Met KlinkFit kiest een zorgmodule uw pillen

Aesculaap.jpgWanneer een politicus reageert op een hem onwelgevallige column en hij begint met een minachtende kwalificatie, dan heeft hij kennelijk niet veel vertrouwen in zijn overige argumenten. Minister Klink suggereerde donderdag op de Opiniepagina dat ik vorige zaterdag ‘uit de onderbuik’ kritiek had geleverd op zijn beleid. Heel begrijpelijk, gezien wat hij verder te zeggen had.

De minister is van het goede vervuld. Hij wil betere zorg tegen betaalbare premies. „Niet de rekenmachine, maar de zorg zelf heeft prioriteit.” In de praktijk betekent dat steeds meer meet- en regeltechniek. De gezondheidszorg als procesindustrie. Liefst met een vastgelegd en meetbaar eindproduct. Maar de meeste mensen gaan een keer dood en de medische wasstraat kent oneindig veel meer variabelen en zijstraten dan de Kwikfit waar nieuwe uitlaten en remblokken worden gemonteerd.

Daar schuilt mijn verbazing in. De aan hoogmoed grenzende naïviteit te denken dat je zulke wezenlijke levenspassages als ziek-zijn en beter proberen te worden gedetailleerd centraal kán en mág programmeren. In zijn reactie gaat Klink er niet op in. Samen met collega Donner schetste hij woensdag in de Volkskrant een publieksversie van de eindeloze ‘visiedocumenten’ die zijn cijfersociologen opstellen. De ‘functionele bekostiging’ moet nu worden verkocht, want de bezuiniging die uw diabetesmanager moet brengen is al ingeboekt.

Het ministerie, de Zorgautoriteit, de capaciteits- en kwaliteitsorganen en de zorgverzekeraars schrijven steeds dwingender voor wat wij („4,5 miljoen chronische patiënten”) mogen en moeten. En wat alle medici, apothekers en verpleegkundigen moeten en niet mogen.

De meeste zorgverzekeraars werken zonder winstoogmerk, maar hun directies doen er alles aan om die indruk te vermijden. Juist zij krijgen steeds meer macht om te bepalen welke zorg, welke pillen en welk ziekenhuis goed voor ons is. De Zorgautoriteit dwingt namens de minister lage medicijnprijzen af én ziet er op toe dat verzekeraars niet samenspannen, na hun gelijkluidende instructies te hebben gegeven. Dat is het Nederlandse model.

Deze week publiceerde de Zorgautoriteit een onderzoek naar de financiële realiteit bij de ruim 2.300 apotheken en apotheekhoudende huisartsen. Zij zwemmen minder in de winst maar hebben nog vet op de botten, was de boodschap. Betrokkenen wijzen op fouten in de rapportage en zeggen structureel verlies te maken. Apothekers zijn in theorie vrije beroepsbeoefenaren, maar hun boekhouding en bedrijfsvoering zijn doorgelicht alsof zij ladenlichters zijn.

De minister profiteert van de imago-achterstand van de apothekers. Zij zijn de laatste twintig jaar veel gaan verdienen omdat staatssecretaris Simons dacht handig te zijn. Hij vergoedde een laag vast tarief per ‘receptregel’ en zei: beding maar korting bij de industrie of de groothandel. Dat lukte en leverde een bloeiende apotheek(markt) op. Vervolgens moesten de medicijnprijzen naar beneden. De overheid instrueerde zorgverzekeraars een ‘preferentiebeleid’ te voeren. Duur woord voor alleen de goedkoopste pillen vergoeden.

Nu zijn de apotheken hun marge kwijt. Zorgverzekeraars kopen op grote schaal partijen geneesmiddelen tegen stuntprijzen of verdienen in stilte op dure middelen waar eerst de apotheken rijk van werden. Zo kan het gebeuren dat uw dokter middel A voorschrijft en de apotheek u middel B mee naar huis moet geven van de verzekeraar. Als het goed is bevat B dezelfde werkzame stof, maar uit diverse praktijken wordt gemeld dat zo’n ‘loco’-preparaat toch wel eens anders werkt. Met soms dramatische gevolgen, zoals bij epilepsie en in de psychiatrie.

„We hebben de kwaliteit echt om zeep geholpen en iedereen staat er bij en kijkt ernaar”, schrijft een apotheker op m’n weblog (nrc.nl/opklaringen). Daar werd deze week een onthullende discussie gevoerd tussen o.a. apothekers, artsen en een zorgverzekeraar over de ondoorzichtigheid van de huidige geneesmiddelenvoorziening en de kwaliteit van sommige vervangende medicijnen. De dokter moet ‘medische noodzaak’ op uw recept schrijven als u kans wil maken de pil te krijgen die hij of zij het beste voor u vindt. Alsof andere recepten voor de gein worden geschreven.

Klink ziet niet, of verkiest niet te zien, dat zijn beleid een vergaande vrijheidsbeperking van de hele Nederlandse bevolking beraamt. Hij zegt dat het hem te doen is om de patiënt en de solidariteit binnen ons zorgstelsel. Maar waar hij aan werkt is een systeem dat noch de patiënt noch de arts noch de apotheker vertrouwt.

Deze minister van Volksgezondheid wil ons het goede dwingend voorschrijven. Heeft hij zo’n lage dunk van diegenen die tot nu toe hun levenswerk hadden gemaakt van gezondheidszorg dat hij zich moest omringen met een legioen niet-medisch, -farmaceutisch of -verpleegkundig geschoolden om ons door middel van  procesindicatoren en gewenste prikkels in de richting te sturen van door hem gedefinieerde heilzorg?

Betaalbare zorg, heet dat minzaam. Dat is ontroerend. Maar het is de lokroep van een medische poppenspeler. ‘Ik versterk de positie van de huisartsen’. ‘Ik wil in de ziekenhuizen de positie van de raden van bestuur versterken’. ‘Ik prikkel de verzekeraars’. Wie denkt hij dat hij is?

Klink bouwt een systeem om gewenst menselijk gedrag tegen de laagst mogelijke prijzen af te dwingen. Kaiser Permanente in Californië is zijn grote voorbeeld, een benevolent keurslijf. Ik heb daar gewoond. De ervaringen zijn uiterst gemengd. En beperkt vergelijkbaar. Klink zet door: ‘Ik loop niet weg voor harde maatregelen.’ En maar sleutelen aan de prijzen en maar dromen van de markt.