'Een ontwerp moet geluk brengen'

Hans Appenzeller (1949) viert zijn 40-jarig jubileum als sieradenontwerper met een digitale overzichtstentoonstelling.

Hoe zag uw ouderlijk huis eruit?

„Wij woonden twee hoog in de Ferdinand Bolstraat, in De Pijp in Amsterdam. Mijn vader werkte bij een bank, mijn moeder was huisvrouw. We hadden één schilderij aan de muur, een huwelijkscadeau. Nee, naar musea gingen we niet. In het weekeinde trok het gezin er met de Eend op uit, de natuur in.”

Wanneer besefte u dat voorwerpen worden ontworpen?

„Ik heb een aangeboren gevoel voor esthetiek, een verlangen naar de perfecte vorm. Als kind maakte ik van kokosnoot sieraden voor mijn moeder. Daar schuurde en poetste ik net zo lang aan, tot het ging glimmen als ebbenhout.

„Op mijn zeventiende maakte ik met mijn ouders een tochtje naar de Achterhoek. In Bronkhorst zag ik hoe sieradenontwerper Nicolaas van Beek zijn eigen werk aan de man bracht. Toen sprong er een vonk over. Eigen baas zijn, dingen maken en ze zelf verkopen, dat wilde ik ook. In mijn leven heb ik een paar van dat soort poortwachters ontmoet, mensen die voor mij een deur hebben opengezet.”

Kan een ontwerp geluk brengen?

„Dat is niet een kwestie van kunnen, maar van moeten. Ik maak die sieraden niet voor mezelf, maar voor mijn klanten. Voor een geslaagd ontwerp is daarom maar één test: de drager. Mijn ambitie is altijd geweest om het beste sieraad van de wereld te maken. Bij jonge sieradenontwerpers merk ik vaak dat ze heel andere drijfveren hebben, dat ze vaak te krampachtig proberen kunst met een grote K te maken. Dat is iets wat volgens mij op natuurlijke wijze zou moeten voortvloeien uit de kwaliteit van een ontwerp.”

Hoe zou u uw ontwerpstijl in twee zinnen samenvatten?

„Ik maak sieraden zoals een architect gebouwen: met een minimaal designers-ego probeer ik me dienstbaar te maken aan de gebruiker. En ik omarm graag nieuwe technieken. Als het mogelijk wordt een zonnepaneel op een ring te monteren, ben ik de eerste die dat doet.”

Wie heeft u geïnspireerd?

„Ik herken mezelf in het glaswerk van de architecten Berlage en De Bazel. De jaren dertig van de vorige eeuw waren bekrompen, op decoratie rustte een taboe. En toen kwamen zij met die sierlijke vazen. Dat moet een uitlaatklep voor ze zijn geweest.

„Ja, decoreren mag tegenwoordig wél. Sterker nog: de zucht naar decoratie is de laatste tijd helemaal doorgeslagen. Kijk naar ontwerper Marcel Wanders en het designfabrikant Moooi. Hoe moeten ze verder? Nóg grotere krullen trekken, nóg meer goud toepassen? Ik kan me erg vinden in [de Franse sterontwerper] Philippe Starck. Hij is recentelijk de waarde van design sterk gaan relativeren.”

Van welk ontwerp heeft u spijt?

„In 1983 opende ik een winkel in New York. Ik dacht: ‘Als ik wereldberoemd wil worden, moet ik niet in Nederland blijven.’ In Nederland was succes verdacht. Ik herinner me nog goed dat [ontwerper en verzamelaar] Benno Premsela eens aan me vroeg hoe het ging en dat ik mezelf hoorde antwoorden: ‘Ik verkoop best goed, er zal wel iets mis zijn.’

„New York betekende een bevrijding voor me als ontwerper. In Amerika hadden ze geen last van calvinistische gevoelens. Sieraden mochten daar glamourous zijn. En op conceptuele verhalen, hier verplichte kost, zaten ze daar niet te wachten. Ook heel verfrissend.

„In New York ben ik voor het eerst gaan werken met edelstenen. Maar toen ik daar net was, heb ik de Amadeus-collectie gemaakt. Armbanden van Lodewijk-de-zoveelste deurbeslag. Heel weelderig, het paste absoluut niet bij me.”

Wat zijn de grootste veranderingen in de veertig jaar dat u sieraden maakt?

„De technische mogelijkheden zijn enorm vergroot. In november presenteer ik bijvoorbeeld een collectie sieraden die op de computer is ontworpen en met een 3D-printer is gemaakt.

„Vergeleken met mijn begintijd staan alle hekken nu open. Die enorme vrijheid is mooi maar heeft ook nadelen. De beperkingen van de jaren zeventig leidden in elk geval tot veel vernieuwing. Mijn beste ontwerpen stammen, denk ik, uit die tijd.”

Heeft u een gedroomde opdrachtgever?

Lachend: „Of ik er van droom een tiara voor prinses Máxima te ontwerpen? Nee, dat hoeft voor mij niet per se. Lange tijd wilde ik graag eens een horloge ontwerpen. Maar die wens is vervuld: in november ligt mijn eerste horloge in de winkel.”