Denk met Dierendag eens aan het eetbare dier

Ze zien er schattig uit en smaken lekker. De makers van Carnivoria, een receptenboek met dierenfoto’s, willen waardering voor de dieren.

Hert. Stier. Duif. Lam. Kuiken. Kikker. We kennen ze. Het zijn ónze dieren. En toch zijn het vreemden. Wat voelen ze? Wat denken ze? Velen die het weten willen, maar geen mens die het zeggen kan.

Intussen voelen en denken wijzelf van alles bij en over hen. Ieder dier roept een ander gevoel op, een andere gedachte. Herten zijn mooi, er hangt een aureool van mystiek en onschuld om hen heen. Stieren zijn sterk, ze stralen mannelijkheid uit, en blinde kracht. Lammetjes geven een lentegevoel, maar ook een geurig gebraad. Een kuikentje is lief, schattig en kwetsbaar. Een kikker lijkt het tegendeel daarvan.

Wij eten dieren. Zij voorzien ons van eieren, ze ontroeren ons, kleden ons, begrazen onze weiden, trekken onze karren, vangen onze muggen. We kennen aan hen waarde toe. Je zou dus kunnen stellen dat we verantwoordelijk voor hen zijn. En daarmee komen we op de kwestie die steeds meer mensen bezig houdt: hoe gaan we met deze verantwoordelijkheid om?

Opeten of laten leven, dat moet ieder mens voor zich beslissen. De een kiest ervoor geen vlees te eten. De ander wil wel alles wat zwemt, vliegt, loopt, kruipt en krioelt consumeren, mits het zwemmende, vliegende, lopende, kruipende of krioelende wezen een fatsoenlijk, dierwaardig bestaan èn einde heeft gekend.

Als we ervoor kiezen dieren te eten, waarom eten we dan wel koe maar geen hond? Waarom wel kip maar geen rat? Waarom blieven wij slechts de borstfilets van de kip, en sturen we de rest als afval naar Afrika? Waarom vinden veel mensen het eten van paardenvlees verwerpelijk, en het eten van paling niet? Wat doen we eigenlijk met die paling, nu hij met uitsterven wordt bedreigd? Ervan profiteren nu het nog kan – zachtjes gestoofd met groene kruiden en witte wijn – of met rust laten? En kevers. Waarom eten we er daar juist niet meer van? Hartstikke lekker, wanneer je ze frituurt en serveert met zoetzure chilisaus.

Afijn. De mens is wat hij eet. Zo luidt althans een veelgeciteerd negentiende-eeuws aforisme. De zin werd opgetekend door de filosoof Ludwig Feuerbach. Hij had beslist een punt. Maar weet de mens anno nu nog wel wat hij eet? Weet de mens anno nu dus wel wie hij is?

Er zijn geen pasklare antwoorden. We zijn ons bewust van bio-industrie. Van milieuvervuiling. Van mestoverschotten. Van voedselkilometers. Van overbevissing. Van dierenleed. En toch, of juist daarom, weten we het niet meer. We weten niks, behalve misschien dit: wie in de 21ste eeuw eet, is per definitie schuldig. Het minste wat we kunnen doen, is respect tonen voor ons dagelijks voedsel. Lees: het waarderen en ervan genieten.

Deze tekst is gebaseerd op het voorwoord in ‘Carnivoria’ van Janneke Vreugdenhil (recepten), Mayke Swemle (foto’s) en Mark van Wageningen (concept en typografie) (Waanders uitgevers, €19,95)