Schimmelviool is misschien juist wel een uitkomst

In de brievenrubriek van 26 september stelt J. James dat de nieuwe techniek om violen te maken, met een schimmel die het hout ietwat aantast, wel tot niets zal leiden. Er is immers al zoveel geprobeerd. Toch meen ik dat hier wel eens sprake kan zijn van een doorbraak. In een viool wordt de trilling van de snaar via de kam overgebracht op het houten lichaam. De constructie van de klankkast laat ik nu even in het midden, het belangrijkste is dat het hout stug of slap kan zijn. Is het hout stug, dan wijkt het maar weinig uit en wordt er nauwelijks lucht in beweging gebracht. Er ontstaat weinig klank. Neem echter eens aan dat het hout slap is. Het wijkt ver uit en de klankkast trilt flink. Dan wordt er veel lucht in trilling gebracht en hoor je een volle en warme klank. De bepalende factor voor de klank moet de verhouding zijn tussen uitwijking en kracht van het hout. Welnu, men zal de klank van een viool kunnen verbeteren door het hout slapper te maken. Ten tijde van Stradivari beschikte men door natuurlijke omstandigheden over zulk hout. Tegenwoordig haalt men er een schimmel bij. Dat deze aanpak tot topinstrumenten zal leiden, is zeer voor de hand liggend. Het pessimisme van J. James deel ik dus zeker niet. Het resultaat zal ik met genoegen beluisteren.