Een regering die met te veel monden spreekt

Ezels zijn in groten getale aanwezig in Afghanistan. Zou het daardoor komen dat leden van het kabinet-Balkenende IV zich, als het gaat om de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan in het algemeen en in de provincie Uruzgan in het bijzonder, gedragen als de ezel van Bileam, de heidense profeet?

Bileams ezel is de uitdrukking die aangeeft dat iemand voor zijn beurt praat. Nederlandse ministers gedragen zich als Bileams ezel. De gevolgen zijn: openlijke verdeeldheid in het kabinet, hernieuwde twijfel over de vraag of Nederland zijn missie in Uruzgan eind 2010 stopzet of toch niet, argwaan in de Tweede Kamer en groeiende irritatie tussen de coalitiepartners.

De internationale gemeenschap is sinds eind 2001 actief in Afghanistan. Dat doet ze in reactie op de terreur van 9/11, om zo Al-Qaeda en de Talibaan te bestrijden, en als poging om van Afghanistan een stabiel en democratisch land te maken. Van een algemeen succes dankzij deze oorlog is helaas nog allerminst sprake.

Nederland is een ijverig lid van de internationale gemeenschap, sinds 2006 als leidende natie in de gevaarlijke, zuidelijke provincie Uruzgan. Eerder was het onder meer actief bij de heropbouw van de noordelijke provincie Baghlan, terwijl het nog altijd ook elders in Afghanistan zijn (militaire) bijdragen levert.

Nederland wijst regelmatig met nadruk op de goede resultaten van zijn specifieke strategie in Uruzgan en incasseert gretig de internationale complimenten die het daarvoor krijgt. Maar de trots gaat niet zover dat Nederland na 2010, na een missie die dan al twee jaar langer heeft geduurd dan oorspronkelijk de bedoeling was, nog langer in Uruzgan wenst te blijven. Evenmin wil het een omvangrijke bijdrage aan de internationale troepenmacht elders in het land leveren. Althans: dat is de logische consequentie van het standpunt dat de meerderheid in de Tweede Kamer, waaronder de regeringsfracties PvdA en ChristenUnie, deze week innam.

Zij stellen zich zo lijnrecht op tegenover minister Verhagen van Buitenlandse Zaken en zijn partij, het CDA. Met recente uitspraken over een mogelijke verdere Nederlandse bijdrage aan de operaties in Afghanistan riep hij deze week juist een parlementaire blokkade hiervan over zich af, en dus een voor hem averechts effect. Te vroeg gesproken.

Eind vorig jaar had premier Balkenende het over een „weegmoment” dat zou ontstaan als (de toen aanstaande) president Obama van de VS een beroep op Nederland deed. Waarop de minister van Defensie, Van Middelkoop (ChristenUnie), juist liet weten dat Obama het wel kon vergeten, ook als hij hem „tien keer” zou bellen. Dezelfde minister had zich in het verleden zo ontijdig uitgelaten over de eerdere verlenging van de missie in Uruzgan, dat geen NAVO-bondgenoot zich toen nog geroepen voelde in te springen.

Ook vicepremier Bos (PvdA) liet vorige week vanuit Pittsburgh tussen de bedrijven door even weten hoe híj dacht over ‘Uruzgan’, en dat was wat anders dan Verhagen. Zo klonk vanuit de regering, die constitutioneel geacht wordt met één mond te spreken, een kakofonie aan opvattingen, en dat is dus niet voor de eerste keer. Balkenende trachtte er deze week tevergeefs een einde aan te maken. Waardoor een vergelijking tussen ezels en ministers bij deze gelegenheid toch in het voordeel van de eenhoevigen uitvalt.