Lugansky speelt magistrale Tsjaikovski

Klassiek: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden, m.m.v. Nikolai Lugansky, piano. Gehoord: 2/10, Vredenburg-Leidsche Rijn, Utrecht. Herhaling: 3/10 Eindhoven, 4/10 Zondagochtendconcert AVRO, 11.00 uur, Amsterdam.****

Weinig pianisten hebben zo’n uitgesproken eigen klank als de Russische meesterpianist Nikolai Lugansky (1972). Of hij nu in het Concertgebouw speelt of in Vredenburg Leidsche Rijn, metéén is er die magische donkere toon, dat melancholiek resonerende ‘zingen’ van de pianosnaren, waaraan je de intens musicerende Lugansky uit duizenden herkent.

Met Jaap van Zweden en het Radio Filharmonisch Orkest als stimulerende gesprekspartner voerde Lugansky de virtuoze solopartij van Tjsaikovski’s Eerste pianoconcert op tot een hoger plan, zodat er van overbekende noten ineens geen sprake meer leek te zijn.

Ondanks zijn fenomenale technische beheersing en zijn ogenschijnlijk enigszins onderkoelde musiceren, is Lugansky een romanticus pur sang. De zwelgende dramatiek van Tsjaikovski werd door hem met een doorleefde dynamiek en vloeiende fraseringen verheven tot nobele heroïek.

Voorafgaand aan deze magistrale Tsjaikovski had Jaap van Zweden zijn keurtroepen in de luidruchtige materie van Wagenaars Ouverture Cyrano de Bergerac al weten op te zwepen tot een timing en kleurenpalet van Toscaniniaanse allure. Op een brutale opening liet hij fluisterzachte verstilling volgen, samengebalde discipline vloeide over in schijnbaar anarchisme, soms bijna alsof van Zweden zijn orkest door een spannende muzikale achtbaan loosde. De verliefde Cyrano vergat soms bijna zijn lange neus, en vocht als een Don Quichotte tegen zijn brandende verlangen om de liefdesillusies van Roxanne door te prikken.

Maar het orkestrale hoogtepunt vormde de door Van Zweden samengestelde 9-delige Suite uit Prokofievs geniale balletmuziek bij Shakespeares Romeo en Julia. Ingeleid door die bitterzoet schrijnende akkoorden, werden de rivaliserende Montecchi en Capuleti ten tonele gevoerd in een statige mars, gevolgd door de elegante entree van Julia en haar geliefde. Komisch klonk de plechtstatige pater Lorenzo, maar het afscheid van Romeo en Julia was even hartverscheurend als een Mahler-adagio.