Weinig geloof in alternatief ontpoldering

Ontpolderen van de Zeeuwse Hedwigepolder lijkt onvermijdelijk. Ook al zouden kabinet en Kamer graag iets anders zien. Alleen het CDA houdt vol.

De meerderheid van de Tweede Kamer blijft tegen het onder water zetten van de Zeeuwse Hedwigepolder. Toch is de kans op ‘ontpoldering’ weer toegenomen, zo bleek gisteren bij een debat over de verdieping van de Westerschelde.

De Kamer betwijfelt sterk of de zoektocht van het kabinet naar een alternatief voor ontpoldering succesvol zal zijn. Zowel de oppositie- als coalitiepartijen PvdA en ChristenUnie vroegen zich af of het niet te laat is om aan een alternatief, zoals de door het kabinet geopperde aanleg van schorren en slikken, te beginnen. Verschillende partijen maken zich zorgen over de extra kosten die dit met zich mee zou brengen. Vlaanderen heeft bovendien gedreigd niet mee te betalen aan verdieping van de Westerschelde als de Hedwigepolder niet onder water wordt gezet.

Daarnaast is de vraag of de milieuprocedures niet opnieuw moeten worden doorlopen bij de nieuwe koers die het kabinet heeft voorgesteld. Volgens staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer en Waterstaat, ChristenUnie) kost dat zeker anderhalf jaar. Daarmee neemt ook de kans op Vlaamse schadeclaims toe. Verder is nog veel onduidelijk over de veiligheidsaspecten van het alternatief.

Begin september, tijdens het eerste deel van het debat, zei Kamerlid Lia Roefs (PvdA) al „een heel hard hoofd” te hebben in het kabinetsalternatief. Gisteren zei ze dat het nu „op migraine begint te lijken. Ik ben er niet geruster op geworden.”

De verdieping van de Westerschelde, nodig voor betere bereikbaarheid van de Antwerpse haven, heeft door onenigheid over de milieumaatregelen die daarbij horen, grote vertraging opgelopen. Dit tot grote ergernis van de Vlaamse regering. Volgens premier Balkenende (CDA) zal het kabinet de verdieping uitvoeren.

Een onderdeel van de afspraken met de Vlamingen is het onder water zetten van de Hedwigepolder. Dit is nodig ten behoeve van natuurherstel in de Westerschelde, een waardevol natuurgebied.

Een meerderheid van de Kamer bleek echter niet te willen ontpolderen. Daarop besloot het kabinet in april op zoek te gaan naar een alternatief. Het heeft extern advies gevraagd of dit alternatief kansrijk is. Dat advies zou vandaag aan het kabinet worden gepresenteerd. Volgende week neemt het een definitief besluit.

De CDA-fractie is een van de felste tegenstanders van ontpoldering en wil per se een alternatief. Kamerlid Ad Koppejan riep het kabinet gisteren per motie op vast te houden aan natuurherstel zonder ontpolderen. Zijn motie werd ook ondertekend door VVD, SP en SGP, samen een Kamermeerderheid. Curieus genoeg hield Koppejan zijn motie aan tot het kabinetsbesluit van 9 oktober, op advies van partijgenoot minister Verburg (LNV, CDA).

Slappe hap, concludeerden D66 en GroenLinks. Volgens Kamerlid Helma Neppérus (VVD) was over het aanhouden van de motie door het CDA niet overlegd met de andere ondertekenaars. „Heel vreemd. Wij waren verrast.” Het is een „verontrustend teken”, zegt Neppérus. „Ik ben benieuwd of het CDA de rug recht houdt.”

Volgens Koppejan „is het signaal van zijn motie duidelijk genoeg”.

Premier Balkenende kreeg gisteren opnieuw het verwijt dat hij zich te intensief met dit dossier bemoeit. Volgens hem heeft zijn Zeeuwse afkomst daar niets mee te maken. „Ik hoop dat iedereen doorheeft dat ik hier niet sta als Zeeuw met een bepaalde opvatting, maar als minister-president.” Hij benadrukte dat het kabinet juist op verzoek van de Kamer een alternatief ging zoeken.

Achtergronden op nrc.nl/westerschelde