Vergeet Schönberg, Debussy was de echte vernieuwer

Leo Samama: Debussy. Een hoorcollege over zijn leven en werk. Home Academy, 4 cd’s. Luisterduur ca. 4 uur. € 34,95

Wie van mening is dat Claude Debussy slechts de componist is van impressionistische kleurenpaletjes en dus niet snel overschat kan worden, wordt door componist en directeur van het Nederlands Kamerkoor Leo Samama in het hoorcollege Debussy grondig op zijn plaats gezet. Debussy was namelijk een briljant componist met een eigenwijs karakter, die midden in zijn tijd stond, maar niet op een voorspelbare manier, stelt Samama. Sterker: Debussy is de belangrijkste vernieuwer van de moderne muziek geweest. Vergeet Schönberg, Stravinsky of Webern, houd vooral Debussy’s werk in de gaten.

Boeiend uitgangspunt, maar het duurt wel lang voordat dit college van Samama net zo goed wordt als dat van Mozart en Beehoven. De inleidende verhalen over kunst, cultuur en politiek aan het eind van de 19de en begin 20ste eeuw op de eerste twee cd’s zijn namelijk behoorlijk obligaat: een algemeen verhaal over industrialisatie, modernisering en WO I. En het idee dat Debussy een ‘wildeman’ was, wordt geïllustreerd aan de hand van een verstild fragment uit Pelléas et Mélisande waarachter de drukte van de tijd verborgen zit. Tja, zo kennen we er nog wel een paar.

Het grootste probleem is dat Samama schoolser is dan bij zijn eerdere verhalen en dat de mooie anekdotes die je het gevoel gaven dichterbij Beethoven en Mozart te komen, hier grotendeels ontbreken. De fraaiste gaat over een van Debussy’s vrouwen, die een gast kordaat de deur wees met de woorden ‘de heer des huizes is niet thuis’ , terwijl het pianospel en gezang van de werkzame Debussy door het huis schalden.

Het leven van Debussy kent diepe dalen: zijn vader zit een tijd gevangen, een broertje sterft, en dan is er zijn krimpende toelage, zodat hij nauwelijks nog tijd heeft om te componeren, omdat hij zijn geld met dirigeren moet verdienen. Gebeurtenissen als deze moeten toch een grote impact hebben gehad. Maar Samama stipt ze even aan en gaat verder.

Je krijgt de indruk dat de bewondering voor Debussy bij Samama groter is dan de liefde. Zijn punt is zoals gezegd even simpel als interessant: hoe mooi en lieflijk Debussy’s muziek ook klinkt: hij is, veel meer dan de hele Weense school, de belangrijkste vernieuwer van de moderne muziek. Hoewel Samama aankondigt dit op talloze manieren te gaan bewijzen, is er maar één argument dat grondig wordt uitgewerkt: Debussy’s melodielijnen zijn zo vaag dat ze het woord ‘melodie’ vaak maar nauwelijks verdienen.

Probeer het maar: neurie een stukje van Debussy als het lukt, en probeer te verzinnen wat het slotakkoord is. Dat gaat niet, en dat moet inderdaad een enorme vernieuwing zijn geweest. Maar ondertussen klinkt de lieflijke muziek en vraag je je af of dit nu werkelijk schokkender is dan de miniatuurtjes van Webern of de bombast van Wagner.

Samama is op zijn best wanneer hij achter de piano zit om toe te lichten wat hij bedoelt, en zijn behandeling van vooral Prélude à l’après-midi d’un faune is verhelderend, intrigerend, ontroerend zelfs en levert inderdaad het bewijs voor enkele van de punten die Samama in de uren daarvoor zo stellig ter berde heeft gebracht. In die fragmenten komen muziek én luisterboek tot leven.