Een zwart met zilveren jas

Wij noemen ze lammergieren. Maar in Spanje heten ze bottenbrekers. Die naam is beter, want de enorme gieren die op bergtoppen in de Pyreneeën nestelen, gedragen zich niet als lammetjes. Ze eten ze ook niet. Ze eten merg uit botten van dode dieren. Die botten laten ze van hoog uit de lucht eerst op de rotsen kapot vallen.

Hun sombere verenkleed past goed bij die gewoonte. Lammergieren hebben een grauwe rug en een gelige buik en kop. Maar als ze hun vleugels uitslaan en in de zon zweven, dan lijken ze wel van zilver. Zelfs lammergieren houden van blingbling! En Spaanse onderzoekers hebben nu ontdekt welk trucje hen laat glanzen als gepoetste lepeltjes in de zon.

De onderzoekers legden veren uit de staart en de vleugels van de gieren onder een supersterke microscoop. Zulke veren, dat heb je vast wel eens gezien, hebben een stevige schacht in het midden. Aan weerszijden daarvan hangen twee soepele maar sterke ‘vlaggen’. Ze bestaan uit losse draden (‘baarden’) en draadjes (‘baardjes’) die met weerhaakjes stevig in elkaar zitten gehaakt.

In de lammergierveren zijn die vlaggen zwart van het melanine. Dat pigment beschermt tegen de schadelijke zonnestralen hoog in de bergen. Maar op het zwart ligt nóg een laag. Die is doorzichtig en kaatst een deel van het licht uit de zon zilverig terug: blingbling. Zo kunnen zelfs lammergieren proberen de mooiste te zijn.

Als de vogels zes jaar oud zijn, glanzen ze het meest. Daarna schrapen zon en wind en geruzie steeds meer van het glimmerlaagje af. Dan schemert er alsmaar meer zwart door hun lammergierenjas.

Andere vogels snappen zo: daar gaat een machtige oude gier met veel vlieguren. En het kan ook heel goed, denken de onderzoekers, dat lammergieren elkaar van verre herkennen aan de zwart met zilveren patronen die de tijd en de zon op hun jassen hebben getekend.