Kleine bank is beter dan grote

President Obama denkt dat de huidige crisis niet zou zijn ontstaan als de banken in zijn land kleiner waren geweest. Kleine banken hebben voordelen, maar ook nadelen.

Zou het financiële systeem ook in de huidige misère terecht zijn gekomen als alle Amerikaanse banken klein zouden zijn geweest?

President Barack Obama lijkt te denken van niet. Tijdens zijn toespraak ter gelegenheid van de eerste verjaardag van het faillissement van Lehman Brothers zwaaide hij „verantwoordelijke kredietverleners”, zoals kleine gemeenschapsbanken’ zelfs lof toe door te stellen dat zij „juist hebben gehandeld”. De leiders van grote banken zijn het daar uiteraard niet mee eens. Maar de cijfers lijken de president althans voorlopig gelijk te geven.

De economische crisis eist nog steeds zijn tol in de financiële sector. Daarom is het nog te vroeg om met zekerheid te kunnen zeggen dat de kleine banken het beter hebben gedaan dan de grote.

Betalingsproblemen bij leningen aan kleine bedrijven en projectontwikkelaars – die een relatief groter deel van de boeken van kleinere banken voor hun rekening nemen – doen zich meestal later in de cyclus voor dan bij leningen aan grote bedrijven en instellingen.

Maar een blik op de voorlopige cijfers voor de eerste helft van het jaar, voor Breakingviews.com verzameld door SNL Financial, leert dat de kleinere banken hun grotere broers op vrijwel ieder punt verslaan dat van belang is voor de aandeelhouders – om maar te zwijgen van de klanten en de overheid.

Nu de wetgevers zich beraden over manieren om een nieuwe ineenstorting van het mondiale financiële systeem te voorkomen, zouden ze er goed aan doen de verbluffende prestatiekloof te analyseren die zich aftekent tussen de grote en kleine Amerikaanse banken.

Tot de zaken die voor de aandeelhouders van belang zijn, behoren het rendement op bezittingen en aandelen. In het tweede kwartaal rapporteerden de Amerikaanse banken met bezittingen van meer dan 5 miljard dollar – waarvan er ongeveer 150 zijn, uiteenlopend van GMAC’s Ally Bank tot Zions of Utah – een gemiddeld rendement op hun aandelenkapitaal van 3,15 procent. Het gemiddelde rendement op hun bezittingen – een maatstaf voor de gezondheid van hun leningen – stond op 0,31 procent.

Kijk nu eens naar de 7300 banken die door SNL werden gevolgd en aan het einde van het eerste kwartaal bezittingen meldden van minder dan 5 miljard dollar. Het gemiddelde rendement op die bezittingen was met 0,56 procent bijna het tweevoudige van dat van de grote banken. En het gemiddelde rendement op het aandelenkapitaal van de kleine banken – van Arizona’s 1st Bank Yuma tot Zavala County Bank in Crystal City, Texas – was in het tweede kwartaal met 5,31 procent ook aanzienlijk hoger.

Dit lijkt iets simpels aan te tonen: kleinere banken maken betere leningen. De netto-afschrijvingen, als percentage van alle leningen, stonden voor de kleine banken op 0,20 procent. Grote banken schreven in verhouding tot hun kredietboeken acht maal zo veel af. Iedere gemeenschapsbankier kan je uitleggen waarom: „Wij kennen onze klanten beter.”

Maar er is ook een keerzijde. Kleine banken lenen een kleiner percentage van de klantendeposito’s – 83,11 procent in het tweede kwartaal – uit dan grote banken, die 94,24 procent van hun deposito’s in leningen omzetten, aldus SNL.

Dat is een betekenisvol verschil. Als alle banken in de VS hun leningen verhoudingsgewijs op hetzelfde peil zouden brengen als de kleine banken, zouden Amerikaanse bedrijven en consumenten voor 830 miljard dollar minder kredieten ontvangen (op een depositototaal van 7,54 biljoen dollar) dan als zij het voorbeeld van de grote banken zouden volgen.

Kredieten zijn belangrijk voor een soepel functionerend systeem, maar het zou uiteraard niet zo slecht zijn als de meest risicovolle van de huidige debiteuren geen leningen meer zouden krijgen.

Over het geheel genomen steunen deze cijfers degenen die voorstander zijn van het ontmantelen of inkrimpen van grote instellingen als Wells Fargo, JPMorgan en Bank of America, die allemaal juist tijdens de financiële paniek hun marktaandeel hebben vergroot door zwakkere en failliete concurrenten over te nemen.

En hoewel de kleine banken het op grond van een hele reeks van maatstaven inderdaad beter hebben gedaan dan de grote, lijkt de kloof tussen beide typen banken kleiner te worden.

Van het eerste op het tweede kwartaal slonk het verschil tussen de rendementen op de bezittingen van kleine en grote banken bijvoorbeeld met bijna 20 procent. En de netto-afschrijvingen van de kleine banken zijn, hoewel nog steeds veel lager dan bij de grote, verdubbeld als percentage van het gemiddelde aan leningen. Bij de grote banken stegen zij met een relatief lage 50 procent.

Dit kan betekenen dat de leningen waar de kleine banken zich op richten, zoals die aan kleine bedrijven en projectontwikkelaars, pas in een later stadium van een economische crisis slechter gaan presteren.

Maar het lijkt moeilijk voorstelbaar dat de kloof tussen groot en klein tijdens de rest van de cyclus helemaal zal verdwijnen.

En een zekere mate van versplintering heeft nóg een voordeel. Terwijl veel van de grootste kredietverleners door de reddingsoperaties van het afgelopen jaar officieel zijn onderkend als ‘te groot om failliet te mogen gaan, vertegenwoordigt geen enkele gemeenschapsbank een systeemrisico.

President Obama zou dus wel eens een punt kunnen hebben met zijn lof voor de verdiensten van een financieel systeem, dat bestaat uit banken die te klein zijn gered te moeten worden.

© Breaking Views. VertalingMenno Grootveld