Gaat hij weg? En als hij weggaat, wat staat ons te doen?

Vragen over een mogelijk vertrek naar Brussel gaat premier Balkenende uit de weg. Als het toch gebeurt, dan vinden velen nieuwe verkiezingen noodzakelijk.

Kandidaat? Dat is hij niet. Dus niet beschikbaar? Die vraag ontwijkt hij. Het is voorzichtig laveren voor premier Jan Peter Balkenende, nu de geruchten in Den Haag en Brussel aanhouden dat hij de eerste vaste voorzitter van de Europese Raad zou kunnen worden.

Staatsrechtgeleerden discussiëren de laatste weken op weblogs en via de krant over wat een tussentijds vertrek van de premier voor de toekomstbestendigheid van het kabinet betekent.

Aangenomen dat de Ieren gisteren ja hebben gezegd tegen het verdrag van Lissabon – en alle voortekenen wezen daarop – dan moet de voorzittersstoel van de Europese Raad vanaf begin volgend jaar worden bezet.

Er is enig verschil van mening onder de deskundigen over de details, maar in grote lijnen komen ze uit bij dezelfde conclusie: als de huidige coalitie door wil regeren zonder Balkenende, dan is er geen enkele staatsrechtelijke regel die zich daartegen verzet. Het is tenslotte de Tweede Kamer die bepaalt wie er regeert, en de samenstelling van de Kamer verandert na het vertrek van Balkenende niet.

Staatsrecht of niet, bij een vroegtijdig vertrek van premier Balkenende uit ‘zijn’ kabinet zijn nieuwe verkiezingen onvermijdelijk. Tenminste, dat vinden SP-leider Agnes Kant, GroenLinks-leider Femke Halsema, D66-leider Alexander Pechtold en VVD-leider Mark Rutte.

Volgens Kant en Pechtold is er naast het staatsrecht een politieke werkelijkheid. Kant: „Natuurlijk kies je de minister-president niet direct. Maar partijleiders spelen wel een belangrijke rol in de keuzes van mensen. Dus als de leider van een kabinet uit vrije wil opstapt, moet er een nieuw mandaat aan de kiezer worden gevraagd.”

Volgens Pechtold zou het „ongeloofwaardig” zijn als het kabinet met een beroep op het staatsrecht blijft zitten. „Het zijn juist het CDA en de PvdA die de Tweede-Kamerverkiezingen proberen tot een leiderschapsstrijd te maken. Zij zeggen, stem op ons, want dan weet je wie de premier wordt. Vooral het CDA is daar meester in.”

Wat de D66-leider betreft zou het daarom onbegrijpelijk zijn als het CDA, zoals de geruchten gaan, de premier zou willen laten opvolgen door minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken). „Je kan niet opeens iemand naar voren schuiven met amper 80.000 voorkeursstemmen. Om maar eens in een slecht huwelijk te stoken: waarom zou Wouter Bos dan geen premier kunnen worden, waarom moet het CDA die leveren?”

Dit, zegt Pechtold, is het kabinet van Balkenende: „Het kleeft zo aan zijn persoon, het is zijn leiderschap, het zijn zijn ideeën, zijn hervormingen. Hij heeft zelf het premierschap gezocht, dan moet hij het ook afmaken.”

Bij het het benadrukken van de politieke werkelijkheid moeten mensen niet vergeten dat er in het verleden wel gekkere dingen gebeurd zijn, zegt Jit Peters, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Niet alleen worden lijsttrekkers van de grootste partijen niet altijd premier. Ook kunnen er wel grotere politieke veranderingen in het landsbestuur plaatsvinden zonder dat de kiezer daar iets over te zeggen heeft. Tussen 1963 en 1967 volgden drie kabinetten van verschillende politieke kleur elkaar op zonder dat de kiezer er tussentijds iets over in te brengen heeft.

GroenLinks-leider Halsema is juist tegenstander van de personificatie van de Kamerverkiezingen, en wil die dus niet als argument gebruiken. Maar een eventueel vertrek van de premier ziet zij wel als symptoom van de „voortgaande implosie van dit kabinet”. Een premierswissel zal de volgens haar toch al instabiele coalitie niet lang overleven.

Het zijn niet alleen politici van oppositiepartijen die een premierswissel bedenkelijk vinden. Uit een peiling deze week van TNS NIPO blijkt dat tweederde van de Nederlanders vindt dat er verkiezingen moeten komen als Balkenende naar Brussel gaat. Een kleine meerderheid van de Nederlanders, zegt TNS NIPO, steunt een eventueel vertrek ook.

Het blijven natuurlijk de coalitiepartijen die bepalen welke conclusies ze uit die politieke en maatschappelijke geluiden trekken. Daar wordt niet over een nieuwe baan van Balkenende gepraat, zeggen fractievoorzitters Mariëtte Hamer (PvdA) en Arie Slob (ChristenUnie). Slob voegt daar wel aan toe dat „het in algemene zin zo is dat als iets volgens het staatsrecht kan, dat niet betekent dat het ook de enige keuze is”. En wat vindt de CDA-fractie? Die speculeert niet, is de reactie.

Naast het voorzitten van vier kabinetten in zeven jaar, zou Balkenende met een vroegtijdig vertrek nog een zeldzame statistiek voor de parlementaire geschiedenis leveren. Want een premier die zijn kabinet in de steek laat, is in de moderne politiek niet eerder voorgekomen.

Zelf doet Balkenende geruchten over een verhuizing naar Brussel af met een herhaaldelijk „flauwekul”. Maar de mogelijkheid uitsluiten doet hij natuurlijk ook niet. Als hem dat gevraagd wordt, antwoordt hij: „Mijn inhoudelijke agenda reikt tot 2015.” Wat dat precies betekent, weet alleen hij.