Groeten uit Holendrecht

De wijken Holendrecht en Venserpolder zijn het afvoerputje van de stadsvernieuwing in Amsterdam Zuidoost. Verslag uit een verpauperde buurt. ‘Holendrecht is een honingbol voor criminelen.’

Om zes uur ’s avonds gaan een voor een de met grafitti bespoten rolluiken naar beneden in winkelcentrum Holendrecht. Het wordt stil op straat. Mevrouw Post van de tabakszaak gaat met haar jachthonden terug naar de Purmer. De bejaarden trekken zich terug in ouderencomplex De Drecht. Alleen de snackbars en cafeetjes blijven open. In jeugdhonk Royal druppelen de eerste tieners binnen.

Harry Natha drijft café Misty met zijn vrouw Hilda. Vanavond zitten er maar drie mensen aan de bar. „Driekwart van mijn klanten blijft weg, ze bellen me op en zeggen: we durven niet meer”, zegt Natha. Want buiten in het winkelcentrum dolen tot diep in de avond jongeren rond, die regelmatig mensen overvallen. „Ze staan de hele avond door het raam naar binnen te loeren.”

Zeventien jaar heeft caféhouder Natha met drugsverslaafden gewerkt, maar met deze jongens valt niet te praten, zegt hij. „Als je een opmerking maakt, terroriseren ze je. Ze vernielen je auto. Ze forceren je slot. Mijn vrouw is ’s nachts beroofd. Ze hebben mijn partytent aan flarden gesneden, omdat ik ze niet binnenlaat.” Laatst liep Natha ’s nachts met zijn vrouw naar huis. Onder het viaduct lag een man die niet meer kon opstaan. „Ze hadden zijn schenen kapot getrapt om zijn nieuwe gympen te stelen.” De Hindoestaan Natha is zo gefrustreerd dat hij zegt: „Ik haat die negers!”

Ook Arie en Bea Stoker zijn woest. Twee weken geleden is hun haringkar ’s nachts in de fik gestoken. Ze wonen al twintig jaar in de buurt. Ze zijn geruïneerd, want de verzekering dekt lang niet alle schade. „Holendrecht is een honingbol voor criminelen geworden. Vroeger was dit een excellente buurt, nu is het verpauperd.”

Holendrecht: ‘niet langer het fluwelen eindje’

Holendrecht ligt in de zuidwestelijke punt van Amsterdam Zuidoost. Bij het metrostation slaan de witte mensen rechtsaf naar hun werk in het Amsterdams Medisch Centrum, de zwarte bewoners gaan links de wijk in. Lang gold deze buurt met zijn lage appartementenblokken en eengezinswoningen als „het fluwelen eindje” van het stadsdeel. De laatste twee, drie jaar heeft de wijk steeds meer last van een groep van ongeveer vijftig Antilliaanse en ook wel Surinaamse jongeren. Hoewel de misdaadcijfers in heel Zuidoost dalen, ervaren de winkeliers aan het Holendrechtplein dat heel anders. Winkeldiefstallen, drugshandel, straatroof en mishandeling, allemaal kunnen ze erover meepraten. De wijk is inmiddels een van de vier ‘veiligheidsrisicogebieden’ van Amsterdam. De politie mag preventief fouilleren en vindt regelmatig messen en vuurwapens.

De achteruitgang van Holendrecht en enkele andere wijken aan de rand van Zuidoost is, paradoxaal genoeg, het gevolg van de succesvolle vernieuwing van de Bijlmer in het afgelopen decennium. De metamorfose daar is spectaculair. De recente schietpartijen hebben gezorgd voor onrust, maar zelfs de grootste klagers bezweren: het is in het hart van de Bijlmer veel en veel beter dan 15 jaar geleden.

„In het gerenoveerde deel is de middenklasse gaan wonen en dat is een succes”, zegt econoom Jeroen Slot van de gemeentelijke dienst Onderzoek & Statistiek. „Toen is de onderklasse verhuisd naar de randen van Zuidoost. Daar zie je de problemen toenemen, op plekken waar de sociale woningbouw is geconcentreerd.” Hij noemt de H-Buurt van de Bijlmer, de Venserpolder en Holendrecht. „Maar de ellende verbreidt zich nu ook naar andere gebieden, zoals Diemen-Zuid bij de Venserpolder en Reigersbos dat tegen Holendrecht aanligt.”

Als stadsdeelvoorzitter was Hannah Belliot (PvdA) indertijd de ‘moeder’ van de metamorfose. „Toen we gingen slopen, zijn er al risicoanalyses gemaakt die aantoonden dat de problemen zich zouden verplaatsen naar de omringende gebieden. Dat is ook moeilijk helemaal te voorkomen”, zegt ze. „We hebben toen ook maatregelen genomen, maar veel daarvan is weer ongedaan gemaakt.”

Belliot woont in een rijtjeshuis niet ver van metrostation Holendrecht. „Van het station durven de mensen ’s avonds alleen nog maar naar huis te lopen met een mobieltje tegen hun oor – alsof ze aan het bellen zijn”, zegt Belliot. „De bewoners hier nemen rolluiken. Bij mijn buren is zo vaak ingebroken dat ze geen nieuwe spullen meer kopen. Het huis van mijn zoon hier vlakbij is ’s nachts leeggehaald. Mensen kunnen hun huis niet meer verkopen.”

Venserpolder: troosteloze aanblik

De overlast heeft zich ook verplaatst naar de Venserpolder. „Telkens als er meer politie wordt ingezet in de ene buurt, duikt de ellende ergens anders op. Het is dweilen met de kraan open”, zegt deelraadslid Evert Hartog (SP), die in de Venserpolder woont.

De Venserpolder is in de jaren tachtig gebouwd in een oksel van Zuidoost. De saaie appartementenblokken doen denken aan Betondorp. Ze boden oorspronkelijk onderdak aan de witte middenklasse. Maar de wijk is snel verkleurd. Het winkelcentrum aan de Albert Camuslaan biedt een troosteloze aanblik. De supermarkt heeft geblindeerde ramen. Een rijtje eettenten waar het onrustig was, is gesloten. Een aantal winkels staat leeg. Er hangt een politieverordening met een samenscholingsverbod.

In een belwinkel zit de Pakistaanse werkstudent Abid Hussain achter glas en tralies. „Ik zit gevangen in een kooi.” De Pakistaanse winkeleigenaar houdt vanuit zijn huis elders in Amsterdam alles in de gaten met camera’s. Onlangs is er ingebroken. Hussain verlaat zijn gevangenis zo min mogelijk. ’s Avonds komen de mannen van de straat binnen. Ze bezetten de computers, roken en als hij er wat van zegt, schelden ze hem uit. „Als het uit de hand loopt, pak ik mijn gsm en doe alsof ik de politie bel. Dan gaan ze meestal weg”, zegt hij. Als hij om 12 uur ’s nachts vertrekt, laat hij zich ophalen door vrienden.

De eigenaar van de belwinkel huurt een aantal panden van woningcorporatie Eigen Haard. Een paar daarvan verhuurt hij onder, bijvoorbeeld aan de Surinaamse kapper verderop die hem wekelijks zwart 400 euro huur betaalt. Niet ideaal als je de kwaliteit van een winkelcentrum wilt bewaken, erkent een woordvoerder van de corporatie: „We gaan het snel uitzoeken, onderhuur is verboden.” Woningcorporatie De Key staakte eerder dit jaar de verkoop van huurwoningen in de Venserpolder. Sommige woningen bleken gekocht door criminelen. „We hebben de verkoop nog niet hervat”, zegt een woordvoerster. De corporaties werken met het stadsdeel aan een plan voor de Venserpolder.

„Het wordt erger en harder hier. Het gevaar is dat het zich als een olievlek verbreidt”, zegt deelraadslid Hartog. Vooral de rustige Hindoestanen zijn als de dood dat hun kinderen het verkeerde pad opgaan. Hij zag laatst op straat een knetterende ruzie tussen een Hindoestaans echtpaar en hun rebellerende dochter, die met straatjongens omging. „Je zag het fout gaan met dat meisje. Om die groep cirkelden twee ongure types in dure auto’s rond. De buit was al bijna binnen.”

Zuidoost telt veel jongeren. In Holendrecht is eenderde van de 18.000 inwoners jonger dan 25 jaar. „Jeugd is haast per definitie een verhoogd risico op overlast”, zegt stadsstatisticus Slot. Zuidoost kent veel schooluitval, gebroken gezinnen, armoede en werkloosheid – ook erkende risicofactoren. Honderden jongeren hangen de hele dag op straat, vervelen zich en vervallen soms van klieren in criminaliteit.

Het stadsdeel onderkent dit gevaar en subsidieert een programma om die straatjongeren in het goede spoor te krijgen. Daarvoor is een standaardmethode, ontworpen door de criminoloog Ferwerda. De ‘buurtregisseur’ (wijkagent) maakt een lijst met de namen en foto’s van de hangjongeren. Per wijk zijn dat er zo’n dertig tot vijftig, die worden ingedeeld in drie categorieën: hinderlijk (wildplassen, herrie maken), overlastgevend (vernielen, brandje stichten) en crimineel.

De politie doet de criminelen, de rest is de verantwoordelijkheid van de hulpverleners van welzijnsorganisatie Spirit, die zes veldwerkers heeft voor heel Zuidoost. „Wij gaan op een buurtgroep af en kijken of een jongen een opleiding kan doen, of hulp nodig heeft bij het regelen van schulden”, vertelt coördinator Raoul White van Spirit. Het programma Ambulant Jongeren Werk van Spirit is succesvol, meldt stadsdeel Zuidoost. Dit voorjaar berichtte het bestuur dat het aantal overlastgroepen in drie jaar tijd was afgenomen van vijftien tot zeven.

Marion van San, gespecialiseerd in criminaliteit onder Antillianen, zet vraagtekens bij die indeling. ,,Het zijn wisselende groepjes, die voortdurend van samenstelling veranderen. Het zijn ook geen eilandjes. Je kunt die hinderlijke, overlastgevende en criminele jongeren niet van elkaar onderscheiden.” Zes veldwerkers is niet veel, erkent White, maar door van wijk naar wijk te gaan, kunnen de hulpverleners effectief functioneren. „Deze maand beginnen we in Holendrecht.’’

Angst voor pinnen aan de overkant

Ouderencomplex De Drecht in Holendrecht ziet er netjes uit. Bejaarden in alle kleuren schuifelen in en uit achter hun rollator. Maar begin niet over de buurt. De straat is van de jongeren en daar zijn ze bang voor. Een Surinaamse vrouw in rolstoel kreeg een bal tegen haar hoofd, een andere dame vertelt dat haar zoon „om een sigaret” in elkaar is geslagen, een derde klaagt dat iedereen ’s nachts gewoon het bejaardentehuis binnenloopt. Anderen durven aan de overkant niet meer te pinnen.

De deelraad belooft al tien jaar iets aan het uitgewoonde winkelcentrum te doen, zeggen winkeliers. In de galerij hangen op veel plekken de rafels stof uit het systeemplafond. Mevrouw Post van de tabakswinkel heeft de boel de afgelopen jaren snel achteruit zien gaan. In de tien jaar dat ze hier staat, is haar winkel vijf keer overvallen. Ze wijst op een litteken in haar gezicht. „Een messteek van een overvaller.” Sinds ze twee honden heeft, is het rustig. Maar zij gaat ’s avonds om zes uur terug naar de Purmer.

Snackbar Al Baba houdt het ’s avonds langer vol. Als de Pakistaanse eigenaar Ijaz Ahmed na sluitingstijd rond tienen naar huis gaat, houdt hij zijn mes half geopend in zijn hand. „Ik ben niet bang. Ik roep gewoon: fuck you, klootzak, en jaag ze weg. Het maakt me allemaal niks uit. Ik ben een keer geboren, ik moet ook een keer dood.”

Ahmed kent ze allemaal, de jongens die rondhangen om drugs te verkopen. Iedereen hosselt hier openlijk. „Ze komen bij me binnen en zeggen: ik ga een beetje stelen bij de Vomar.” Aangeven doet hij ze niet. „Mijn werk is patat verkopen!” Zijn vrouw werkt niet meer in de snackbar. Vlak voor de vakantie is haar tas met paspoorten en geld gestolen. „Het is hier net klein-Peshawar”, zegt Ahmed.

Een jongen loopt langs door de galerij. „Hé klootzak, waar was je nou gisteren”, roept Ahmed. De jongen mompelt iets. „Je moet weten hoe je met die lui moet omgaan. Als je niet de hele dag klootzak, kankerlijer, of motherfucker tegen die gasten roept, zien ze je niet staan. Leuk is het niet.”

Onlangs is er ’s nachts een politieinval bij Al Baba geweest. Ze waren op zoek naar drugs en wapens. „Niks gevonden”, grijnst Ahmed. „Ze hadden beter even kunnen aanbellen, dan had ik de deur opengedaan. Nu moest ik twee weken in de snackbar slapen omdat de rolluiken geforceerd waren.”

De jongens van Holendrecht noemen zich Holi 1106, naar de postcode. Ook zij dragen de gebruikelijke parafernalia van de straat: gouden tanden en grote schakelkettingen. Als we op een avond een paar jongens in de galerij aanspreken, weten ze van niets. „U kunt hier toch veilig lopen? Er is hier ook niks te doen. Mensen nemen wapens om zich te verdedigen. Het is niet goed, maar je moet het begrijpen.” Twee jongens die staan te snacken, zijn minder diplomatiek. „Opsodemieteren”.

Solliciteren: eerst je gouden tand uit

In jongerencentrum Royal kunnen de jongeren elke avond tot 10 uur terecht om te pingpongen, te computeren of aan activiteiten deel te nemen. Muziek maken is even een probleem, want de geluidsinstallatie is deze zomer gestolen. Een jongerenwerker, die niet met zijn naam in de krant wil: „Jongeren hier voelen zich steeds afgewezen. Als ze gaan solliciteren, moeten ze eerst hun gouden tand uitdoen. Hebben ze een mbo-diploma, dan krijgen ze nog geen baan. Daar worden ze moedeloos van. Dan gaan ze ‘overleven’. Zo noemen ze de criminaliteit.”

In Royal is het ’s avonds gezellig druk. Zouden dit dezelfde jongeren zijn die ’s nachts de familie Natha terroriseren? „Er is in Holendrecht een kleine groep die het verziekt”, zegt de jongerenwerker. Maar de ongeveer 120 jongeren die gebruikmaken van het jeugdhonk horen daar niet bij. „Hierbinnen wordt nooit gevochten. We hebben een strak beleid. Als ze te veel schelden, mogen ze twee weken niet komen.” Hij illustreert dat door even zijn stem te verheffen als de jeugd wat te rumoerig wordt: „Heren, denk aan uw taalgebruik!” De jongeren dimmen. Maar volgens Anuradha Iqbal van de snackbar tegenover gebruiken de jongens Royal gewoon als dekking.

Het gaat niet goed met het buurtwerk in Zuidoost, zegt deelraadslid Hartog: „Er is veel bezuinigd op het welzijnswerk. We hebben altijd gezegd: met het slopen van flats sloop je geen problemen. Je moet meer investeren in de sociale structuur.” Volgens Hannah Belliot is dat in haar tijd wel degelijk gebeurd. „Maar het vuur in de Bijlmer is gedoofd, de politiek heeft zich afgewend van de onderklasse. Alle aandacht gaat nu uit naar integratie, islam en de Marokkanen in Amsterdam-West. Het armoedebeleid en het jongerenwerk is afgebouwd.”

Het stadsdeelbestuur lijkt intussen ook van de ernst van de situatie doordrongen. Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet heeft beloofd de schooluitval en werkloosheid te gaan aanpakken en extra geld uit te trekken voor met name jonge alleenstaande moeders. Als Royal om 10 uur ’s avonds zijn deuren sluit, verplaatsen veel tieners zich naar de straat. Hoe is het mogelijk, zegt een bezoeker van café Misty, dat die kinderen tot diep in de nacht op straat rondzwerven? Waarom spreekt de politie hun ouders niet aan op hun verantwoordelijkheid?

Als er iets is wat de angstige winkeliers en de gefrustreerde jongeren bindt, is het hun afkeer van de politie. Veel te soft, zegt Ijaz Ahmed. „Ze lopen geintjes te maken met die gasten. Bij ons in Peshawar wordt je hand eraf gehakt als je steelt.” Als er preventief gefouilleerd wordt, weet iedereen dat twee dagen van tevoren, zegt de dochter van Natha. Ze hebben hier op klaarlichte dag het politiebusje leeggehaald. „Waren ze hun kogelvrije vestjes kwijt!” Vroeger, zegt Arie Stoker van de afgebrande haringkar, hadden we het 06-nummer van de wijkagent. „Nu moeten we via de centrale bellen.”

Twee maanden geleden, vertelt Natha, vluchtte een dronken Poolse vrouw het café binnen, omdat ze belaagd werd. Om 1 uur ’s nachts ging Natha sluiten, maar hij durfde haar niet de deur uit te zetten. „Dan wordt ze direct verkracht.” Hij belde de politie om haar op te halen. „Ze zeiden: we zijn geen taxibedrijf! Ik heb haar laten gaan en ze is hier in de bosjes door drie jongens verkracht. Mijn dochter vondhaar toen ze tegen drieën naar huis liep. Weet je wat de politie zei? Er is geen aangifte gedaan!” De politie „herkent zich niet in deze melding” en zegt regelmatig contact met Natha te hebben over de situatie in de buurt.

Op een woensdagavond komt burgemeester Job Cohen zelf poolshoogte nemen in Holendrecht. Hij wandelt door het verlaten winkelcentrum en mompelt: „Het is hier een bende.” Daarna duikt hij met Elvira Sweet en districtscommissaris Ad Smit het Activiteitencentrum in om te luisteren naar de buurtbewoners. De discussie schiet alle kanten op. De een noemt Holendrecht een kruitvat, een ander gewoon „een beetje achterafbuurt”. Politiecommissaris Ad Smit geeft de pers de schuld van het negatieve imago van de Bijlmer. Cohen wordt gekapitteld omdat hij snelrecht wil invoeren, de politie omdat ze racistisch te werk zou gaan bij het preventief fouilleren. Sweet verschuilt zich achter de recessie: „De eigenaar van het winkelcentrum heeft nu helaas geen geld om het aan te pakken”.

Halverwege de avond staat Harry Natha van café Misty op. Hij heeft een simpele boodschap: alle winkeliers hier zijn beroofd, iedereen is bang, wij willen hier niet blijven. Ik voel me niet veilig. Wat gaat u voor ons doen? Cohen knikt en zegt: „We moeten de krachten bundelen, preventief fouilleren, een aantal groepen jongeren in de gaten houden. Ik hoop op resultaat.” En belooft: „In december kom ik terug.”

Als de zaal leegstroomt, zegt Natha: „Ik word weer van het kastje naar de muur gestuurd. Waar kan ik heen? Na de haringkar gaan ze mijn zaak in de fik steken. Maar dan pak ik een handgranaat, ga naar het politiebureau, blaas mezelf op en neem de hele bliksemse boel mee.” <

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Groeten uit Holendrecht (NRC weekblad, 3 oktober 2009) staat dat de eigenaar van een belwinkel in de wijk Venserpolder in Amsterdam-Zuidoost verschillende panden van woningcorporatie Eigen Haard ‘zwart’ onderverhuurt. Dit was ontleend aan een mededeling van een van zijn veronderstelde onderhuurders. De eigenaar is destijds niet om commentaar gevraagd en heeft achteraf laten weten dat van illegale onderhuur geen sprake is.