De kapster houdt niet meer van de SPD

De SPD was eens de grootste partij van Duitsland. Maar miljoenen kiezers hebben afgelopen zondag de sociaal-democraten de rug toegekeerd. Ze vinden dat de SPD de gewone man onvoldoende verdedigt. De partij ligt op „intensive care”.

Peter Ringel, een jong ogende zestiger, is draaiorgelman. Ooit was hij loodgieter, maar hij heeft het aan zijn rug gekregen. Nu staat hij met z’n mooie kleine draaiorgeltje op publieksbijeenkomsten en zingt met sonore stem revolutionaire liederen uit het begintijdperk van de Duitse sociaal-democratie, eind negentiende eeuw. „De SPD sociaal-democratisch?” zegt hij, „Laat me niet lachen. De SPD is een neoliberale partij geworden, een partij die de Duitse arbeidersklasse heeft verraden”.

‘Draaiorgel Peter’ zoals hij wordt genoemd, is in zijn woonplaats Bad Vilbel bij Frankfurt am Main een bekende verschijning. Na muziek is politiek zijn grote passie. En dan vooral het socialisme, de sociaal-democratie en het communisme. Natuurlijk heeft Ringel ooit SPD gestemd, „zoals haast iedere Duitser dat wel eens heeft gedaan”.

De laatste keer dat dat gebeurde, was in 1998. Toen heeft hij nog met z’n draaiorgel op een verkiezingsbijeenkomst van de sociaal-democraten in Berlijn gespeeld. Daarna was de liefde voorbij. „De SPD heeft de gewone man uit het oog verloren. De werkloze, de steuntrekker, de kapster die met een uurloon van vijf euro moet rondkomen”.

Het „allerergste” is volgens hem dat ouderen in Duitsland dadelijk tot hun 67ste moeten doorwerken, „desnoods met een kapotte rug”. Dat uitgerekend de sociaal-democraten zoiets hebben laten gebeuren, vindt Peter Ringel onbegrijpelijk.

Maar hij is allang niet bitter meer. Ringel is overgelopen naar de uiterst linkse partij Die Linke. Ook vanwege het standpunt van die partij over Afghanistan. „Duitsland is in een oorlog verwikkeld. Wij Duitsers, met ons beladen verleden, zijn een vreemd land binnengemarcheerd, terwijl we plechtig hadden beloofd dat nooit meer te zullen doen. Ook dat heeft de SPD toegestaan”. Nadat hij dit heeft gezegd, begint Draaiorgel Peter spontaan een arbeidersstrijdlied uit 1884 te zingen, Die Rote Republik.

De Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) verkeert in ernstige problemen. De oudste en ooit grootste politieke partij van Duitsland heeft bij de Bondsdagverkiezingen van afgelopen zondag de zwaarste verliezen in bijna zestig jaar moeten incasseren. Van ruim 34 procent in 2005 naar 23 procent nu. De concurrent op links, Die Linke, deed het daarentegen uitstekend: van 8,7 naar bijna twaalf procent.

De SPD verkeerde vaker in crisis, maar de laatste tien jaar lijkt de partij de kiezers compleet van zich te hebben vervreemd. Zoals Peter Ringel zijn er honderdduizenden Duitsers: ouderen die de sociaal-democratie altijd een warm hart hebben toegedragen, maar zich niet meer herkennen in het huidige SPD-beleid. En jongeren die kleine baantjes hebben of werkloos zijn en voor wie de partij van een andere planeet lijkt te komen.

Zelfs de machtigste bondgenoot van de SPD, de Duitse vakorganisatie, heeft het moeilijk met de door regeringscompromissen getekende politiek van de sociaal-democraten. Berthold Huber, voorzitter van de vakbond IG Metall: „De SPD moet de mensen weer opzoeken en naar ze luisteren. Niet over, maar mét ze praten. Dan zal de partijleiding horen hoe slecht maatregelen als Hartz IV [de nieuwe en strengere WW-regeling] en verhoging van de pensioenleeftijd zijn gevallen”.

Regeren heeft de SPD altijd stemmen gekost. De sociaal-democraten zijn op dit moment elf jaar onafgebroken aan de macht. Het is een periode geweest waarin de omstreden Agenda 2010 van SPD-kanselier Gerhard Schröder werd bedacht en uitgevoerd; een pakket sociaal-economische maatregelen die de Duitse economie een impuls moesten geven.

Macro-economisch is dat gelukt: Schröders Agenda 2010 bleek succesvol. De uitkeringen gingen omlaag, de pensioenleeftijd gaat in fasen omhoog, de arbeidsmarkt is geflexibiliseerd. Maar veel SPD-kiezers zijn er persoonlijk door getroffen. De Agenda 2010 heeft tot massaal ledenverlies geleid én tot ernstige verdeeldheid tussen de linker- en rechtervleugel van de partij.

De strijd tussen beide SPD-kampen is een historisch gegeven. Tot de dag van vandaag is dit het thema dat de sociaal-democraten intern het meeste bezighoudt. De partijgeschiedenis wordt gekenmerkt door afsplitsingen. Sinds haar oprichting in de negentiende eeuw heeft de SPD geprobeerd het onverenigbare te verenigen: rechtse sociaal-democraten, linkse socialisten en communisten. Al snel bleek dat dat niet werkte.

De bekendste en meest tragische afsplitsing is die van de Spartakusbund, een links-revolutionaire beweging onder leiding van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, die zich in 1917 van de SPD afscheidde. Beide politici werden in 1919 door rechtse tegenstanders in Berlijn vermoord. De Duitse Groenen zijn deels voortgekomen uit ontevreden SPD’ers. Hetzelfde geldt voor de West-Duitse tak van Die Linke: voormalige sociaal-democraten voor wie de partij te rechts was geworden.

De SPD vandaag is diep verdeeld over de koers. De rechterflank onder leiding van Frank-Walter Steinmeier wil vasthouden aan Schröders Agenda 2010. Steinmeier, ooit assistent van Schröder, is een van de architecten daarvan. De linkervleugel wil het liefst van de omstreden maatregelen af, omdat ze van de SPD in wezen een partij zonder thema hebben gemaakt. Deze tak wil toenadering tot Die Linke. Haar prominentste vertegenwoordiger is Berlijns burgemeester Klaus Wowereit, die zijn stad met Die Linke bestuurt.

Meteen na de verkiezingen van afgelopen zondag barstte de stammenstrijd in de SPD openlijk los. Partijvoorzitter Franz Müntefering stapt op. Hij wordt vervangen door Sigmar Gabriel, waarschijnlijk een tussenpaus. De impopulaire partijsecretaris Hubertus Heil wordt afgelost door de linkse Andrea Nahles. Steinmeier wordt fractieleider als de SPD dadelijk in de oppositie zit. Maar hij ligt onder vuur, en het is maar de vraag of hij de machtsstrijd tussen de partijvleugels overleeft. „Steinmeier heeft voor mij afgedaan. Hij heeft de slag om de stembus grandioos verloren”, zegt een Berlijns actief SPD-lid dat anoniem wil blijven.

De gouden tijden van de SPD liggen ver in het verleden. Met de charismatische politicus Willy Brandt haalde de partij in 1972 bijna 46 procent van de stemmen. Schröder wist in 1998 nog een respectabele 41 procent te pakken. Met de huidige 23 procent ligt de SPD op de „intensive care”, zegt de Berlijnse SPD’er.

De oude garde, die de bloei nog heeft meegemaakt, roert zich. Henning Scherf, oud-burgemeester van Bremen, zei op de verkiezingsavond dat zijn partij „deze grote en historische nederlaag” op gepaste wijze moet verwerken. „We zullen bij onszelf te rade moeten gaan. We moeten kijken wat we verkeerd hebben gedaan, zowel inhoudelijk als persoonlijk”.

De nestor van de linkervleugel, de sociaal-democraat in hart en nieren Ottmar Schreiner, is van mening dat het stembusdebacle „keihard” moet worden aangepakt, wil de SPD weer op de benen komen. Schreiner zei tegen de ARD-tv dat zijn partij haar belangrijkste expertise – het arbeidsmarktbeleid – uit handen heeft gegeven. „Dat moeten we heroveren, anders wordt het niets meer”.

In de Bondsdag komt de SPD straks met de Groenen en Die Linke in de oppositie. Vooral de sociaal-democraten en Die Linke zullen aan elkaar moeten wennen. Samenwerking op landelijk niveau met de voormalige communisten is door de SPD steeds taboe verklaard. Maar op lokaal niveau gebeurt het allang. In Berlijn werken beide partijen innig en meestal probleemloos samen.

SPD-bestuurders in de oostelijke en linkse wijken van de hoofdstad hebben doorgaans geen moeite met Die Linke. Daar zegt men: „wat hier kan, kan ook landelijk”. Franziska Drohsel, voorzitter van de Juso’s – de jonge socialisten – wil dat haar partij zich eindelijk naar Die Linke „opent”.

En Peter Ringel, de draaiorgelman? Hij denkt dat de SPD te neoliberaal is geworden „om ooit nog te kunnen sociaal-democratiseren”. Hij verwacht weinig goeds van eventuele samenwerking met Die Linke. „Dan moeten ook de linksen concessies doen. Dat zou slecht zijn – dan moet ik weer op zoek naar een andere partij”.

Herbeleef de verkiezingen op nrc.nl/duitslandkiest