'Is een provenciaals product niet goed? We eten toch ook Parmezaanse kaas?'

Vanavond speelt in Utrecht de Nieuwe Philharmonie. Artistiek leider/dirigent Johannes Leertouwer: „Wij roeien tegen de stroom in.”

Het lijkt curieus. Concertbezoek loopt terug, de economie zit tegen. En dan is er, zomaar opeens, een nieuw orkest – betaald door gemeente en provincie Utrecht, de Vrede van Utrecht en private fondsen als het KF Heinfonds en het SNS Reaalfonds.

„Wij roeien met plezier tegen de stroom in”, zegt dirigent Johannes Leertouwer. „Als je alleen koestert wat er is, zeg je in feite: wil de laatste het licht uitdoen? Ik ben natuurlijk wel gespannen of het ons ook daadwerkelijk lukt een nieuw, succesvol orkest te worden. Maar is dat erg? Het is aan mij ervoor te zorgen dat wat wij doen artistiek zo goed is, dat het daaraan in elk geval niet zal liggen.”

Het Amsterdams Symfonie Orkest, ook een vrij recent, dwars eigen initiatief, annuleerde net alle concerten voor dit seizoen. Waarom zal úw orkest wel succesvol zijn?

„Je moet niet doen wat anderen ook al doen. Ons profiel klopt. Wij spelen in Utrecht; een muziekstad zonder eigen orkest. Daarbij werken we, op projectbasis, aan concerten waarin we oude muziek als nieuw benaderen.”

Wat is uw definitie van ‘oud’?

„Oud betekent voor mij dat de componist dood is. En ik denk dat er vraag is naar wat wij doen, want een orkest dat muziek van na 1800 ‘authentiek’ benadert, zoals het Orchestre Révolutionnaire et Romantique van John Eliot Gardiner, was er in Nederland nog niet.”

Uw orkest speelt zelfs Stravinsky ‘authentiek’. Wat betekent dat bij zulke recente muziek?

„Algemeen kun je zeggen dat moderne instrumenten luider, betrouwbaarder en egaler zijn dan destijds. Onze strijkers spelen, zoals nog tot een flink eind in de twintigste eeuw gewoonte was, op darmsnaren. Er is een Erard-harp uit 1910 met een Oosters-mysterieuze klank en houten fluiten uit 1890. Na drie repetities konden we de winst al horen: dit is een andere, kleurrijker, klankwereld.”

Utrecht heeft geen eigen orkest, maar er is wel al veel aanbod. Ziet u daarin geen potentieel probleem?

„De hier langs trekkende orkesten doen mooie dingen, maar wij willen echt wortelen in de stad. We gaan óók met 250 schoolkinderen in de Vogelaarwijk Overvecht aan de slag, bij voorbeeld. En we spelen op locatie; nu in Amersfoort. Er is niks mis met een provinciaals product; we eten toch ook allemaal Parmezaanse kaas? Het gaat erom dat we een publiek vinden dat we zien te raken en te binden door te communiceren. En dus niet er klakkeloos van uitgaan dat ze de volgende keer wéér komen, want oeps, dan zijn ze naar het circus.

„Ik ga, met het orkest, onze concerten inleiden om wat geheimen zo te ontsluiten. Klinkt dat schoolmeesterachtig? Ja. Dat is het eigenlijk ook gewoon! En waarom niet? Ik vond Beeldenstorm met Henk van Os altijd een prettig programma.”

Uw orkest speelt deze week. Wat zijn verder de concrete plannen?

„In mei doen we weer een project, dat bouwen we uit naar drie in het volgend seizoen, daarna hopelijk zes. Ik zou graag Brechts Sieben Todsünden doen, op een cabareteske manier. Opera op verrassende locaties. Utrechtse componisten als Wagenaar of Van Gilse eren, en compositieopdrachten geven aan levende componisten. Stravinsky zei: ‘een kunstenaar kan alleen maar zeggen wat al gezegd is, maar op een nieuwe manier’. Dat willen wij ook; het nieuwe in het oude voelbaar maken.”

U bent erin geslaagd musici van naam aan te trekken. Hoe wierf u?

„Violiste Vera Beths wilde dolgraag eens in een orkest met deze opzet concertmeester zijn. Veel musici komen uit andere ensembles: ASKO/Schönberg, Holland Baroque Society, Gelders Orkest, Radio Filharmonisch, Anima Eterna, Nederlands Kamerorkest…..”

...ofwel: een kaartenbakorkest. Lastig voor de ensemblecultuur. Speelt iedereen elk project mee?

„Nee. Er zijn 140 musici. Uit die groep stellen we steeds het projectorkest samen.”

Flexibiliteit is financieel aantrekkelijk, maar hoe wordt dat één geheel?

„Door mij. Ik ben een ontzettend dwingende repetitor. Als dirigent van het Nederlands Jeugd Strijkorkest had ik voortdurend te maken met verloop, omdat kinderen te oud werden. Toch was er steeds dezelfde kamermuzikale benadering van het samen musiceren. Daar werk ik keihard aan.”

U heeft 18 uur gerepeteerd voor dit eerste project. En, werkt het?

„Wat je nu hoort, is wat het is. Enerzijds ben ik nerveus: iedereen speelt buiten de normale comfortzone van zijn vaste ensemble. Anderzijds is dat avontuurlijk en dat samen zoeken naar nieuwe kleuren, is juist wat ik beoog. Er zal vast wel iets mis gaan, maar dat is leuk voor de critici. Ons gaat het om de muziek.”

Meer info op philharmonieutrecht.nl