De stelling van Jan Douwe van der Ploeg: Melkprotest is symptoom van verval van een ooit machtige sector

Boze boeren lozen uit protest tegen lage prijzen hun melk op de akkers. Jan Douwe van der Ploeg betoogt tegenover Frank Vermeulen dat dit agrarisch achterhoedegevecht wel degelijk van belang is voor de hele samenleving. Het culturele DNA van Nederland staat uiteindelijk op het spel.

De boeren die uit protest tegen de lage melkprijs hun melk over de akkers laten vloeien, raken een snaar bij de samenleving, beaamt Jan Douwe van der Ploeg. „Maar deze actie toont ook de tragiek van veel boerenacties. Ze hebben vaak een zekere onbeholpenheid. Je kunt je afvragen of de acties op het goede moment komen, of er een goed programma achterzit en of de actiemiddelen wel adequaat zijn.”

Het is ook de vraag tegen wie dit protest zich eigenlijk richt. Tegen de overheid, de supermarkten of de mensen die geen hogere prijzen willen betalen.

„Het gaat hier om een heel specifieke groep boeren. Tot voor kort waren zij de beste leerlingen van de klas. Degenen die hun bedrijven het meest hebben ontwikkeld. Die het meest geïnvesteerd hebben. En vaak daartoe enorme schulden zijn aangegaan. Ze hebben ook alle adviezen van beleid, wetenschap en de zuivelindustrie opgevolgd. Maar juist omdat ze het model van doorgaande groei zo hebben toegepast, komen ze nu in de klem te zitten. Dat komt nu met heftigheid naar buiten.”

Niet alle boeren steunen hun acties.

„Dat is het tweede probleem van de mensen die nu actievoeren. Ze voelen zich ongelooflijk in de steek gelaten. Op het ministerie van Landbouw haalt men – niet openbaar maar intern – de schouders op: het is marktwerking. Niets aan te doen. Als dat een aantal bedrijven kost, zij dat zo. De ondernemersorganisatie LTO laat deze grote zuivelondernemers in de steek. Het is een patroon dat bijvoorbeeld ook in Frankrijk en Italië zichtbaar is.”

Het gaat dus om de opstand van de agrobusinessmanagers?

„Dat is wel een erg groot woord. Maar zij zien zichzelf wel als agrarische ondernemers. In het verlengde daarvan hebben zij tot voor kort altijd de gedachte onderschreven van liberalisering en sterke oriëntatie op de wereldmarkt. Maar nu leidt diezelfde wereldmarkt tot enorme golfbewegingen in de prijs. En nu de prijzen in een diep dal zitten, draaien ze opeens om. Nu vragen ze om bescherming. Dat maakt het protest programmatisch niet erg sterk. Dat maakt het ook heel moeilijk, hoewel er sprake is van een deerniswekkende situatie, om te zeggen dat de protesterende boeren gelijk hebben.”

U ziet het als een achterhoedegevecht.

„Ja, uit recente opiniepeilingen blijkt ook dat 58 à 60 procent van de landbouwers heel nadrukkelijk tegen deze vormen van actievoeren is. Naast die boerenondernemers heb je namelijk ook een vrij grote groep boeren, misschien wel 60 procent, die inmiddels alternatieven gevonden heeft van diversificatie en kleinschaligheid. Die veel minder afhankelijk is van de hoogte van de melkprijs.”

Als er één groep in de samenleving zijn lobby altijd in orde had, was het wel het groene front. Wat ging er mis?

„Van het groene front is niets meer over. De institutionele infrastructuur is weg. Het Landbouwschap waardoor boeren, landarbeiders en agro-industrie met één verhaal naar buiten konden komen, is afgebroken. De wippositie die de sector had bij verkiezingen, is weg. De onderlinge tegenstellingen in de sector zijn inmiddels te groot geworden. Sinds het midden van de jaren tachtig kon de koek voor de boeren door alle quoteringen en voor andere sectoren beperkende maatregelen niet meer groeien. De vraag werd hoe de koek onderling werd verdeeld. Dat heeft tot een hele serie interne tegenstellingen in de landbouwsector geleid.”

In Brussel worden de boze boeren nog steeds serieus genomen.

,,Dat is waar. Ze hebben bereikt dat de Europese top zich gaat herbezinnen op het zuivelbeleid. En dat is hoe dan ook een belangrijk winstpunt. De roes waarin de regels zijn geschrapt en de markt het zou overnemen, is voorbij. Het besef dat de markt schadelijk kan werken, is vol in het licht komen te staan. Dat heeft de vraag opgeroepen of de voedselzekerheid wel in goede handen is bij de vrije markt.”

Het lijkt absurd: die koppeling van het lozen van melk door boze boeren aan de voedselzekerheid van de rijke landen in Europa.

„Onder toenmalig minister Brinkhorst (Landbouw, D66) was het thema taboe. Maar voedselzekerheid moet weer op de agenda. Nederlandse boeren produceren veel voor de rest van Europa. En we exporteren als het om zuivel gaat heel veel naar de wereldmarkt. Maar we hebben voor de productie van die zuivel invoer nodig van soja en andere grondstoffen voor veevoer. Dan gaat het om miljoenen aan hectaren die dit kleine landje in feite invoert van elders. We zijn zo op alle mogelijke niveaus verbonden met de wereldmarkt. Dat neemt niet weg dat in crisissituaties de nationale dimensie ineens hardnekkig aan de orde kan komen. Als deze crisis lang doorgaat, kunnen landbouwbedrijven omvallen, zonder dat er andere bedrijven zijn die dat potentieel kunnen overnemen. Het zou ook kunnen gebeuren dat die grote stroom soja naar Nederland onderbroken wordt. Dan kunnen we wel veel koeien hebben, maar die kunnen we dan nauwelijks nog voeren. Het is in geopolitieke termen een vrij fragiel systeem. Maar ook in bedrijfseconomische termen. Juist omdat we zo ongelooflijk gemoderniseerd zijn in Nederland, is de marge per product vrij smal. Daardoor komen boeren door een lichte prijsdaling al in acute problemen. En ironisch genoeg ervaren boeren in Spanje, Duitsland of Griekenland dat veel minder. Er zit dus een forse kwetsbaarheid in het Nederlandse systeem.”

Hoe kan die onverwoestbare Nederlandse landbouwsector er plots zo deplorabel voorstaan?

„We hebben het megaproject van de modernisering in de landbouw achter de rug: van enorme vergroting van bedrijven, sterke specialisatie, vervlechting van markten, competitief zijn op wereldmarktniveau en enorme intensivering. Dat megaproject is in Nederland in veel sterkere mate gerealiseerd dan in andere landen. Dat was aanvankelijk ons succes. Maar dat blijkt nu onze achilleshiel. Het is onze Noord-Zuidlijn. Er beginnen overal huizen te verzakken. Datgene waarvan we dachten dat het sterk was, machtig op wereldmarktniveau, blijkt opeens uitermate fragiel.”

De modernisering van de Nederlandse landbouw is doodgelopen?

„Ik denk dat het Nederlandse landbouwbeleid zich twee onderling nauw samenhangende vragen moet stellen. Hoe kunnen we ons meer verlaten op de groep van kleinschalige landbouwbedrijven die op dit moment onverwacht de robuuste basis van de sector blijkt te vormen. En ten tweede: hoe te voorkomen dat de groep die nu in problemen is, naar de gallemieze gaat. Daar is niemand mee geholpen.”

Moet de staat bijspringen?

„Dat is de eerste reflex. Maar die staat heeft door dezelfde verrekte liberalisering nog maar heel weinig middelen om in te grijpen. Ik denk dat er een moratorium moet komen bij banken. Dat betekent dat de schulden van de grote melkbedrijven opnieuw gefinancierd moeten worden, op een draaglijke manier. Er is ook een borgstellingsfonds in de maak voor de glastuinbouw, waar deze problemen nog veel groter zijn. Dat fonds zou moeten worden uitgebreid naar de melkveehouderij. Verder ligt er een heel belangrijke taak voor de zuivelindustrie. Het is opmerkelijk dat een grote Engelse zuivelcoöperatie heeft besloten te gaan interen op het eigen vermogen om zo de melkprijs te kunnen verhogen. Dus ervoor te zorgen dat hun boeren overeind blijven. Hier in Nederland hebben we één groot zuivelconcern, Friesland-Campina. Maar daar heeft men de eigen reserves de afgelopen periode verhoogd. Ik denk dat je in de sfeer van banken en zuivelindustrie een reeks van oplossingen moet zoeken. Verder zul je moeten nadenken over de vraag hoe je binnen die geliberaliseerde markt meer buffers kunt inbouwen. Je kunt niet die markt weer afschaffen op korte termijn.”

Waarom zou de landbouwsector op een andere manier moeten worden behandeld dan de mijnbouw of de textielindustrie, die zijn weggesaneerd?

„Voedsel is niet als willekeurig welke andere koopwaar waarbij het er niet toe doet waar het vandaan komt. Het is van belang dat we hier in West-Europa een aantrekkelijke en sterke landbouw houden. Als je kijkt naar de werkelijke rijkdom die er gegenereerd wordt: die is gigantisch. Probleem is alleen dat die steeds schever verdeeld wordt. Het is niet goed te verklaren waarom boeren 20 cent voor hun melk krijgen waar mensen in de supermarkt 80 cent voor betalen. Als je de landbouw verwaarloost, verkwansel je het culturele DNA van Nederland, bijvoorbeeld van landschappen met vee. We lopen bovendien het gevaar dat op langere termijn onze voedselzekerheid onder druk komt te staan. Het nieuwe systeem van wereldwijd opererende voedselgiganten heeft niet voedselzekerheid als doel, maar return on investment. Dat systeem kan in zijn eigen staart bijten.”

Boerenondernemers moeten het echte boeren opnieuw ontdekken, is dat uw gedachte?

„Ja, dat zou je kunnen zeggen. Landbouw – het klinkt ouderwets – was en is gebaseerd op ecologisch kapitaal: de grond, de beesten, het zaaigoed.”

Is dat niet een pre-industrieel, wat romantisch ideaal?

„Nee, absoluut niet. Het is, zou je kunnen zeggen, een modern antwoord op moderne verhoudingen. Boeren van nu hechten net zo goed als veel mensen buiten de landbouw meer aan hun eigen verantwoordelijkheid en hun autonomie. Modern boeren gaat om een fantastische fine tuning van ingewikkelde processen. Het maken van goede boerenkaas van rauwe melk is eindeloos veel moeilijker dan gepasteuriseerde melk via gecomputeriseerde programma’s om te zetten in standaard Edammer. Het herontdekken van het boerenspoor laat ook kleinschalige netwerken ontstaan, die resistent zijn tegen crises van buitenaf en die de onderlinge betrokkenheid vergroten. Dat is niet romantisch. Dat is hoogst actueel.”