociaal vangnet raakt een aanzienlijk deel van deze werklozen hun huis kwijt en eindigen ze bij familie, op de bank, in motels of in de daklozenopvang. En sommigen op straat, in tenten, in de caravan, onder een kartonnen doos of in de auto. Dakloos. Van elke zes Californiërs die na hypotheekproblemen uit huis gezet worden, eindigt er één als zwerver.

Dit verhaal is een zoektocht naar die groep. Waar zijn ze? Wie zijn ze? En hoe hard is de val van de middenklasse?

Zondagavond, 22.00 uur. Venice Beach.

Tweehonderd mensen wonen op straat in deze strandgemeenschap. Dat wil zeggen: in de 21ste-eeuwse versie van tenten: in hun auto’s en campers. Dat is illegaal, en huiseigenaren klagen over zwervers die hun behoefte doen in voortuinen, maar het probleem groeit het lokale politiekorps boven het hoofd.

Om in te grijpen moeten agenten vaststellen dat in de campers mensen koken of slapen, maar bewoners doen simpelweg niet open als er geklopt wordt. De ramen zijn zo goed afgeschermd dat licht van binnen niet te zien is. Politici stellen een compromis voor: wijs speciale gebieden aan waar de auto’s welkom zijn.

Nicolas Tengler doet wel open, hij is hier nog niet lang genoeg om te weten of dat wel verstandig is. Tengler, die de kost verdiende als klassiek gitarist, is zo’n typische zwerver van deze Grote Recessie. Hij heeft e-mail, een eigen website en visitekaartjes. Alles om weer werk te vinden. Ook voor al uw verjaardagspartijtjes.

Hij pakt een netjes in plastic verpakte CD uit de doos onder de tafel. ‘Nicolas Tengler Collection’ is de titel, grijs tegen een gouden achtergrond. Achterop een flamencogitaar, een zee met ondergaande zon en dertien liedjes uit zijn repertoire. Gipsyrock. Samba pa ti. Have you ever really loved a woman. Hij houdt ook binnen zijn leren jas aan, zijn zwarte hoed op, het hoort bij wie hij is als artiest. En de hoed verbergt zijn kalende hoofd. Want dat zou afbreuk doen aan zijn imago als romantisch gitarist. „Ik ben echt niet zo onnozel als ik eruit zie.”

Tot anderhalf jaar geleden woonde de 50-jarige Tengler in Las Vegas, 475 kilometer verderop. Zijn werkgever was het bekende Venetian Casino. Elke avond speelde hij er, de nummers die toeristen ook kennen zonder tekst. „En toen zakte de economie in.”

Met ingehouden trots laat hij zijn Coachmen-camper zien, in een woonwijk op loopafstand van de promenade. Tweedehands. Zeven meter lang. Hij betaalde er 12.000 dollar voor, zijn laatste spaargeld, en het plastic blijft om de bekleding, want dan verslijt het niet. En dan die generator hè. „Net een echt huis.” Voor hem staat er nog zo eentje, achter hem ook.

Voor Tengler is het duidelijk: er zijn gradaties. „Ik ben niet zó dakloos als al die anderen hier. Die hebben echt niks meer.” Dan begint hij zelf over de historische roman Grapes of Wrath (vertaald als De druiven der gramschap) van John Steinbeck, uit 1939.

Dat is het ultieme Depressieboek waarin de trek naar Californië, op zoek naar een minder armlastig leven, beschreven wordt. „Maar dat is heel anders dan mijn leven. Ik behoorde niet tot de arbeidsklasse.” Hij ís namelijk middenklasse, betoogt hij. Hij heeft immers nog een huis in Las Vegas, dat hij onderverhuurt. Op eigen houtje kon hij de hypotheek niet meer kon aflossen, hij moest dus een huurder vinden om de kosten te helpen dragen en zelf werd hij gedwongen honderden kilometers verderop op zoek naar werk te gaan. „Ik héb tenminste nog een huis. A big thing. Ik voel me een bevoorrecht mens.”

Dat optimisme probeert hij tegen beter weten in uit te stralen als hij vrouwen tegenkomt. Het werkt wel, merkt hij. Tot ze ooit met hem mee willen aan het einde van de avond. Dan vertelt hij het. „Ik ben dakloos, ja, dakloos.” En lachen ze. „Ik probeer dan maar niet al te lang over mijn plek in deze maatschappij na te denken. Jezus had ook maar weinig toen ze hem aan het kruis hingen.”

Maandagochtend, 6.00 uur. Venice Beach.

Bij de lokale bibliotheek zijn de daklozen dan bezig met hun ochtendritueel. Kreunend opstaan. Een eerste slok nemen. Inpakken voordat de bibliothecaris komt. Dit zijn de chronisch daklozen van Venice Beach. Ze hebben verslavingsproblemen, geestelijke problemen. En ze kijken neer op de nieuwelingen, die daar aan het strand. Die weten van toeten noch blazen, zeggen ze vol senioriteit en beroepstrots.

Dutch, 62, een van die nieuwkomers en een economisch dakloze, zegt het tegenovergestelde. Als lid van de middenklasse ben je voorbereid op het zwerversleven, weet je wat het is om elke dag weer te moeten vechten voor het voortbestaan. Al die rekeningen. Ziektekosten. Woonlasten. „Eén fout, en welkom in Venice.” Een „one shot miss”, noemt Dutch dat. En hij weet waarover hij spreekt. Gevoelsmatig staat hij nog steeds met één voet in zijn vroegere leven. Kijk naar zijn bruine broek, netjes en schoon. En zijn wandelschoenen, daarmee trok hij er vroeger op uit.

Hij wil zijn achternaam niet geven. Niet dat hij zijn baan er door zou kunnen verliezen, de weigering is ingegeven door pure schaamte. Niet zo lang geleden had hij nog een baan en noemde hij zichzelf de „house doctor”. Dat was in de tijd dat de huizensector de grootste economie ter wereld nog zo fijn draaiende hield. In de praktijk was Dutch klusjesman. Hij ontstopte wc’s. Legde bedradingen aan. Deed schilderwerk. „Ik verdiende geld alsof het uit mijn kont kwam.”

Maar toen de miljonairs geen nieuwe badkamers meer nodig hadden, legt hij uit, werd de voedselketen onderbroken. Hij kon de huur niet langer betalen. En hij trok naar Californië, op zoek naar lotgenoten en daarmee een beschermende omgeving.

Een bevriende dakloze, Peter, heeft naar de voorbij rennende joggers met hun hagelwitte schoenen en hun iPods in de hand staan kijken, maar mengt zich dan in het gesprek. „Ik ben echt ontevreden met dit leven. Ik doe maandenlang met mijn was. Glip openbare wc’s in om mijn behoefte te doen. Ik neem koude douches op het strand, het is vernederend.”

Dutch: „Maar je bent toch een artiest nu?”

Peter: „Ja, een van de honger omkomende artiest.”

Dutch: „Soms denk ik: wij zijn hier in een reality tv-programma beland.”

Maandagmiddag, 14.00 uur. Ontario

Zo onzichtbaar als de nieuwe daklozen in hun auto’s en campers in Venice Beach of zo mobiel als ze willen zijn op de promenade, zo zichtbaar en immobiel zijn ze een uur verderop in Ontario, aan de oostrand van Los Angeles. In de driehoek tussen landingsbaan, snelweg en spoorlijn staan ruim dertig grijsblauwe koepeltentjes. Een enkele familietent, bij de ingang een bureaustoel. Tussen de bomen en de tenten hangt landbouwplastic als bescherming tegen de regen. Ernaast, in de modder, een fiets, en tonnen om vuur te stoken. Klassieker krijg je het beeld niet: de ton is de zwerversverzamelplek bij uitstek, daar waar roddels, nieuwtjes en vooral klachten worden uigewisseld. Boven een tent steekt een Amerikaanse vlag uit.

Hier wonen ongeveer honderd daklozen, zonder riolering, zonder stromend water, zonder elektriciteit. De stad zegt goed voor de groep te zorgen, de daklozen zelf beleven het tentenkamp als opsluiting. Afval wordt opgehaald. Er wordt eten bezorgd. Er zijn wccabines. Een politieagent patrouilleert maar blijft bij deze regen liever in zijn auto rondjes rijden op het terrein met een hek eromheen. Officieel is hij er om buitenstaanders binnen te houden, maar Ken Hawkins voelt zich erdoor in zijn bewegingsvrijheid beperkt. Nergens anders wil de politie van Ontario namelijk voor de veiligheid van de groep instaan; en dus rest ze niets anders dan hier te blijven.

En dat terwijl mobiliteit zo belangrijk is voor Hawkins (60). Hij was vrachtwagenchauffeur, woonde nagenoeg in zijn wagen, kreeg een ongeluk, was niet verzekerd en belandde daarna vol schulden voor de nekoperatie bij zijn zus op de bank. Hij zet zijn pet af, trekt de grijze trui naar beneden. Kijk maar naar zijn litteken.

Zijn zus leek geen medelijden te hebben. „Zij vroeg steeds meer geld voor die bank. Eerst 400, toen 1.000 dollar per maand.” En dus vertrok hij meer: „Tot zover mijn familie.”

Nu is hij werkloos én dakloos. Californië kent 2,2 miljoen werklozen zoals Hawkins, waarmee het werkloosheidspercentage op 12 procent komt. Dat is sinds de Tweede Wereldoorlog niet zo hoog geweest. Elke maand worden in deze staat, net als in heel Amerika, minder mensen ontslagen, maar het totale aantal werklozen blijft toenemen. En wat meer zorgen baart: het aantal langdurig werklozen stijgt ook. Een derde van de baanlozen heeft al langer dan een half jaar geen werk, ongehoord voor de eens zo flexibele economie als de Californische.

Hawkins zegt net als miljoenen anderen geen enkel uitzicht op werk of huis te hebben. „Maar ik moet iets dóen. Dus wandel ik. Op en neer.” Handen in de zak voorop zijn grijze capuchontrui, rug zo recht mogelijk, anders doet elke stap pijn. Hij maakt hetzelfde rondje, zeven, acht, negen keer per dag. Binnen is ook maar niks.

De stad noemt het terrein geen tentenkamp maar rest area, in de hoop dat het doet denken aan een snelwegafrit met een wc en een picknicktafel.

Net zoals in andere samenscholingen van daklozen is het hier moeilijk vast te stellen wie al langer op straat leeft en wie door de economie gedwongen was hierheen te komen. Maar dat de toestroom van die laatste groep aanzienlijk is, daarover twijfelt niemand. Toen de stad Ontario deze gemeenschap in 2007 begon, schoolden op de verlaten plek dertig daklozen samen. Schielijk vertienvoudigde zich dat, met excessen tot gevolg. Bendes probeerden daklozen af te persen. Ex-gevangenen werden hier door gevangenispersoneel afgezet. Een moeder woonde met haar zes maanden oude baby in een tent. De gemeente werd door de omstandigheden gedwongen in te grijpen en besloot dat iedereen die geen band met de stad kon aantonen weg moest. Die moesten maar ergens anders dakloos gaan wezen.

In de nieuwe, meer permanente opzet van 170 inwoners zijn er zelfs Californiërs die misschien geen huis, maar nog wel een baan hebben. Een aantal werkt bijvoorbeeld bij machinefabriek South Precision Machining, een toeleverancier voor de luchtvaart. Maar ook daar gaat het slechter, hoort Hawkins bij het kampvuur van ze. „Ook zij lopen het risico hun baan te verliezen.”

Maandagavond, 19.00 uur, Santa Barbara

Santa Barbara is alles wat Ontario niet is. Het is er schoon. Aangeharkt. Weldadig. En het heeft niet één terrein aangewezen waar de nieuwe daklozen dan maar moeten samenscholen.

Het heeft er zeventien.

Zoals alles in Santa Barbara, een rijke kustgemeente aan de noordzijde van de metropool Los Angeles, is ook de economische neergang gereguleerd. Elke avond om zeven uur rijden economisch daklozen, 84 in totaal, parkeerplaatsen verspreid over de stad op in hun auto’s of campers. De stad heeft hun vergunningen gegeven om de nacht op deze parkeerplaatsen door te brengen, zolang ze ’s ochtends om zeven uur maar weer weg zijn. Ze zijn welkom, zolang ze maar onzichtbaar blijven. Op het overtreden van deze regels staan boetes. De eerste keer kost het 50 dollar, daarna 100 dollar per overtreding.

De stad koos voor deze benadering omdat de aan de recessie gerelateerde armoede onvermijdbaar werd. Het aantal daklozen in de slechtere delen van Los Angeles nam toe en een deel van hen week uit naar de randgemeenten, waardoor bijvoorbeeld Santa Barbara het aantal nieuwe daklozen zag stijgen. Het werd zo onontkoombaar dat voor regulering een opgewekte naam werd gekozen: Safe Parking Program van de organisatie New Beginnings.

Wie er een dakloze wil spreken, moet hem 50 dollar betalen als bijdrage aan het levensonderhoud. Dat is niet onderhandelaar en anders treedt de politie op wegens lastigvallen. Amerika blijft ook in crisistijd Amerika: zelfs dakloos zijn moet geld opleveren.

Guy Trevor is een van die daklozen. Zijn verhaal is indicatief voor de neerwaartse mobiliteit die overal in de VS te zien is. Of, zoals hij het zelf zegt, „wat mij overkomen is staat velen in onze economie te wachten”.

Trevor, 53 jaar oud, draagt zwarte Adidas-sportkleding en dure plastic klompen, hij is het nou eenmaal gewend zich zwart en in stijl te kleden. Toen hij nog werkte, was Trevor binnenhuisarchitect in het Californische Palm Springs. Zijn specialiteit: het inrichten van modelwoningen. Afhankelijk van zijn bonussen verdiende hij tussen 100.000 en 150.000 dollar per jaar. Terecht, ook, „want ik was er echt goed in”.

Het leven was uitstekend en het zuiden van Californië was een van de plekken waar het niet op leek te kunnen in de Amerikaanse huizenmarkt. „Totdat de zaken in één keer ophielden.” Dat was de zomer van 2007, en binnen twee maanden „was de branche uitgestorven. We waren allemaal te duur en de markt stopte er gewoon mee. Zo simpel als wat”.

Zijn spaargeld was al op, dat was in de scheiding van een paar jaar eerder gaan zitten. Maar echt zorgen had hij zich nooit gemaakt, hij had immers een mooi huis, ooit gekocht voor 315.000 dollar. Dat kon alleen maar meer waard worden, niet? Totdat de huizenmarkt ook inklapte en zijn huis nog maar 150.000 waard is, terwijl hij wel vast zat aan zijn oude hypotheeklasten. Under water, heet dat principe.

Trevor werd ontslagen (zijn voormalige werkgever Interior Specialists bevestigt zijn verhaal), en besloot, om aan geld te komen, dan maar zijn uit Thailand geïmporteerde kunst te verkopen. Het hielp maar even, en de woning zelf volgde al snel. Depressiviteit volgde ook. „Logisch. Baan weg. Huis weg. Niets aan de maatschappij kwam me meer bekend voor. Ik was flink gedesoriënteerd.”

Zes maanden lang woonde Trevor in zijn pick-uptruck, totdat ook die lening niet afbetaald konden worden. Die truck werd daarop ook teruggenomen en voor 4.500 dollar kocht hij de bedompte en bruin ingerichte camper waarin hij nu zijn verhaal vertelt.

Zijn dag ziet er zo uit. Om vijf uur staat hij op, dan mediteert hij tot half zeven, luistert hij naar de radio, stapt hij onder de douche en scheert hij zich. Dan begint het onderhoud aan zijn camper, want dat weten mensen niet die in een huis wonen: er gaat veel tijd zitten in zo’n voertuig. Elektriciteit, gas, sanitair. „Een eindeloos project.” En dan is het alweer bijna avond.

Trevor wijst naar een andere camper, aan de andere kant van de parkeerplaats onder de palmbomen. Daar staat een stoel buiten, en een ingelijst schilderij. Hij schampert. Door dat soort mensen krijgt dakloos zijn een slechte naam, zegt hij. „Ze willen niet dat het er hier uitziet als een stad vol zwervers. Please, het is wel Santa Barbara hè. Ze proberen hier nog wat huizen van een miljoen te verkopen.”

Een jaar geleden had hij zich nooit kunnen voorstellen dat hij zelf dakloos zou worden. Nu is hij „een archetype van een catastrofe. Ik weet zeker dat er veel mensen met een opleiding en intelligentie in hun auto wonen.”

En daarom, hij kan het niet laten, toch nog even wat advies van de voormalige adviseur: als iemand geld over heeft om te investeren, vergeet de huizenmarkt. Koop nu oude campers. Grote kans dat de vraag ernaar de komende jaren toeneemt.

Dit is een voorpublicatie uit Meer meer minder: Amerikanen en hun grote recessie van Freek Staps, dat vandaag verschijnt. Lees meer reportages over hoe de crisis Amerikanen treft op nrc.nl/minder