Verbod op softdrugs bestreden

Coffeeshophouders uit Bergen op Zoom en Roosendaal houden vol: ze willen softdrugs verkopen. Sinds 16 september geldt daarop in hun gemeenten een verbod. De ondernemers probeerden gisteren bij verschillende rechters het drugsbeleid van de Brabantse gemeenten onrechtmatig te laten verklaren.

Zes coffeeshophouders bepleitten bij de civiele rechter in Breda dat het drugsbeleid ongeoorloofd is. Eén van de zes stapte met drie andere coffeeshopeigenaars ook naar de bestuursrechter. Daar eisten hun advocaten dat het verkoopverbod wordt opgeschort, tot een beslissing is genomen over de bezwaren tegen de nieuwe horecavergunning. Daaruit is de bepaling geschrapt ze softdrugs mogen verkopen. Daarnaast vroegen de vier de bestuursrechter ook het drugsbeleid als geheel af te wijzen. „We zetten alle gerechtelijke middelen in”, aldus Harry van Nieland, een van hun advocaten.

Twee keer klonken dezelfde argumenten: er zijn minder vergaande maatregelen tegen overlast mogelijk, er was weinig tijd om van coffeeshops ‘normale’ horeca te maken en er is geen compensatie voor inkomensverlies. Ook zou de volksgezondheid in het geding zijn, omdat burgers zijn aangewezen op illegale handel. En: burgemeesters zouden hun persoonlijke overtuiging hebben doorgedrukt.

Advocaat Bas Roozendaal van de gemeenten ontkent alle aantijgingen en wil de ondernemers niet ontvankelijk laten verklaren. Mocht dat niet lukken, dan is er volgens Roozendaal nog altijd de Opiumwet – die softdrugs ondanks het gedoogbeleid officieel nog altijd verbiedt – om de verkoop van drugs te voorkomen.

Uitspraak 16 oktober.