In drie maanden veertig keer geslagen

Maandag wordt het proces hervat tegen een Nigeriaanse mensenhandelbende. Bestrijding van die misdaad krijgt prioriteit.

Politie, Openbaar Ministerie (OM) en gemeenten hebben de bestrijding van mensenhandel het afgelopen half jaar sterk geïntensiveerd. Maar nog steeds wordt maar een topje van de bendes aangepakt. En de opvang van (potentiële) slachtoffers schiet ernstig tekort. Dat blijkt uit een rondgang langs aanklagers, politiemensen, hulpverleners en slachtofferadvocaten.

Maandag wordt in Zwolle het proces hervat tegen een Nigeriaanse bende mensenhandelaars die twee jaar geleden is opgerold. De groep zou de Nederlandse asielprocedure hebben misbruikt om tientallen Nigeriaanse vrouwen Europa binnen te sluizen. Daar zouden de vrouwen zijn gedwongen om te werken als prostituee.

Bij het begin van het proces, ruim een half jaar geleden, zei het OM dat het baanbrekende onderzoek naar de bende „de bestrijding van mensenhandel op een hoger plan heeft gebracht”. Sindsdien zijn elke maand verdachten van mensenhandel opgepakt, zonder dat de samenwerking bij de aanpak van mensenhandel werd versterkt. Drie onderzoeken richtten zich op Hongaarse meisjes die in de prostitutie belandden. De vrouwen mochten niet alleen de straat op of met vreemden praten. Ze moesten hun pooiers per sms laten weten wat ze per klant verdienden. Hielden ze zich niet aan de afspraken, dan dreigde geweld. Eén vrouw werd in drie maanden meer dan veertig keer mishandeld.

Deze onderzoeken leidden tot samenwerking met de Hongaarse autoriteiten. Justitie bundelde al de krachten met Roemenië, Bulgarije en Nigeria. De samenwerking met de Nigerianen wordt de komende twee jaar uitgebreid.

Bestrijding van mensenhandel kreeg meer impulsen. Op 1 juli presenteerde een Taskforce Mensenhandel, ingesteld door het ministerie van Justitie, een plan van aanpak. Diezelfde dag ging de maximumstraf voor mensenhandelaren omhoog van minimaal zes tot acht jaar, met een maximum van 18 jaar. Elke OM-regio kreeg een eigen officier die zich alleen met mensenhandel bezighoudt.

Vreemdelingenadvocaat Wilma Hompe vindt het beeld dat politie en justitie schetsen „veel te rooskleurig”. „De prioriteit die mensenhandel op het hoogste niveau heeft, krijgt het niet in praktijk.” Ze zegt dat politie en marechaussee nog te vaak weigeren om een aangifte op te nemen van een slachtoffer van mensenhandel, terwijl ze daartoe verplicht zijn. Als ze de verklaring al opnemen, doen ze dat „zo slecht en summier”, zegt Hompe, dat het zelden tot een onderzoek komt.

„Sommige aangiften zijn zo weinig bepaald. Ze bevatten zo weinig opsporingsindicaties”, reageert landelijk officier van justitie Ten Kate. „We willen niet dat het systeem dichtslibt met kansloze zaken.” Maar hij zegt ook: „Veel slachtoffers zijn eenvoudig niet in staat om uitgebreid te vertellen. Ze zijn bang of gedesoriënteerd.”

Volgens Ten Kate kan er bij de bestrijding van mensenhandel nog veel meer winst worden geboekt. Sommige politiekorpsen besteden er veel aandacht aan, zoals die in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Leeuwarden en Groningen. Het Haagse korps verdubbelde vorig jaar het aantal onderzoeken naar mensenhandel ten opzichte van 2007: van 43 naar 88. Daar staan regio’s tegenover die er te weinig aan doen, onder meer Limburg-Zuid en Brabant-Noord.

Daarbij komt dat het onderzoek naar mensenhandel zich tot nu toe grotendeels richt op de legale prostitutie. Het terrein van de illegale prostitutie ligt vrijwel braak. Ook op de mensenhandel buiten de prostitutie, de overige uitbuiting, hebben justitie en politie nog weinig greep gekregen. „Signalen herkennen en oppikken blijkt moeilijk”, zegt Corinne Dettmeijer, nationaal rapporteur mensenhandel. Ook het bewijzen van overige uitbuiting is lastig. In niet meer dan twaalf gevallen kwam het tot een proces. Slechts drie leidden tot een veroordeling.

Bij de intensivering van de strijd tegen mensenhandel lijken de slachtoffers een restpost, vinden hulpverleners en slachtofferadvocaten. „Er zijn veel te weinig opvangplaatsen”, zegt Ineke Smidt, directeur van het Coördinatiecentrum Mensenhandel (Comensha). „Voor buitenlandse vrouwen is de situatie abominabel, voor buitenlandse mannen desastreus.” Een proefproject dat Justitie vorige maand zou beginnen met de opvang van vijftig slachtoffers, komt maar niet van de grond.

Grote kritiek heeft vreemdelingenadvocaat Wilma Hompe ook op de zogeheten besloten opvang van minderjarigen. Om te voorkomen dat ze weglopen onder druk van handelaren, krijgen ze 24 uur per dag bewaking. Besloten opvang was bedoeld voor maximaal drie maanden om minderjarigen te ‘deprogrammeren’ en een traumabehandeling te geven. Maar ze krijgen geen behandeling. En het verblijf duurt soms elf maanden. Ze ervaren de opvang als „een gevangenis”, zegt Hompe.

Eensgezind zijn aanklagers, agenten en hulpverleners alleen over de ontsnapping vorige maand van de veroordeelde mensenhandelaar Saban B. „Een zwarte dag”, zegt een politieman. „Het vertrouwen van slachtoffers heeft een geduchte knauw gekregen”, zegt officier van justitie Ten Kate.

Dossier mensenhandel via www.nrc.nl/mensenhandel