Dure Van Mieris werd goedkope Van der Neer

Toeschrijvingen zijn van groot belang in de kunsthandel. Een Van der Neer van twee ton bracht in 1950 nog 850.000 pond op als een Van Mieris.

Na veertig jaar Rembrandt Research Project is er nog steeds geen rust in zijn oeuvre. Vorige maand kwam er weer iets uit de Hermitage bij en in augustus bleek ook het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen een Rembrandt rijker.

Het is altijd fijn om een nieuwe Rembrandt te begroeten, maar slechts zelden verandert het iets wezenlijks aan het beeld van een kunstenaar. Het schilderij blijft hetzelfde. Maar de waarde verandert wel.

Veilingen en exposities zijn momenten waarop een werk met frisse ogen wordt bekeken. De Antwerpse Rembrandt bleek na het schoonmaken zo goed dat hij niet het werk van leerlingen kon zijn. Wat voor het museum een gelukje was, want dat had hem in 1886 als een echte gekocht. De Sint-Petersburgse Rembrandt kwam aan het licht door onderzoek van Anna Tummers, conservator bij het Frans Hals Museum.

Toeschrijvingen zijn onderhevig aan modes. Heel wat werken van Rembrandt, Gerard ter Borg en Frans van Mieris wisselden in het verleden van maker, toen toeschrijven zonder technische hulpmiddelen en vooral op basis van kennerschap gebeurde. Enig zakeninstinct was ook van invloed, want de juiste naam betekende meer geld. Zo werd De dame die een luit (theorbe) stemt eind 19e eeuw toegeschreven aan de populaire Frans van Mieris – ook Vermeers Muziekles trof ooit dat lot – terwijl het voor die tijd terecht bekend stond als een werk van de Amsterdamse meester Eglon van der Neer (ca. 1633-1703). Het kleine schilderijtje, dat 13 oktober als kavel 63 wordt geveild bij Christie’s in Amsterdam, was na een lang verblijf bij Britse adel begin 1940 in het bezit gekomen van kunsthandel Katz in Dieren en Basel, waar een vertegenwoordiger van Hitler het uitkoos voor het Führermuseum in Linz. In 1947 kreeg Katz het terug. Het paneel wisselde enkele keren van eigenaar tot het in 1978 naar de VS verhuisde.

Nu is het terug in Amsterdam en wordt de waarde geschat op twee tot drie ton, terwijl Sotheby’s er in 1950 nog 850.000 pond voor kreeg. Maar toen was het nog een Van Mieris. Een vergelijkbaar werkje van hem met een meisje dat een papegaai voert bracht in 2008 zelfs 3,8 miljoen euro op. Bijna dezelfde luitspeelster van Van der Neer in net zo’n kerstmanjurkje kostte in 2006 bij Christie’s in New York 652.000 euro.

Volgens Eddy Schavemaker van Noortman Master Paintings is de vrouw op dat werk iets meer geïdealiseerd weergegeven. Schavemaker werkt aan de beschrijving van het oeuvre van Eglon van der Neer in een catalogue raissoné waarop hij volgende maand hoopt te promoveren. Hij weet dat het de Amerikaanse kunsthistoricus Otto Naumann was die De luitstemster in 1981 afwees als een Van Mieris en toeschreef aan Van der Neer. Aan een boek over die laatste kwam Naumann niet toe, en Schavemaker kreeg diens materiaal.

In De luitstemster herkent hij het handschrift van Van der Neer. Er zijn 156 schilderijen van hem bewaard en Schavemaker heeft de wereld afgereisd om ze allemaal te zien. Van der Neer was in zijn leven erg succesvol en werd volgens Schavemaker tot in de 19e eeuw gerekend tot de top van de Gouden Eeuw. „Hij werd in de 18de eeuw hoger geacht dan Van Goyen, Hals en Steen, schilderijen van Vermeer werden aangeprezen als ‘net zo goed als Van der Neer’. Nu kennen weinig mensen hem.”

De schatting van maximaal drie ton lijkt Schavemaker te verklaren uit de wens van de eigenaar het snel te verkopen. „Een lage taxatie prikkelt geïnteresseerden om mee te bieden. We moeten nog zien hoeveel het opbrengt, maar het zal zeker verkocht worden.”