Allochtoon

Anton Geesink en Michelle Obama: het moet een geweldige ontmoeting zijn geweest. Rococo uit een andere eeuw. Ik zie nu haar frêle hand in zijn klauw liggen.

Zij: hemelse glimlach, hij: verlegen kuch. Beiden vooral verbaasd over elkaars lengte.

Anton is geen vrouwenman, nooit geweest. Zolang ik hem ken, heb ik hem nooit de blik zien slijpen aan een minirok. Voor de oud-judokampioen zijn vrouwen, die ertoe doen, mannenvolk. Er zal dus niet lang over kinderen en huisdieren gepraat zijn, tussen Anton en Michelle. En ook niet over waters en bossen. Ik denk dat het Nederlandse IOC-lid meteen uitpakte met oude foto’s van zijn geweldige sportcarrière. Om vervolgens een filosofisch traktaatje weg te geven over de schoonheid van judo, rugby en kogelstoten; over de reinheid van de olympische gedachte. Michelle kreeg er geen woord tussen.

Terwijl de First Lady al was opgestaan, mompelde de ouwe reus nog iets over het tochtgat Nederland, waar racisme heerst. Met name dan op Papendal. „Ik ken de pijn van de allochtoon, mevrouw.” Als de oermens Anton Geesink het over pijn heeft, maakt dat indruk. Michelle Obama zal Papendal nooit vergeten.

Het was alweer een tijd geleden dat we nog iets van en over Anton Geesink hadden gehoord. Zijn majestueuze column in De Telegraaf was opgedoekt en bij de NOS zag je hem ook niet meer. Het leek of hij Johan Cruijff in stille aftocht was voorgegaan. Er zijn jaren geweest dat de nationale olympiër om de drie dagen zijn hart luchtte in de media. Onder het motto: „Niemand deugt, leve het volk.” Maar ineens werd het dus stil.

Geesink was decennialang de Sandino van de polder. Verzetsheld zonder sleet. Alle pogingen om hem bij het IOC te liquideren zijn mislukt. Niet om te vallen, deze Anton. Hij bleef onvervalst toeteren tegen het gebroed van het NOC*NSF, dat geen gram gevoel heeft voor sport, emancipatie en prestige. Bestuur is sowieso een farce. De verzetsheld raakte niet moegestreden.

Met het aantreden van Erica Terpstra aan het hoofd van de sportkoepel sloeg een raar soort stilte toe. Mammoettankers onder elkaar, zoiets? We hoorden Anton niet meer en ook Erica deed alsof ze polderdiva was geworden, ver weg van de wereld. Ineens was de casuïstiek van het bloed weg, op Papendal.

Olympisme van rollators, zou je denken.

Maar nu dan, in Kopenhagen, Anton Geesink is weer zijn eigen zelve. Misschien voor een laatste keer. Want de reus is oud en moe, en getekend door verlies dat niet in recordtabellen is te vatten. En ook niet in beschouwingen over goed en fout in de oorlog. Noem het: drama van de vergrijzing. Van vergetelheid, van onweerstaanbaar oud worden.

Maar een hart breekt eerder dan een stem.

Anton haalde deze week ouderwets verwoestend uit. In genadeloze mepris voor de baronnen van het NOC*NSF. Hij zei dat hij immer genegeerd was. Wat heet: ,,Een allochtoon in het bestuur. Ik voel me op Papendal net zo behandeld als een Marokkaan of een Turk in Nederland. De indruk wordt gewekt dat ik onbetrouwbaar ben.”

Anders gezegd: het NOC*NSF als cafetaria van Wilders. Hoofddoeken zijn er voor het toilet, vooral niet voor de 800 meter. Niet dat ik het Erica Terpstra aanreken, maar de bestuurscultuur op Papendal is wel héél wit. Het zou mij verbazen als een allochtoon voorzitter van de hockeybond mag worden. Of van de zwemfederatie. En ja, ook witte bobo’s zijn onderhevig aan ballotage. Of is het lynchethiek?

Anton Geesink wil niet weten van Olympisch Plan 2028. Ik geef hem geen ongelijk. Nederland moet gaan voor WK-veldrijden, voor de Europese titel champignonkweek, voor goud in baggeren, slopen en sluiten, desnoods voor ongeziene ontpoldering, maar niet voor olympische waanzin. Dat komt deze vlakte niet toe.

In tegenstelling tot Willem-Alexander heeft het IOC-lid Anton Geesink altijd de moed van een overtuiging gehad. En ja, zijn rancune is legendarisch, maar dat waren zijn olympische prestaties ook. Anton heeft recht van spreken. Ik zou zeggen: geef deze laatste (virtuele) bestuurder het recht op opstand tegen verveling en verachting. Verdoem hem niet tot het olympische nihil van Nederland.

Anton wil leven.

Nou, dat heeft Papendal niet in de aanbieding. Je kan er rusten, slapen en dromen, maar de grens is: Papendal. Bomen als gebeitelde skeletten. Geen leven mogelijk, buiten de enclave. Alleen vlaggen: pilsje, toetje, Nike. Erfenis van een naar Balkenende geboetseerde harnas.

Allicht is Michelle dan laatste toeverlaat.