Voor de tweede keer 'n stem

De kans is groot dat Ierland de EU-hervormingsplannen dit keer wel goedkeurt.

Maar juichen durft nog niemand: er zijn twijfelaars.

(Foto AFP) Campaign posters urging voters to back or reject the Lisbon Treaty are pictured on a lamp post in Dublin, in Ireland, on September 24, 2009. Irish voters are expected to take to the polls on October 2, 2009, in a referundum on the Lisbon Treaty. AFP PHOTO/Peter Muhly AFP

Darren Gannon (32), een lange potige man, is druk bezig de ramen van een advocatenkantoor in het noorden van Dublin te lappen, in de herfstzon. Zoals veel Ieren heeft hij het vertrouwen in ’s lands politici volledig verloren. Hij vindt het een belediging dat de Ierse regering vandaag het Europese hervormingsverdrag weer in een referendum aan de kiezers voorlegt. Wezen zij dat vorig jaar niet met een duidelijke meerderheid af? „Ik stem zeker weer nee. Misschien dat ze dan eens luisteren.”

Mensen als Gannon bezorgen niet alleen de Ierse regering, maar ook regeringsleiders elders in Europa koude rillingen. Stemt Ierland wederom nee en helpt het zo de hervormingsplannen definitief om zeep? Alle lidstaten moeten het verdrag immers ratificeren voordat het in werking kan treden. Een nieuwe verwerping van het verdrag zou de EU in een diepe crisis storten.

Dit sombere scenario lijkt vandaag niet aan de orde. Opiniepeilingen geven aan dat het ja-kamp op een comfortabele meerderheid afkoerst. Maar niemand durft nog te juichen. Er zijn te veel mensen die nog twijfelen.

De regering liet na het debacle van 2008 onderzoek doen, waaruit bleek dat velen wegens specifieke zorgen hadden tegengestemd. Over de rechtspositie van werknemers of de Ierse neutraliteit, maar ook over de handhaving van de lage Ierse belastingtarieven voor bedrijven en het behoud van een Ierse eurocommissaris. Op alle punten kreeg de regering alsnog garanties van de rest van de EU.

Sinds het referendum in juni 2008 is er ook anderszins veel veranderd. De ‘Keltische Tijger’ van de laatste 20 jaar, die was uitgegroeid tot het welvarendste land van Europa na Luxemburg, is in een spiraal naar beneden geraakt. De Ierse economie krimpt dit jaar met 9 procent. Als Ierland niet tot de eurozone had behoord, was het er nu vermoedelijk even slecht aan toe geweest als IJsland. Veel Ieren beseffen dat en willen betrekkingen met de EU niet onder druk zetten.

De overheid treedt weinig op de voorgrond in de campagne. Haar populariteit is tot een dieptepunt gedaald door de crisis. De vrees is dat veel mensen anders van de weeromstuit tegen het verdrag zouden stemmen. Nu voeren veel gewone burgers die vorig jaar niet actief waren in de veronderstelling dat hun land wel ja zou stemmen, campagne. In een kantoorkolos in het centrum van Dublin zijn tientallen vrijwilligers van actiegroep ‘Ireland for Europe’ bezig voor het ja-kamp. „We moeten dit winnen. We moeten allemaal onze verantwoordelijkheid nemen”, zegt Brigid Laffan, de voorzitter. „Door een nee lijdt de Ierse economie forse schade en politiek gezien zou het land naar de periferie van Europa afzakken. Wij vinden deze zaak te belangrijk om aan politici over te laten.”

Ook het bedrijfsleven stortte zich volop in de campagne. Zelfs Michael O’Leary, de grofgebekte baas van luchtvaartmaatschappij RyanAir die gewoonlijk evenmin veel op heeft met de „verdomde politici” in zijn land, doet mee. O’Leary laat een vliegtuig rondvliegen met daarop de tekst ‘Yes to Europe’. „Europa is goed voor Ierland”, verklaart hij overal. „Dit verdrag is goed voor banen.”

Het nee-kamp blijft intussen beperkt tot Sinn Féin, de linkse nationalistische partij, en de nog kleinere Socialistische Partij, enkele vredesgroepen en ultraconservatieve katholieken. Volgens deze tegenstanders staat Ierland met een ja een belangrijk deel van zijn soevereiniteit af aan Brussel. Ze ontkennen bovendien bij hoog en bij laag dat een afwijzing van het verdrag economische schade oplevert.

Met dat laatste is de econoom Alan Barrett, verbonden aan het gerespecteerde onafhankelijke Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek (ESRI), het niet eens. „We presenteerden ons altijd als toegangspoort tot de Europese markt, vooral voor Amerikaanse bedrijven”, zegt Barrett. „Een nee wekt de indruk dat we onze banden met Europa losser maken en dat kan investeerders ontmoedigen.”