De mythe van de vlucht

Veel Asjkenasische joden zijn Oost-Europeanen die daar bekeerd werden of al lang leefden. De theorie dat zij massaal uit Duitsland zijn gevlucht is niet houdbaar. Berthold van Maris

Rond 1900 woonden er zo’n 7 miljoen joden in Oost-Europa. Het verhaal wil dat zij oorspronkelijk uit Duitsland kwamen. Hun voorouders zouden tijdens vervolgingen in de Middeleeuwen naar Oost-Europa zijn gevlucht. Met name naar Polen en Litouwen.

Daarom worden ze ook wel ‘Asjkenasische joden’ genoemd: ‘Asjkenaz’ was in de late Middeleeuwen de Hebreeuwse naam voor ‘Duitsland’. De vluchttheorie verklaart tevens waarom de Oost-Europese joden onder elkaar Jiddisch spraken, dat een soort Duits is met veel Slavische en Hebreeuwse woorden erin.

Een belangrijk deel van de joden in de Verenigde Staten en Israël stamt weer af van deze Asjkenasische joden. Ook in Nederland waren en zijn de meeste joden Asjkenasisch.

De theorie dat al deze mensen afstammen van Duitse joden vind je terug in veel populaire geschiedenisboeken en op Wikipedia. Veel joden denken zelf dat het zo gegaan is – het verhaal maakt als het ware deel uit van hun ‘joodse identiteit’.

Maar volgens Jits van Straten, zelf van Asjkenasisch-joodse afkomt, is die vluchttheorie niet houdbaar. Hij schreef een intrigerend boek over de geschiedenis van de Asjkenasische joden.

Van Straten (70), van huis uit microbioloog, heeft de afgelopen 15 jaar alle literatuur die er te vinden was over de herkomst van de Asjkenasische joden kritisch bekeken: historische literatuur, middeleeuws archiefmateriaal, archeologische vondsten, demografische gegevens, theorieën over de herkomst van het Jiddisch en recent genetisch onderzoek.

Voor we het daarover gaan hebben, eerst maar de vraag: waarom is dat vluchtverhaal voor sommigen zo aantrekkelijk? Omdat het een overzichtelijke migratiegeschiedenis oplevert, denkt Van Straten. “Men gaat ervan uit dat er een groep joden is geweest die rond het begin van de jaartelling uit Palestina is vertrokken, tijdens het Romeinse Rijk, om zich vooral in Italië te vestigen. Vandaar zouden ze later naar Duitsland gegaan zijn, en vervolgens dus naar Oost-Europa.”

Maar de geschiedenis van de joden is niet alleen maar een migratiegeschiedenis, het is ook een geschiedenis van gemengde huwelijken en bekeringen. Dat aspect wordt volgens Van Straten door veel joodse geschiedschrijvers systematisch onderschat. “Het is maar de vraag of de huidige Asjkenasische joden wel zo direct afstammen van mensen die voor het jaar nul in Palestina woonden”, zegt hij.

KRUISTOCHT

Dat er in de Middeleeuwen ernstige jodenvervolgingen geweest zijn, staat buiten kijf. Zo kregen Duitse joden het zwaar te verduren tijdens de eerste kruistocht (1096), toen de joden werden beschuldigd van de kruisiging van Jezus. “In de literatuur wordt meestal verteld dat er toen een heleboel joden naar Polen en Litouwen zijn gevlucht. Hetzelfde zou tweeënhalve eeuw later gebeurd zijn tijdens de pest: de joden kregen ook daar de schuld van. Ten slotte zijn er in de vijftiende eeuw veel joden uit Duitse steden verdreven. Het zijn vooral Oost-Europese joodse geschiedschrijvers die al deze joden naar Polen en Litouwen laten gaan.”

Toch rijst een ander beeld op uit Germania Judaica. Dat is een vijfdelig standaardwerk over de geschiedenis van de Duitse joden tot 1519. Het eerste deel kwam uit in de jaren dertig. De rest na de oorlog: in 1968 en 1987. Van Straten vond er niets in over massale migraties naar Polen en Litouwen. “Wat opvalt, is dat men over het algemeen juist in de buurt probeerde te blijven: men vluchtte naar een andere stad of naar het platteland. Wie naar het buitenland ging, kwam vaak na enige tijd weer terug.”

De vluchttheorie klopt ook demografisch niet. “Als alle joden uit West-Europa zouden zijn weggevlucht, waar zijn dan opeens al die joden vandaan gekomen die daarna in Duitsland woonden? In 1900 waren dat er een half miljoen. En getalsmatig is het ook onmogelijk dat de Oost-Europese joden afstammen van de Duitse joden. In de Middeleeuwen woonden er ook weer niet zo heel veel joden in Duitsland. Schattingen lopen uiteen van 10.000 tot 55.000. Als die allemaal naar Oost-Europa verhuisd zijn, blijft dat toch maar een klein aantal. Probeer dan maar eens aan 7 miljoen te komen in 1900. Dan zouden de joden zich twee tot vier keer zo snel hebben voortgeplant als de rest van de Oost-Europese bevolking.”

Sommige joodse historici gaan inderdaad uit van zo’n snelle vermeerdering. Ze voeren daar allerlei oorzaken voor aan. Bijvoorbeeld: joden trouwden jonger. Van Straten: “Dat zal best. Maar als je vervolgens bekijkt hoe vroeg de Russisch-orthodoxen bijvoorbeeld trouwden, dan zie je dat dat niet zoveel scheelt. Kijk je naar de 19e eeuw, dan zie je dat de joden zich in Nederland, Duitsland en Polen inderdaad iets sneller voortplantten dan de rest van de bevolking gemiddeld deed. Een factor 1,2 à 1,3 sneller, maar niet twee keer zo snel. Als je terugrekent, kom je op 500.000 tot 800.000 Oost-Europese joden rond 1500. Zoveel kunnen er dus nooit uit Duitsland gevlucht zijn. Conclusie: het gaat om joden die al veel langer in Oost-Europa woonden.”

CHAZAREN

Onder wie waarschijnlijk veel bekeerde joden. Van de Chazaren, een volk dat in de vroege Middeleeuwen in Zuid-Rusland en Oekraïne woonde, is bijvoorbeeld bekend dat in ieder geval de elite zich in de negende eeuw tot het jodendom bekeerd heeft. Er is een theorie dat de Oost-Europese joden voor een deel van bekeerde Chazaren afstammen.

Het jodendom van de Chazaren begint met de bekering van koning Bulan, halverwege de negende eeuw. In die tijd was het een trend om over te gaan naar monotheïstische godsdiensten. Volgens sommige historici was de keuze voor het jodendom een politieke: identificatie met het christendom zou koning Bulan afhankelijk hebben gemaakt van Byzantium, identificatie met de islam zou hem tot onderdaan van de kalief van Bagdad hebben gemaakt.

“Maar eigenlijk weten we maar heel weinig van die Chazaren. We weten niet hoeveel er zijn overgegaan tot het jodendom. De koning ging over. Dan kun je je afvragen: was dat net zo als bij Clovis? Clovis ging over tot het christendom, de Franken gingen over tot het christendom. Of bleef het gewoon bij een kleine bovenlaag?”

“Natuurlijk zijn er ook joden vanuit het Midden-Oosten en vanuit Byzantium in Zuid-Rusland terechtgekomen. Dat is bekend. Ook is bekend dat hun godsdienstige kennis heel erg laag was. Uit tabletten van marmer van rond het begin van de jaartelling blijkt dat ze behoorlijk geassimileerd waren. Die groep heeft zich uitgebreid, voortgeplant, omdat ze zo sterk geassimileerd waren waren er waarschijnlijk veel gemengde huwelijken.”

Ook elders in Europa heeft er in het eerste millennium veel vermenging plaatsgevonden tussen joden en niet-joden. “Om de simpele reden dat de kerk toen niet sterk genoeg was om de straffen die ze hadden op het gemengd huwen ook daadwerkelijk ten uitvoer te brengen.”

“joden hadden toen ook nog dezelfde beroepen als niet-joden. Pas later werden ze van allerlei beroepen uitgesloten. Dus er waren ook joodse grootgrondbezitters en net als de andere grootgrondbezitters hadden die slaven. Als een jood slaven hield, moest die slaaf de joodse wetten respecteren en, nog belangrijker misschien, als hij dat deed dan kwam hij na een bepaalde tijd vrij. Het was voor die slaven dus aantrekkelijk om zich tot het jodendom te bekeren.”

“Alle historici zijn het erover eens dat er in het eerste millennium joden woonden in Zuid-Rusland. Alleen laat men hen daarna allemaal verdwijnen. De een doet dat tijdens de invasie van de Mongolen, in 1223. Nou, de modernste literatuur daarover zegt: het maakte die Mongolen niet uit of iemand een jood was of een niet-jood. Als je je maar gedroeg zoals zij het wilden. Een ander laat die joden verdwijnen tijdens de opstand van de Kozakken in 1648. Maar ook daar zijn geen bewijzen voor.”

Volgens Van Straten stammen de Oost-Europese joden dus af van joden die al veel langer in Oost-Europa woonden, en van tot het jodendom bekeerde Oost-Europeanen. Genetisch onderzoek zou hier meer uitsluitsel over kunnen geven.

De afgelopen tien jaar is het een en ander op dit gebied onderzocht. Er is bijvoorbeeld een onderzoek waarin stukjes DNA van Asjkenasische joden worden vergeleken met stukjes DNA van niet-joodse Europeanen. Over dat onderzoek is Van Straten niet erg enthousiast. “Aangezien de onderzoekers ervan uitgaan dat de Oost-Europese joden oorspronkelijk uit Duitsland en nog een paar van die landen afkomstig zijn, hebben ze het DNA van de Oost-Europese joden naast het ‘niet-joodse’ DNA uit die landen gelegd. Er werd een groot verschil gevonden.

“Maar wat zegt dat verschil? Waar ze het joodse DNA mee hadden moeten vergelijken, is het DNA van bijvoorbeeld niet-joden uit Oekraïne of Wit-Rusland. Daar heeft vermoedelijk de meeste vermenging plaatsgevonden. Ze vergelijken de verkeerde populaties met elkaar.”

OERPOPULATIE

In een ander onderzoek wordt aan de hand van het DNA van een aantal joodse populaties het DNA-profiel van een veronderstelde joodse oerpopulatie berekend. Vervolgens wordt van het DNA van verschillende joodse groepen bekeken hoe ver dat van het DNA van die gereconstrueerde oerpopulatie af staat. Van Straten: “Dat kun je alleen doen als je aannemelijk hebt gemaakt dat al die populaties van zo’n oerpopulatie afstammen. Dat is niet zo.”

Van Straten is wel enthousiast over het werk van de Israëlische onderzoeker Avshalom Zoossmann-Diskin. Die keek naar genetisch materiaal van joden uit Oost-Europa, Irak, Iran, Jemen, Marokko, en nog zes andere landen en vergeleek dat met het DNA van de niet-joden waar die joden tussen woonden. Zijn conclusie: de verschillende groepen joden zijn meer verwant aan de bevolking te midden waarvan zij leven dan aan elkaar.

“De verschillen tussen de joodse populaties kunnen niet worden toegeschreven aan een willekeurige genetische verschuiving in de loop van 2000 jaar. Daarvoor zijn ze te groot en ook te duidelijk geografisch bepaald: Indiase joden staan het dichtst bij niet-joodse Indiërs, Europese joden het dichtst bij niet-joodse Europeanen, etcetera. De verschillen tussen de groepen joden onderling zijn dus het gevolg van vermenging: gemengde huwelijken en bekering.

“Ik ben zelf opgegroeid met het idee dat joden niet aan bekeren deden en dat ze altijd binnen de groep trouwden. Ik heb in mijn jonge jaren een tijdje in Israël gewoond en stond raar te kijken toen ik daar Indiase en Jemenitische joden zag. Die zagen er totaal anders uit dan ik. En als je in Jeruzalem door Meah Shearim loopt, de wijk waar al die orthodoxe joden wonen, dan zie je daar heel veel blonde kindertjes. Blond komt natuurlijk niet uit het Midden-Oosten. Ik denk dat de joden gewoon een cultureel-godsdienstige groep zijn, en dat afstamming daarin niet zo’n erg grote rol speelt.”

KROMME NEUZEN

Toch hebben veel mensen het idee dat je joden kunt herkennen aan hun uiterlijk. Van Straten: “In 1897 concludeerde antropoloog Weissenberg al dat het een lekenfabel is dat je kunt zien dat mensen joods zijn. Ik denk dat men in de Middeleeuwen de joden is gaan afschilderen op een bepaalde onsympathieke manier, met grote kromme neuzen en zo. En zo is men vervolgens ook gaan denken. Zo gauw men iemand zag met donker haar en zijn neus week enigszins af dan was dat typisch joods.”

Het lastigste puzzelstukje in Van Stratens speurtocht naar de herkomst van de Asjkenasische joden is het Jiddisch. Deze taal, die in de Middeleeuwen is ontstaan en door een groot deel van de Oost-Europese joden gesproken werd, is in wezen een variant van het Duits met veel Slavische, Hebreeuwse en ook wat Romaanse woorden erin.

Hoe verklaar je dat een half miljoen Oost-Europeanen een Duitsachtige taal zijn gaan spreken, terwijl hun omgeving Pools, Litouws of Russisch sprak? “Er is een recente hypothese van een Slavist. Hij zegt: de Slavische woorden in het Jiddisch zijn van oorsprong Oud-Tsjechisch, en de Duitse component is Beiers. Dat komt mooi uit, want het Beiers werd in de late Middeleeuwen ook in Bohemen en Moravië gesproken – het huidige Tsjechië. Dus daar ligt de bakermat van het Jiddisch.”

Van Straten haalt in zijn boek teksten van rond 1600 aan, waarin rabbijnen zich erover beklagen dat er heel veel Oost-Europese joden zijn die geen Jiddisch spreken. Die klachten worden in de eeuwen daarna zeldzamer. Daaruit zou je kunnen opmaken dat de Oost-Europese joden maar heel geleidelijk zijn overgegaan op het Jiddisch.

“En dat heeft natuurlijk alles te maken met de godsdienst. Joden in Oost-Europa wisten tot rond 1200 niet veel van de godsdienst. Ze waren aangewezen op rabbijnen die uit Duitsland en Tsjechië kwamen. Tegen hen keken ze heel erg op. De godsdienstige ontwikkeling in Oost-Europa is vervolgens enorm geweest. Het Jiddisch speelde daarin een cruciale rol.”

Jits van Straten ‘De herkomst van de Asjkenazische joden: de controverse opgelost’ blz. euro. Bestellen: jits.vanstraten@orange.nl.