Welke logica zit er achter de nummering van wegen?

Bob Ravelli uit Bleiswijk vraagt zich af: wat is de logica achter de nummering van Nederlandse autosnelwegen, de zogenaamde A-wegen? „Het lijkt mij een willekeurige bedoening”, zegt hij.

„Een logica is grotendeels afwezig”, beaamt Hans Buiter, verenigingshistoricus van de ANWB. Die organisatie beheerde tot voor kort de borden langs Nederlandse snelwegen. „In 1976 is het systeem van A-wegen ingesteld, daarbij hebben veel wegen het nummer behouden dat Rijkswaterstaat ze in de jaren twintig als Rijksweg had gegeven.” Rijksweg 1 werd A1, rijksweg 50 werd A50.

De snelweg van Amsterdam naar Maastricht had vier verschillende rijkswegnummers, dat werd in z’n geheel de A2. „Voor de duidelijkheid”, vertelt ANWB-collega Pim Seiler. Hij is manager procesondersteuning bewegwijzering.

Opvallend genoeg zijn de nummers van A-wegen het laagst rondom Amsterdam, en het hoogst in het zuiden van het land. Waarschijnlijk zijn ze begonnen met tellen bij de hoofdstad. „Dat zag je twee eeuwen geleden ook in Frankrijk”, zegt Buiter.

Dat klopt, de nummering is begonnen met de ringweg rond Amsterdam (A10), vertelt woordvoerder Esther de Graaf van Rijkswaterstaat, dat de wegen beheert. „De wegen die aansluiten op de ringweg zijn de A1 tot en met A9.” Maar dat klopt niet helemaal: de A6 houdt bijvoorbeeld op bij Muiderberg.

Welke gedachtengang er achter A-nummers boven de 10 zit, weet geen van drieën. Het is in ieder geval niet zo dat nieuwere wegen hogere nummers hebben. Wel zijn de nummers 1 tot 100 gereserveerd voor hoofdwegen: vrijwel alle snelwegen en belangrijke N-wegen. Die wegen zijn de verantwoordelijkheid van het Rijk, de wegen met drie cijfers worden door de provincies onderhouden.

In Europees verband is er wat meer logica te bespeuren, vertelt De Graaf van Rijkswaterstaat. In 1974 werd de E-nummering voor grensoverschrijdende wegen ingevoerd. „De noord-zuidverbindingen hebben een oneven nummer en de oost-westverbindingen hebben een even nummer. De belangrijkste wegen hebben een tweecijferig nummer, de diagonaal lopende wegen een driecijferig nummer.”

Bovendien eindigen de belangrijkste en drukste E-wegen allemaal op 0 (even) of 5 (oneven), voegt Seiler van de ANWB eraan toe.

Jacco Hupkens