'Mijn Bentley gebruikte ik als wasmand'

Na een periode van succes en weelde kreeg voormalig toptennisser Mark Philippoussis (32) een wake up call. „Ik vergat mijn zegeningen te tellen.”

Mark Philippoussis kan het zich nauwelijks meer voorstellen. Maar er was een tijd dat hij kon doen en laten wat hij wilde. Hadden zijn vrienden zin om te snowboarden in Canada? Geen probleem, hij zorgde voor vliegtickets. Was zijn aanstaande de Lamborghini zat? Belde hij naar de Ferrari-dealer. „Jarenlang heb ik mijn Bentley als wasmand gebruikt”, vertelt Philippoussis in het Indoor-Sportcentrum Eindhoven, waar hij deze week meedoet aan de Tennis Classics voor voormalig tennisprofs. „Ik vond dat ik niet zonder oldtimer kon, maar durfde er als twintiger niet in te rijden.”

Philippoussis – die bijna zeven miljoen dollar aan prijzengeld verdiende, maar de laatste jaren achtervolgd wordt door schuldeisers – praat over zijn leven alsof het dat van een ander betreft. Gedetailleerd, maar met distantie. Het predicaat zielepoot omzeilend met goed getimede oneliners. „Ik schaam mij nergens voor”, zegt hij halverwege het gesprek. „Ik heb niemand vermoord, ik heb nooit drugs gebruikt. Ik ben een goede vent. What does not kill you, makes you stronger.”

Zijn levensverhaal is verplichte kost voor jonge proftennissers. Want in een sport waar succes tot overdaad leidt, is het niet gemakkelijk om met beide benen op de grond te blijven staan. „Wie met weinig opgroeit, weet niet wat hem overkomt als er plotseling miljoenen op zijn bankrekening staan. Als je niet de juiste mensen om je heen hebt, kan je diep vallen. Dan is het wachten op die ene wake up call. En ja, die leidt tot woede en teleurstelling.”

Philippoussis is de zoon van een Griekse vader en een Italiaanse moeder die eind jaren zeventig de oversteek naar Melbourne maakten. Vader Nick nam hem op zijn zesde mee naar de tennisbaan. Hij begeleidde zijn zoon toen bleek dat die over een meer dan gemiddelde aanleg beschikte. Met landgenoot Ben Ellwood schreef Philippoussis als junior het dubbeltoernooi van Wimbledon en de Australian Open op zijn naam.

Op zijn negentiende bereikte Poo de topvijftig. Met zijn lange, imposante lijf was hij veel tegenstanders de baas. Maar het stelde hem ook voor problemen. „Ik heb dunne benen en een breed bovenlijf”, wijst de tennisser, die ooit tot ‘sexiest man alive’ werd uitgeroepen door People Magazine. „Dat maakt mijn knieën kwetsbaar. Als ik te veel lichaamsgewicht meetors, gaat het mis. Dan stort dit grote bouwwerk als een plumpudding in elkaar.”

In zijn dertien jaar lange profcarrière onderging hij zes operaties, waarvan drie aan zijn knie. Hoewel zijn laatste officiële wedstrijd van begin 2007 dateert, en Philippoussis in november 33 jaar wordt, heeft hij goede hoop dat hij volgend jaar zijn rentree kan maken. Niet om zijn schuld af te betalen – dat kan hij ook als zakenman, bewees hij met een hippe sandaal, die in Australië tot een rage dreigt uit te groeien – maar omdat hij nog te veel plezier beleeft aan zijn sport. „Ik word wakker, ik train, ik geniet. Wat kan een mens zich nog meer wensen?”

De komende maanden staat er nog een aantal seniorentoernooien op het programma. En als zijn lichaam het niet begeeft, schrijft Philippoussis zich in het voorjaar in voor een reeks challengers in de Verenigde Staten. En dan? Wie zal het zeggen. „Ik streef niet naar een hoge ranking”, zegt de tennisser die tweemaal de finale van een grandslamtoernooi bereikte: op de US Open in 1998 en Wimbledon in 2003. „Winnen is mooi, maar niet mijn doel. Ik wil kijken wat ik nog in mij heb.”

U heeft Griekse wortels. Bent u bekend met de mythe van Icarus?

„Ik ken vele mythen, maar deze is mij onbekend.”

Icarus leefde in gevangenschap. Zijn vader bouwde een raamwerk van hout, veren en was. Maar ontsnappen was alleen mogelijk als hij niet te hoog vloog, anders zou de was smelten door de zon.

Philippoussis zwijgt een moment en kijkt wat ongemakkelijk om zich heen. „Ik voel de clue al aankomen”, zegt hij ten slotte. „Het liep niet best met hem af.”

Icarus vloog zo hoog, dat hij neerstortte in zee.

„Oké, dus mijn leven vertoont gelijkenis met dat van Icarus. Ja, waarom niet? Ik had een huis met vier slaapkamers en besloot dat ik er vijf wilde. Ik had er vijf en was alweer op zoek naar zes. Dat vijf van die zes kamers niet gebruikt werden, deerde mij niet. Ik wilde gewoon niets mislopen.”

Maar ondertussen...

„Maar ondertussen vervreemdde ik van mijn omgeving. Liet ik mijn familie links liggen. Vergat ik mijn zegeningen te tellen. En dat voor een gelovig man die dagelijks tot God bidt.”

U deed zelfs mee aan een datingprogramma waarbij vrouwen moesten strijden om uw liefde.

„Ja, daar ben ik niet trots op. Maar ik was geblesseerd, verveelde me en het betaalde goed. En ik had niet de illusie dat ik daar mijn grote liefde zou vinden. Mensen doen soms gekke dingen. Mijn deelname aan Age of Love is daar een goed voorbeeld van.”

Veel mensen worden in zo’n situatie depressief. U ook?

„De afgelopen twee jaar heb ik regelmatig last gehad van depressieve stemmingen en angstaanvallen. Ik verkeerde in de veronderstelling dat ik alles had wat mijn hart begeerde. Maar moest na verloop van tijd concluderen dat ik met lege handen stond. De ‘vrienden’ die tijdens mijn succesperiode in de spelersbox zaten, lieten tijdens mijn revalidatie niets meer van zich horen. Een harde les. Maar ik ben blij dat ik het allemaal heb meegemaakt. Ik zou het, bij wijze van spreken, zo overdoen.”

Nu u niets meer heeft, heeft u alles.

„Ja! Nooit eerder was Mark Philippoussis zó gelukkig. Ik ben gezond, weet wie mijn vrienden zijn. Mijn financiële situatie is niet riant, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het geld weer binnen gaat stromen. Zo lang ik mij maar met de juiste mensen omring en doe wat mijn hart mij in geeft. En ik ben onlangs verloofd met een vrouw die met mij wil zijn omdat ze van mij houdt. Een onbeschrijflijk gevoel.”

Iets wat u nooit eerder heeft mogen ervaren?

„Nee. Bewijzen kan ik het niet, maar het had er vaak alle schijn van dat vrouwen mij om de verkeerde redenen begeerden. Steeds moest ik mezelf afvragen: gaat het om mij of om mijn status en bezittingen? Ik hoop – nee, vermoed – dat dat nu anders is. Maar zeker weten doe ik het nooit. Wat ik wel weet, is dat ik nooit meer terug wil naar die situatie van overvloed. Als ik straks een gezin heb, staan er twee auto’s voor de deur. Een voor haar en een voor mij. Simpel en overzichtelijk.”

Op het centercourt in Eindhoven is hij geen schim van de tennisser die met zijn snoeiharde opslag en serve-volleyspel de achtste plaats van de wereldranglijst bereikte. Ietwat stroef bewoog Philippoussis zich donderdag in zijn openingspartij tegen Cédric Pioline over de baan, met een ingetapete knie. En ook gisteravond kon hij tegen Richard Krajicek zijn titelsaspiraties niet waarmaken.

Maar met zijn populariteit zit het goed, getuige de vele fans die hem in de Brabantse sporthal staande hielden. „Ook dáár kan ik meer van genieten”, zegt Philippoussis als een jongen met stekelhaar zijn mobiel op hem richt voor een foto. „Vroeger vond ik het normaal. Nu denk ik: bijzonder dat hij mij vraagt.”