Nobelprijzen verdienen betere winnaars

Elk jaar in de vroege herfst regent het Nobelprijzen. Hulde voor de excellente wetenschap op de vierkante millimeter! Geef de prijs liever aan wetenschappers die oplossingen aandragen voor wereldproblemen, meent de fysicus Frans Saris.

Het is weer tijd voor een Nederlander die een Nobelprijs wint. Zo plompverloren tartte Maria van der Hoeven enkele jaren geleden, als minister van Onderwijs, de Nederlandse wetenschappers op het zestigste verjaarsfeest van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Sommige Nederlanders denken dat wij inderdaad geen Nobelprijs meer wonnen sinds Gerard ’t Hooft en Martinus Veltman in 1999 de Nobelprijs voor natuurkunde kregen „voor het ophelderen van de kwantumstructuur van elektrozwakke wisselwerkingen in de fysica”. Maar het kan toch bijna niemand zijn ontgaan dat maar liefst negen Nederlanders de Ig Nobelprijs kregen? De laatste was Johanna Bronswijk (Eindhoven) die in 2007 de biologieprijs kreeg voor „het tellen van alle mijten, insecten, spinnen, pseudoschorpioenen, schaaldieren, bacteriën, algen, varens en schimmels met wie wij elke nacht het bed delen”.

De Ig Nobelprijs is een parodie op de Nobelprijs en wordt ieder jaar, een week voor de bekendmaking van de echte Nobelprijswinnaars, uitgereikt voor tien onderzoeken waar je eerst om moet lachen, maar die je dan aan het denken zetten (zie improbable.com/ig).

De Ig Nobelprijs steekt de draak met nobele motieven van wetenschappers, met de rigide disciplinaire indeling en met de geringe mondiale relevantie van zijn grote broer.

Zou toekenning van de Nobelprijzen niet veel meer een politieke daad moeten zijn? Het instituut Nobelprijs heeft internationaal een enorme publieke impact die veel beter valt uit te buiten. Naast wetenschappelijke excellentie zou het Nobelcomité mondiale relevantie moeten belonen.

Kwantummechanica en de bom

In 1901 waren de eerste Nobelprijzen voor natuurkunde (Röntgen), chemie (Van ’t Hoff), geneeskunde/fysiologie (Von Behring), literatuur (Prudhomme) en vrede (Dinant en Passy). In 1969 kwam er een zesde prijs bij, voor economie (Jan Tinbergen en Frisch).

Meer dan een eeuw later is de indeling nog precies dezelfde, terwijl zich enorme verschuivingen hebben voorgedaan in de wetenschapsbeoefening. De echt spannende wetenschap speelt zich af aan de randen van de klassieke disciplines, in het gebied tussen twee of zelfs meer specialismen. Ongetwijfeld was de vorige eeuw de eeuw van de natuurkunde. De kwantummechanica, de bom, de computerchip en de laser hebben niet alleen onze samenleving dramatisch veranderd, maar ook ons hele wereldbeeld. Het is echter moeilijk vol te houden dat de hegemonie van de natuurkunde zich voortzet in de 21ste eeuw. Leven wij nu niet in de eeuw van de biologie en biotechnologie, van de mens en levenswetenschappen? Maar er is nog steeds geen Nobelprijs voor biologie.

Is dat de reden waarom Edmund Wilson en Frans de Waal nog geen Nobelprijs kregen voor hun ontdekking van de evolutionaire oorsprong van moreel gedrag? In 1975 viel zowat de hele wetenschappelijke wereld nog over Ed Wilson heen om zijn ‘sociobiologie’, waarin hij alle sociaal levende dieren inclusief mensen in een boek behandelde.

Time Magazine koos vorig jaar Frans de Waal als een van de honderd meest invloedrijke mensen van onze tijd, omdat hij had laten zien dat apen de belangrijkste kenmerken bezitten van moreel gedrag. Of neem Craig Venter en Francis Collins, die in 2000 door Bill Clinton op het Witte Huis werden uitgenodigd om te worden geëerd voor het in kaart brengen van al ons DNA in het menselijk genoom. Maar een Nobelprijs voor biologie zit er voor hen niet in, want die bestaat nog steeds niet.

Tot ieders verrassing werd in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede toegekend aan het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en aan Al Gore voor „het vergroten en verspreiden van de kennis over de door de mens veroorzaakte klimaatverandering en voor het bevorderen van maatregelen om deze tegen te gaan”. Een onbekend groot aantal Nederlanders deelde in deze Nobelprijs 2007, als specialisten in de verschillende onderzoeksgroepen van het IPCC. Zij werden bij de uitreiking in Stockholm vertegenwoordigd door Bert Metz (Utrecht) die als covoorzitter van de IPCC was uitgenodigd.

Het politieke effect van deze keuze van het Nobelcomité is enorm geweest en speelt nog steeds een belangrijke rol, zoals blijkt uit het gedrag van de wereldleiders aan de vooravond van de klimaattop in Kopenhagen. Dit stemt hoopvol, want we kunnen ons nog herinneren hoe in 1995 het Nobelcomité aandacht vroeg voor het ozongat in de atmosfeer, hetgeen ertoe geleid heeft dat alle landen het snel eens werden over het uitbannen van cfk’s. Nu de prijs zo’n enorm prestige heeft en zulke belangrijke politieke effecten kan hebben, waarom neemt het Nobelcomité dan niet zijn verantwoordelijkheid door excellente wetenschappers te belonen die bijdragen aan het oplossen van andere mondiale problemen?

Uitsterven van soorten

Klimaatverandering is de eerste van acht factoren die een duurzame ontwikkeling van het leven op aarde op het spel zetten, zoals het wetenschappelijk tijdschrift Nature van vorige week, 24 september, beschrijft. Biodiversiteitverlies is de tweede. Het uitsterven van soorten is onvermijdelijk in de evolutie. Maar het tempo waarin dit uitsterven zich nu voltrekt, is ongekend. Uit onderzoek aan fossielen blijkt dat vóór de industriële revolutie het verlies aan biodiversiteit niet groter was dan één per één miljoen soorten per jaar. Op dit moment is dat honderd tot duizend keer zoveel; 30 procent van alle zoogdieren, vogels en vissen wordt bedreigd met uitsterven voor het eind van deze eeuw. Dat dit zo niet kan doorgaan, is wel duidelijk. Maar er is nog lang niet genoeg onderzoek gedaan om te weten wat een veilige grens is voordat voedselketens en ecosystemen op aarde compleet en definitief instorten.

Moderne landbouw is factor nummer drie die de toekomst van onze planeet op het spel zet. De stikstof- en fosforcyclus is de belangrijkste oorzaak van milieuvervuiling. Zo’n 120 miljoen ton stikstof uit de atmosfeer wordt jaarlijks omgezet in een reactieve vorm in kunstmest voor onze voedselproductie en komt langs die weg in het milieu. Lachgas, N2O, is een gevolg en een veel sterker broeikasgas dan CO2. Fosfor is een mineraal dat wordt gebruikt in heel veel producten, van tandpasta tot kunstmest. Ongeveer 20 miljoen ton fosfor wordt ieder jaar uit de aarde gehaald waarvan bijna de helft zijn weg vindt naar de oceanen en het water troebel maakt. Paleontologisch onderzoek heeft aangetoond dat dergelijke hoeveelheden fosfor, uit bijvoorbeeld vulkanisme, in het verleden hebben geleid tot het massaal uitsterven van leven in zee. Dit kan zo niet doorgaan. Hoe voeden we straks 9 miljard mensen?

Andere kritische milieufactoren die alle aandacht verdienen, zijn de concentratie van ozon in de atmosfeer die nodig is om ons te beschermen tegen ultraviolet licht; de verzuring van oceanen, waardoor koraalriffen dreigen te verdwijnen; de wereldwijde behoefte aan schoon drinkwater, die sinds de industriële revolutie meer dan vertienvoudigd is; de concentratie fijnstof en aerosolen in de lucht die ons zenuwstelsel en luchtwegen aantasten; chemische vervuiling door plastics, zware metalen en kernafval die eindeloos lang in het milieu blijven zwerven.

Wetenschappers zullen al die problemen niet kunnen oplossen. Daarvoor is de wirwar van immense economische, sociale en politieke knopen te groot. Wel is het bij uitstek een taak van de wetenschap het kritische pad te wijzen. Juist vorige week formuleerde een grote groep aardwetenschappers in Nature hiervoor een ecologisch-economische researchagenda:

Hoe werkt het ‘systeem aarde’ als biofysisch en biochemisch proces?

Waar ligt de grens van de menselijke activiteit die onze aarde kan verdragen?

Wat gebeurt er als kritische grenzen in de natuur en de samenleving worden overschreden?

Voor zijn onderzoek aan de laatste vraag kreeg Marten Scheffer (Wageningen) dit jaar de Spinozapremie, ook wel de Nederlandse Nobelprijs genoemd.

Irrelevant onderzoek

De Nobelprijs voor de Vrede is vanaf het begin een politieke keuze geweest. Ik ben bang dat de andere prijzen steeds meer in handen zijn gekomen van vakspecialisten die hun disciplines hebben ontwikkeld tot weliswaar excellent maar maatschappelijk irrelevant onderzoek. Zodat zelfs wetenschapsjournalisten moeite hebben aan het publiek uit te leggen waar het precies om gaat, wat er zo belangwekkend aan het betreffende onderzoek is dat het de Nobelprijs verdient. Dat is lachwekkend en geeft te denken.

Het is niet voor niets dat zoveel echte Nobelprijswinnaars meedoen aan de kolderieke vertoning bij de Ig Nobelprijsuitreiking. De fysicus Steven Chu daarentegen heeft een politieke keuze gemaakt. Hij heeft zijn Nobelprijswinnend onderzoek naar „de ontwikkeling van methoden om atomen af te koelen en te vangen met laser licht” vaarwel gezegd. Chu is zich gaan inzetten voor de ontwikkeling van duurzame energie, eerst aan de universiteit in Berkeley, toen als directeur van Lawrence Berkeley Lab en nu als minister voor Energie in de regering van Barack Obama.

Moeten de prijzen voor natuurkunde, scheikunde, geneeskunde nu maar worden afgeschaft? Moet het Nobelcomité met de mode meedoen en net als op veel universiteiten kiezen voor politiek modieuze multidisciplinaire vakken? Ik geloof niet dat het die kant moet opgaan, maar wel dat de wereldgemeenschap gediend is met wetenschappers die specialist zijn in hun discipline én geleerd hebben multidisciplinair samen te werken aan belangrijke maatschappelijke problemen.

Als u dit leest, zijn de Ig Nobelprijzen al verdeeld en hebben we weer hard kunnen lachen om prijzen die te denken geven. Vanaf komende maandag zullen we weten wie dit jaar de echte Nobelprijswinnaars zijn.

Ik hoop dat de prijs voor natuurkunde gaat naar Wubbo Ockels (Delft) voor het vier keer in successie winnen van de zonneautorace. De prijs voor chemie naar Marten Scheffer (Wageningen) voor zijn onderzoek naar de mechanismen die de stabiliteit en veerkracht van complexe (eco)systemen bepalen. De prijs voor geneeskunde/fysiologie naar Piet Borst (Amsterdam) voor zijn doorbraken in het kankeronderzoek. De prijs voor economie naar Lans Bovenberg (Tilburg) voor zijn idee de pensioenleeftijd te koppelen aan onze levensverwachting. De prijs voor literatuur naar Harry Mulisch (Amsterdam) voor alle fysica die hij in zijn fictie verwerkt. En de vredesprijs naar Frans de Waal (Atlanta) voor zijn doorbraken in de moraal.<

Frans W. Saris is fysicus. Op 23 november wordt van hem een nieuw boek gepresenteerd, Darwin meets Einstein, on the meaning of science, in het Academisch-cultureel Centrum, Spui25, Amsterdam.

Reacties naar weekblad@nrc.nl of via het Weekbladforum op nrc.nl/nrcweekblad.