We genezen, maar zijn nog niet beter

Er is een pril herstel in de wereldeconomie.

Maar onevenwichtige wereldhandel en wiebelige overheidsbalansen bedreigen dat herstel.

Of het nu een fata morgana is, of een daadwerkelijke oase: het Internationaal Monetair Fonds was gisteren voor het eerst in tijden optimistisch over de vooruitzichten van de wereldeconomie. De inschatting voor de economische groei is met 0,6 procentpunt opgeschroefd naar 3,1 procent volgend jaar.

De financiële markten zijn weer wat tot rust gekomen. Het herstel van wat de ernstigste recessie sinds de jaren dertig dreigde te worden, lijkt aan de gang.

Maar, zo stelt het IMF, dat is wel met paardenmiddelen gebeurd. Centrale banken hebben hun rentes wereldwijd tot 0 of slechts iets hoger teruggebracht. Hun balans is sterk gegroeid door alle probleemleningen die zij van de geplaagde banken hebben overgenomen in ruil voor geld. Overheden hebben hun tekorten laten oplopen, of daarbovenop zelfs gestimuleerd.

Dat is niet houdbaar. Hoewel inflatie nog geen probleem is, kan de geldschepping niet ongehinderd doorgaan. Begrotingstekorten zijn op dit moment functioneel, maar de staatsschulden lopen op. Er komt een moment waarop de positieve invloed van de stimulering niet meer opweegt tegen de zorgen over de houdbaarheid van de staatsschuld.

Zelfs als het herstel doorzet, moet de westerse wereld zich volgens het IMF voorbereiden op een periode waarin alles lange tijd minder zal zijn. Banken zijn nog maar op de helft van het wegwerken van de verliezen van naar schatting 3.400 miljard dollar. Het noodzakelijkerwijs krimpen van de bankbalansen, en strengere eisen aan het eigen vermogen van banken, impliceren dat de kredietverlening aan burgers en bedrijven voorlopig mat blijft. De vastgoedcrisis in veel landen drukt de investeringen op de langere termijn. En de oplopende werkloosheid houdt de consumptieve bestedingen beperkt.

Dat leidt tot een veel lagere economische groei dan gewoon was: het IMF schat de potentiële economische groei over de langere termijn voor de Verenigde Staten in op uiteindelijk zo’n 2 procent in 2014. Dat was altijd 2,75 procent. Voor de eurozone wordt de potentiële groei nog lager geraamd. Het gemiddelde van zo’n 2,25 procent tot dusverre moet plaatsmaken voor een groei van slechts 1,6 procent op de langere termijn. Lage groei, lage inflatie: dit is het ‘nieuwe normaal’.

In wezen, zei topeconoom van het IMF Olivier Blanchard, gaat het bij het repareren van de crisis om het terugbrengen van de balans op twee terreinen. Allereerst moeten uitgaven en investeringen weer terugkeren van het publieke domein (de overheid) naar het private domein (de bedrijven en de burgers). Daarnaast is er de noodzaak ook op wereldschaal de balans terug te brengen. De crisis kan voor een deel worden verklaard uit de geldstromen uit landen met te grote overschotten op de handels- en betalingsbalans (zoals China en Duitsland) naar landen met te grote tekorten (met name de VS).

Of die laatste groep nu te veel leende en overconsumeerde, of de eerste groep te veel spaarde en onderconsumeerde, blijft een even normatief als economisch debat. Feit is dat de balans rechtgetrokken moet worden om een herhaling, of oplopende handelsspanningen, te voorkomen.

Dat gebeurt deels vanzelf. China en Duitsland hebben hun exportmarkten zien instorten en stimuleren noodgedwongen de binnenlandse vraag, in de VS staat de binnenlandse consumptie onder druk en sparen de burgers voor het eerst weer.

De vraag is of dit effect duurzaam is of dat balansen weer uit elkaar gaan lopen als de groei terugkeert. De twintig belangrijkste landen in de wereldeconomie (G20) spraken vorige week in Pittsburgh af de balans in de wereldeconomie terug te brengen. Zonder pijn en concessies gaat dat niet. De crisis mag dan over lijken, deze strijd begint pas.

Lees de World Economic Outlook van het IMF over de toestand van de wereldeconomie via nrc.nl/economie