Utrechts orkest heeft artistieke troef

Klassiek Nieuwe Philharmonie Utrecht o.l.v. Johannes Leertouwer. Gehoord: 1/10 Amersfoort, herh. 3/10 Vredenburg Leidsche Rijn Utrecht. Inl: www.philharmonieutrecht.nl***

„Denk er nog eens goed over na”, luidde de eerste reactie van minister Plasterk (Cultuur) op de oprichting van een nieuw Utrechts symfonieorkest. Is het aanbod niet al overvol ten opzichte van het teruglopend concertbezoek?

Juist om die reden is de Nieuwe Philharmonie Utrecht opgericht. Symfonische muziek, stellen de initiatiefnemers, moet via educatieprojecten en informele concerten weer meer onder de aandacht van Utrechtenaars worden gebracht, voor het eerst sinds het Utrechts Symfonieorkest vierentwintig jaar geleden werd opgeheven.

Het nieuwe orkest, dat speelt op projectbasis, heeft bovendien een belangrijke artistieke troef: het spelen op ‘oude’ instrumenten, ook in het repertoire van ná 1900. Het allereerste concert gisteravond in het Amersfoortse kerkje K.C. de Brug (vanavond als officieel openingsconcert in Vredenburg Leidsche Rijn) was geheel twintigste-eeuws.

Het lijkt een statement van dirigent Johannes Leertouwer. De meeste darmsnarige orkesten gaan niet verder dan Brahms en Schumann. Maar Stravinsky’s ballet Pulcinella (1920) ligt dankzij het geraffineerde hergebruik van 17de-eeuwse melodieën eigenlijk heel dicht bij het barokgevoel dat wordt opgeroepen.

Natuurlijk beschikt een orkest-in-oprichting niet direct over homogene instrumentgroepen of trefzeker afgestemde akkoorden. Maar beurse plekken en de wat houterige gestes van Leertouwer ten spijt overheerst een veelbelovende spontaniteit. Hoog opvlammende uitbundigheid wordt niet gladgestreken, alleen al de twee contrabassisten beukten er lustig op los. Aanstekelijk, net als het korte theatrale aandeel van bas David Wilson Johnson.

Meer gewenning voor het moderne oor vergt een ‘authentieke’ uitvoering van Ravels verfijnde ballet Ma mère l’Oye (1912). Het resultaat klinkt heser en rafeliger dan gewoonlijk, maar daarom niet minder kleurrijk. Met de relatief kleine bezetting van zo’n 44 musici wordt een transparant totaalbeeld geschetst, waardoor de groots opgebouwde finale des te meer imponeert.