Roem is geen excuus maar ook geen misdaad

Sommigen pleiten Polanksi vrij om wie hij is, anderen willen hem juist extra straffen. Maar recht hoort blind te zijn.

Brits-Nederlands schrijver. Studeerde Japanse film in Tokio van 1975 tot 1977 en werkte er tot 1980 als fotograaf en documentairemaker

Wie is gebaat bij de gevangenschap van Roman Polanski? Nadat hij in 1977 in Los Angeles was aangehouden wegens de vermeende verkrachting van een dertienjarig meisje, bekende Polanski schuld aan het lichtere vergrijp van onwettig geslachtsverkeer met een minderjarige. In de overtuiging dat rechter Laurence J. Rittenband (overleden in 1993) zou terugkomen op zijn belofte Polanski na 42 dagen in een Californische gevangenis te laten gaan, ontvluchtte de regisseur de VS in 1978 voordat het vonnis was gewezen.

Sindsdien heeft het slachtoffer van Polanski’s seksuele vergrijp, Samantha Geimer, hem in het openbaar vergeven en de wens geuit dat de aanklacht wordt ingetrokken. De reden om Polanski nu nog te vervolgen kan dan ook niets met de rechten of gevoelens van het slachtoffer te maken hebben. Evenmin is het waarschijnlijk dat Polanski, getrouwd en vader van twee kinderen en verder zonder strafblad, zijn vergrijp nog eens zal herhalen. De samenleving is er dus niet werkelijk mee gediend om hem alsnog te dwingen in Los Angeles terecht te laten staan. Kortom, niemand wordt veel wijzer van zijn arrest in Zwitserland, een land dat bij verdrag verplicht is vluchtelingen voor de Amerikaanse justitie uit te leveren.

De reacties op zijn onfortuinlijke lot zijn, vooral in Frankrijk, echter wel héél erg schril. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner gebruikte het woord ‘sinister’. Frédéric Mitterrand, de minister van Cultuur, sprak van „een griezelig Amerika dat zojuist zijn gezicht heeft laten zien”. Volgens oud-minister van Cultuur Jack Lang „was het Amerikaanse rechtsstelsel dolgedraaid”. Hij had het ook nog over „een helse machine” die zich „blindelings” voortbeweegt.

Hels of niet, we mogen stellen dat het recht blind hoort te zijn, in die zin dat niemand boven de wet staat en dat zelfs de grootste regisseur niet het recht heeft zich eraan te onttrekken. Maar juist dat wordt door veel mensen betoogd, onder wie collega’s uit de filmwereld als Pedro Almodóvar, Wim Wenders en Ettore Scola. Zij vinden het ontoelaatbaar dat een kunstenaar van Polanski’s formaat om wat hij heeft gedaan, wordt gearresteerd.

Polanski is Frans staatsburger. Waarschijnlijk is Frankrijk coulanter voor zijn kunstenaars dan de VS. Na een leven als dief en kleine crimineel zou de schrijver Jean Genet in 1943 eens te meer wegens diefstal zijn veroordeeld, toen Jean Cocteau verklaarde dat Genet een literair genie was. Een Franse rechtbank, bang om een letterkundig meester al te hard te vallen, verlaagde zijn straf. Het is in Frankrijk een eerbetoon aan groot talent om kunstenaars meer ruimte te gunnen dan mindere personen.

Misschien blijkt hieruit dat Frankrijk ‘beschaafder’ is dan de VS. De Amerikanen, en tot op zekere hoogte ook de Britten, brengen soms een ander soort eerbetoon aan beroemde kunstenaars. Wie op wangedrag wordt betrapt, wordt vaak extra hard aangepakt, niet alleen door rechtbanken, maar ook door de populaire pers. Los van de krantenverkoop is dit een vorm van populisme die graag wil laten zien dat ook de beroemdste mensen geen haar beter zijn dan wij. Denk aan Oscar Wilde, die net als Polanski een toevlucht in Parijs vond.

Een schrijnend voorbeeld was de zaak ‘Fatty’ Arbuckle, een komisch acteur ten tijde van de stomme film in Hollywood. Toen in 1921 een meisje beweerde dat ze op een feestje van hem was verkracht en enkele dagen later overleed, werd Arbuckle in de pers aan de schandpaal genageld en tot tweemaal toe veroordeeld wegens verkrachting en moord. Bij zijn derde proces bleek hij onschuldig. Het meisje stond bekend als chanteur en de oorzaak van haar dood had niets met het feest van Arbuckle te maken. Maar de carrière van Arbuckle was voorgoed verwoest – de dupe van een ambitieuze openbare aanklager en de schandaalpers.

Polanski was niet onschuldig, maar ook hij is mogelijk benadeeld door de combinatie van een rechter die het had gemunt op een beroemdheid (met een enigszins louche reputatie, en nog joods bovendien) en een op sensatie beluste pers. Misschien is de VS wat dit betreft minder ‘beschaafd’ dan Frankrijk, maar het is wel democratischer. Dat ieder mens volgens de wet gelijk behandeld moet worden is een loffelijk aspect van de democratie. Maar in het fanatisme waarmee gekozen ambtsdragers en massamedia de publieke opinie bedienen door begaafde kunstenaars extra hard aan te pakken, toont de democratie haar minder bekoorlijke gezicht.

Alexis de Tocqueville, de meesterlijke Franse beschouwer van de Amerikaanse democratie, zag dit in de jaren dertig van de negentiende eeuw al aankomen toen hij schreef dat „de Amerikanen zo gecharmeerd zijn van gelijkheid dat ze liever gelijk zijn in slavernij dan ongelijk in vrijheid”. De prijs voor een democratie als de Amerikaanse was volgens hem artistieke middelmatigheid en publieke conformiteit. Ook dat was overdreven, maar hij had niet helemaal ongelijk. Als te veel eerbied voor grootheden kenmerkend is voor een samenleving die nooit helemaal van haar aristocratische wortels is losgekomen, dan is te weinig achting een teken van bekrompenheid.

Wat moet Polanski nu doen? In een ideale wereld zou hij bereid zijn terug te keren naar Los Angeles en zijn rechters tegemoet te treden in de hoop dat zijn zaak geseponeerd zal worden. De Amerikanen kunnen tenslotte ook edelmoedig zijn. Het is niet onwaarschijnlijk dat het zo zou gaan. De rest van zijn leven zou de regisseur dan vrij zijn om te gaan en te staan waar hij wil.

Maar de wereld is helaas niet ideaal en het risico om in een Amerikaanse gevangenis te worden opgesloten is hem misschien te groot. Als hij dus besluit om zich aan de Amerikaanse rechtspraak te onttrekken, zou dit volkomen begrijpelijk zijn. Of het ook bewondering verdient, is een andere vraag.