Milieu niet gebaat bij strijd tegen Crisis- en herstelwet

Het oordeel van milieuorganisaties dat de Crisis- en herstelwet leidt tot minder rechtsbescherming en uitholling van de milieubelangen (Opiniepagina, 18 september) is gebaseerd op een foute analyse. De wet stroomlijnt de besluitvorming, laat de milieunormen in stand en maakt realisering van duurzame projecten eenvoudiger.

Het proces om procedures te versnellen was al ingezet, maar met deze wet wordt een stap voorwaarts gezet. De rechter dient binnen zes maanden uitspraak te doen en mag voorbijgaan aan foutjes in het besluit. Hiermee komt een einde aan het procedurele gepingpong en gaat het weer om de inhoud. Daar kunnen toch zelfs de milieuorganisaties niet op tegen zijn. Ook de rechtsbescherming wijzigt niet. Eenieder die daadwerkelijk in zijn of haar belangen wordt geraakt, behoudt dezelfde rechten. Wel worden vertragingstactieken afgestraft en de relativiteitsregel wordt ingevoerd. Serieuze milieugroeperingen kunnen beroep blijven instellen, in tegenstelling tot bedrijven die onder de dekmantel van overtreding van milieuregels de concurrentie willen dwarsbomen. De wet regelt daarnaast de instelling van milieuontwikkelingsgebieden, waarin ongebruikte milieurechten van een bedrijf mogen worden afgenomen, of bestaande milieubelasting wordt verminderd om nieuwe activiteiten mogelijk te maken. Dit allemaal zonder dat normen blijvend worden verruimd. Voordeel is dat het gebruik van bestaande bedrijfsgebieden kan worden geïntensiveerd. Dus meer activiteiten met minder ruimtebeslag, iets wat de milieubeweging nastreeft. De wet maakt ook de realisering van windmolenparken en warmte/koudeopslag eenvoudiger. Ook een evident milieubelang.

Met het radicaal afwijzen van de Crisis- en herstelwet stelt de milieubeweging in wezen dat ze het vooral moet hebben van het behoud van ellenlange, complexe procedures. Zij verliest met deze verliesstrategie maatschappelijk draagvlak en daar is het milieu zeker niet bij gebaat.